Public-domain ebook
Krates: Een Levensbeeld
Dutch441 downloads on Project GutenbergDownload EPUB
Public-domain ebook sourced from Project Gutenberg #17549.
Public-domain ebook
Dutch441 downloads on Project GutenbergDownload EPUB
Public-domain ebook sourced from Project Gutenberg #17549.
The opening · free to read
't Heeft er jaren lang gestaan: "_Philip Strijkman koopt alle soorten van kleederen en andere artikelen in, tot den hoogsten prijs_," en 't zou er misschen nog even duidelijk met zwarte letters op 't witte bord te lezen staan, wanneer niet sedert ettelijke jaren de eigenaar tot zijn vaderen vergaderd was.
Aan de geschiedenis, die ik wil vertellen, hindert het evenwel in het minst niet, want op het oogenblik, dat mijn verhaal begint, pronkt het bordje nog in volle fleur boven tegen het snijraam der smalle deur van het ouderwetsche huis in de Egelantiersdwarsstraat, dat ik met u wil binnengaan.
't Ziet er niet zeer aanlokkelijk uit, dat smalle perceel; de verf van het houtwerk is langzamerhand door weer en wind ontbonden en overgegaan tot een schilferige korst van een onmogelijke kleur. De steenen der pui zijn sinds onheuglijken tijd niet geolied en hier en daar laat de kalk los uit de voegen, die nattig en vuil u aangapen. De nok van het huis hangt treurig voorover en de vermolmde hijschbalk steekt er als een ontvleesde arm uit.
Let eens op de scheeve kozijnen der vensters, waarvan twee breedere aan elke boven-, twee smallere aan iedere onderverdieping, door de kleine groenachtige ruitjes een karig licht laten vallen in de vertrekken, die van achteren geen ramen hebben, maar een beplakt schotwerk, dat hen van de achterkamer scheidt.
Naast de deur bemerkt ge een gelijkvormige dito, die toegang geeft tot de trap, welke naar de bovenwoningen leidt.
Even verveloos en verwaarloosd als haar buurvrouw, onderscheidt zich die deur alleen door een papier, dat boven tegen de gebarsten ruitjes van het snijraam geplakt is en den voorbijganger vertelt, dat op de onderste voorkamer woont:
N. Makko. Scheerdt en kureerdt honden en neemt dezelfde in de kost.
Voordat wij die trap opgaan, willen we eens even met de woning van den pandjeshuishouder Philip Strijkman kennis maken.
Ga met mij het smalle gangetje door en pas op dat ge uw hoogen hoed niet deukt, als ge het lage deurtje binnentreedt, dat naar de zijkamer voert, waar de winkel, of eigenlijk het pandjeshuis wordt gehouden.
Voorzichtig! want het is donker, als ge binnenkomt; de eene helft der vensters wordt in beslag genomen door een dichte groene hor, en de andere wordt verduisterd door het dikke geelkatoenen valgordijn, dat vingerdik stof in zijn plooien heeft en daardoor nog ondoorschijnender is.
Er heerscht een zekere nevelachtige toon in die kamer, en juist dat grauwe duister is in overeenstemming met de plaats, waar wij ons bevinden; want in de woning van Strijkman heerscht de geest des woekers, en die schuw het licht, evenzeer als zijn slachtoffers, die hem gewoonlijk tusschen licht en donker of des avonds hun schatting komen brengen.
Neem u in acht en struikel niet tegen de lage balie, die u belet verder in de kamer te komen dan een voet of vier: leun met uw ellebogen op de plank, die boven op die leuning is aangebracht, en zie oplettend rond.
Langs den muur, naast en boven de deur, die naar het achterkamertje leidt, ziet ge vakken, ruw van withouten planken getimmerd en gevuld met bundels en pakken van allerlei grootte en kleur, alle voorzien van briefjes en nummers. Recht tegenover u is een groot vak vrijgebleven: daar hangen winterjassen en parapluies, die dikwijls gehaald en gebracht worden en daarom voor de hand moeten blijven. Iets meer links zijn weer andere vakken, met doozen en kistjes, waarin allerlei artikelen van kleinere afmetingen, alle genummerd, bijeenliggen; rechts ontdekt ge een hoogen lessenaar met een groengazen scherm aan de eene zijde en een hooge kantoorkruk er voor. Een paar liassen zijn aan het scherm opgehangen.
Onder dat meubelstuk eindelijk zoudt ge tal van laden kunnen zien, die, steeds gesloten, de voorwerpen van meer waarde, zooals horloges, ringen, halskettingen en ander klein goud- en zilverwerk herbergen. Op het oogenblik, dat mijn verhaal begint, zit de eigenaar van het pandjeshuis in de achterkamer bij de tafel in een groot, dik boek te schrijven.
't Is er zoo donker, dat hij, hoewel 't pas vier uren in den namiddag is, zijn olielamