Storieta
English
Save & sign up

The opening · free to read

I

29 Maart 1881.--De stad Erivan maakt een prettigen indruk: hare huizen met platte daken zijn voor het meerendeel door tuinen omringd. De witte bloesems der vruchtboomen en de wit gepleisterde muren van eenige half in europeeschen trant opgetrokken woningen steken vroolijk af tegen de grijze massa der inlandsche huizen, waarboven zich de koepels der moskeeën verheffen. Indien de groen geverfde koepel der russische kerk ons niet herinnerde dat wij ons nog altijd in het rijk der Czaren bevinden, zouden wij ons gemakkelijk kunnen verbeelden, reeds in Perzië te zijn.

Onze kales rijdt in vollen galop door de stad, en onze vlugge postpaarden brengen ons weldra aan het logement, waar wij afstijgen, gevolgd en aangegaapt door de inwoners, in menigte toegestroomd om de vreemdelingen te bekijken. Jong of oud, zijn deze toeschouwers genoegzaam zonder uitzondering leelijk. Sommigen dragen de platte pet van de Klein-Russen en de lange toegeknoopte jas, bij ons onder den naam van pool bekend; anderen dragen een cylindervormigen papash van schapenvel en het met bont gevoerde ruime gewaad der oorspronkelijke inwoners dezer streken. Bij allen hangt het hair in lange stijve lokken langs het bleeke gelaat, waarop niets te lezen valt, geen spoor van geest of vernuft, van hartstocht of gevoel. En met deze doffe onverschilligheid van hun voorkomen stemt hunne geheele houding, stemmen al hunne bewegingen overeen.

Op de binnenplaats bespeur ik in een hoek een jeugdigen knaap, wiens verstandig en geestig gelaat des te meer in het oog valt bij het botte voorkomen der anderen. Zijne regelmatige trekken zweemen naar den zuiveren griekschen type; zijne zwarte krullende lokken omlijsten een bevallig gezicht, waaruit mij twee groote guitige oogen als starren tegenblikken; zijn oude versleten roode fez, die scherp tegen den grauwen leemen muur uitkomt, heeft onwillekeurig mijne aandacht getrokken. Hij is een jonge Armeniër, van Trebizonde afkomstig, en door eene karavaan van perzische kooplieden hier achtergelaten. Zoodra de knaap ons in het oog krijgt, snelt hij naar het rijtuig toe, ontlast ons van onze bagage en geleidt ons naar de deur, waarvoor verscheidene russische officieren staan, die na afloop der militaire manoeuvres hier komen ontbijten.

De inrichting van de herberg is ontegenzeggelijk beter dan die der gewone posthuizen, maar toch laat zij nog veel te wenschen over. De onvermijdelijke samovar en eene tafel, bedekt met de voor alle reizigers bestemde sponsen en kammen, vormen het geheele ameublement van eene kamer, waarvan de vastgeschroefde vensters gedeeltelijk met papier zijn beplakt. Het bed bestaat uit een dunne matras en een deken; lakens zijn er niet, en zijn ook niet noodig, want de Russen trekken, althans hier in Kaukasië, nooit hunne bovenkleeren uit als zij slapen gaan.

Eene walging bevangt mij bij het binnentreden in deze kamer, waar nooit versche lucht inkomt. Maar wij hebben geene keus en moeten de dingen nemen zoo als ze zijn. Het komt er bovenal op aan, een ontbijt machtig te worden; en daar ik het ongeluk heb, geen russisch te verstaan, moet ik mijn verlangen door teekens te kennen geven. Ik breng herhaaldelijk mijne vingers naar mijn geopenden mond, terwijl ik met de andere hand op mijne maag wijs. Maar deze duidelijke mimiek, die, dacht mij, overal verstaanbaar moest zijn, werd hier niet begrepen. Gelukkig kreeg mijn jonge Armeniër een goeden inval. Wel vermoedende dat de koetsier van de kales, waarmede wij meer dan tien dagen gereden hadden, ons verstaan zou, liep hij haastig weg en keerde aanstonds weer met den man terug. Deze brave Rus, van wien men te Tiflis verzekerde dat hij italiaansch verstond, maar die ook tot gebaren zijne toevlucht moet nemen, tracht mij de zaak op te helderen. Hij neemt mijn horloge, wijst op het cijfer van twaalf, schudt zijn hoofd en laat zijn tanden op elkander klapperen; vervolgens draait hij den wijzer op drie en gaat met een vroolijk gezicht aan tafel zitten. Vergis ik mij niet, dan moet deze pantomime beduiden, dat er voor het oogenblik in het logement niets te eten is, maar dat ons over drie uren een heerlijke maaltijd wacht.

Het vooruitzicht was schoon, maar tien dagen lang hadden wij honger geleden en bijna niet anders gegeten dan gerookt ganzenvleesch. Onze magen waren dus wat oproerig; en wij gingen er dan ook maar op uit, in de hoop dat wij hier, even als in de bazars van Constantinopel, gaarkeukens in de open lucht zouden vinden, waar ieder die wilde zijn honger kon stillen.

Het is druk en levendig in de bazars van Erivan, want het is heden het feest van Noe-roez of het perzische nieuwjaar; de winkels, ter wederzijde van de vrij nauwe straat, zijn opgevuld met allerlei voorwerpen; de kooplui, op kussens neergehurkt, praten met hunne klanten, of laten zwijgend door hunne vingers de kralen van een rozenkrans glijden die meer gebruikt wordt om berekeningen te maken, dan om gebeden op te zeggen. Marskramers en andere rondzwervende handelaars bevelen met luid geroep hunne waren aan; de menigte woelt en dringt en golft op en neer, midden tusschen de karavanen van kameelen, muildieren en ezels, die gelukkig bedaard en voorzichtig genoeg zijn, om in dit gedrang niemand te vertrappen.

Maar de menigte is niet zoo dicht opeen gepakt, of wij krijgen een winkel in het oog, waarvan de enkele aanblik ons verheugt: daar wordt de loeleh kiëhbab vervaardigd, waaraan wij in de bazars van Constantinopel meer dan eens gesmuld hebben. Op de toonbank staat een groote schotel met fijn gehakt schapenvleesch; daarnaast een met gloeiende kolen gevuld komfoor. Hoe zouden wij aan de verzoeking weerstand hebben kunnen bieden? Wij gaan achter den kok heen, die ons uitnoodigt op eene houten bank plaats te nemen, en wij zij getuigen van het bereiden van den kiëhbab. De kok neemt een hand vol fijn gehakt vleesch en legt dat om een plat ijzeren speetje; vervolgens bevochtigt hij zijne hand met water en strijkt daarmede langzaam over het vleesch; op een zeker oogenblik komt het mij voor, dat de kunstenaar ook zijne tong te hulp roept om een weerbarstig stukje in bedwang te houden: maar ik acht het noodeloos, mij in deze kwestie te verdiepen. In ieder geval schaadt dit in het minst niet aan de uitmuntende hoedanigheid der speetjes, die hij ons na verloop van eenige minuten voorzet, omwikkeld met eene dunne korst brood. Wij verslinden ze bijna; en na den eersten honger te hebben gestild, beginnen wij onze wandeling door de stad.

Men geleidt ons eerst naar eene oude, half verwoeste moskee; de koepel, die van buiten vrij erg beschadigd is, is bekleed met blauw geëmailleerde baksteenen, terwijl de muren van het gebouw bekleed zijn met groote tegels, waarop bloemen en vogels zijn geschilderd; een deel der fries, versierd met gele opschriften op een blauwen grond, is ter aarde gevallen, door de werking van regen en vochtigheid. De binnenplaats, waarop men nog de overblijfselen van een waschbekken ziet, is omgeven door zuilengangen, waarop verschillende vertrekken uitkomen, in welke aan kinderen onderricht wordt gegeven in het lezen van den Korân, en aan jongelieden de beginselen der mohammedaansche wet worden verklaard. Al deze godshuizen worden voor rekening van particulieren gebouwd; somwijlen strekt zich de mildheid van den stichter zoo ver uit, dat met de medresseh niet alleen scholen zijn verbonden, hetgeen bijna altijd het geval is, maar ook een badhuis en eene karavanserai voor reizigers. De moskee heeft verschillende herstellingen ondergaan; de tegels zijn van betrekkelijk jonge dagteekening: de koepel daarentegen schijnt tegen het einde van de zeventiende eeuw te zijn gebouwd.

De klok van de russische kerk, in de nabijheid der moskee, slaat drie uren: ongetwijfeld wordt nu in het logement de tafel aangericht: wij spoeden ons huiswaarts. Weldra zijn wij aan den disch gezeten: men zet voor ieder onzer een grooten slabak, waarin de meest heterogene spijzen zijn saamgevoegd. Niet zonder eenige aarzeling proef ik van dit wonderlijke mengsel van gestoofde kool, schapenvleesch en zure melk; de smaak is eerst zeer vreemd, maar langzamerhand gewent men er aan, en de shit, het moet gezegd worden, is nog de beste van alle russische schotels, die ons in Kaukasië worden voorgezet. Daarop verschijnt de nationale perzische schotel, rijst met rozijnen; tot besluit krijgen wij gesuikerd varkensvleesch, in pruimengelei gekookt.

De wijn is goed; de goudgele kleur, het fijne geurige bouquet herinneren aan de lichte wijnen van het zuiden van Spanje: na van dien wijn gedronken te hebben, brengt men gaarne zijn dank aan den aartsvader Noach, die, naar de overlevering wil, in den omtrek van Erivan den eersten wijnstok zou hebben geplant. Nog tegenwoordig zijn de velden, die van de poorten der stad tot aan den voet van den Ararat reiken, met wijnstokken beplant.

30 Maart.--Het is reeds helder dag als wij aan het paleis der serdars komen. Dit gebouw, even als de moskee, gelegen binnen de versterkte ruimte rondom de voormalige citadel, was vroeger de residentie van de perzische landvoogden, met het bestuur der provincie belast. Uit de wijde vensters der groote zaal heeft men een heerlijk gezicht. Het paleis is op eene rots gebouwd, langs welker voet, met tallooze kronkelingen, een snelvlietend onstuimig riviertje stroomt, waarvan de beide oevers vereenigd worden door eene fraaie steenen brug, over welke steeds karavanen trekken, op weg naar Rusland of Perzië.

Aan de overzijde der rivier opent, zich eene bloeiende vallei, door kanalen doorsneden en met schilderachtige boomgroepen beplant; op den achtergrond verrijst, in ernstige majesteit, de besneeuwde kruin van den Ararat. De top van den berg bestaat uit twee spitsen van ongelijke hoogte, door een dal gescheiden. Volgens eene zeer oude overlevering zou de ark van Noach, na den zondvloed, op de spits ter rechterhand hebben gerust. Het beklimmen van de steile hellingen van den Ararat is zeer moeilijk; het opsporen van de overblijfselen der ark gaat dus met vele bezwaren gepaard; en de goede monniken uit het klooster aan het meer Semanga hebben nog niet zoo geheel en al ongelijk, als zij u door een verrekijker de kiel van dit beroemde oudste schip laten zien!

31 Maart.--Na een paar dagen verblijf te Erivan zijn wij geheel uitgerust: wij moeten dus onzen tocht vervolgen, hoe onaangenaam die wezen moge; onze postwagen moet ons, overeenkomstig het te Tiflis gesloten contract, naar Djoelfa brengen, een dorp juist op de grensscheiding tusschen Rusland en Perzië. Op zeven of acht mijlen afstands van Erivan weet onze bekwame koetsier nog een middel te vinden, om met zijn rijtuig in een diepen kuil vast te raken. Maar daar de zon vroolijk schijnt en er geen sneeuw onder onze voeten kraakt, dragen wij ons lot met geduld; en op een terp gezeten, wachten wij kalm, meer dan twee uren lang, tot het aan de paarden en aan twee koppels ossen behaagt, met inspanning van alle krachten, den wagen uit den modderpoel op te trekken, waarin hij verzonken lag.

De landstreek rondom Erivan is vruchtbaar en goed bebouwd: wij rijden door welbesproeide velden, met wijngaarden beplant, of door akkers, waarop koren, rijst en katoen welig tieren. De dorpen, slechts door kleine afstanden gescheiden, liggen in een krans van geboomte: populieren, wilgen en bloeiende vruchtboomen. Het is lente, en op het veld heerscht overal eene vroolijke drukte; de boeren maken gebruik van den mooien, zonnigen dag, om den noodigen veldarbeid te verrichten; de vrouwen, zonder uitzondering gekleed in korte hemden en roode katoenen broeken, herstellen de besproeiingsbuizen, wieden het onkruid, of bevrijden de wijnstokken van hun winterdeksel.

The book keeps going

Keep reading, and see it illustrated

Reading is free forever. Sign up and watch scenes appear while you read.

Illustrated scene from FrankensteinIllustrated scene from The Great GatsbyIllustrated scene from Pride and Prejudice

Scenes Storieta drew for other classics.

New illustrated classics

A new classic, drawn, in your inbox.

Once or twice a month: the latest books to get full character casts, scene art, and free comic editions. No account needed.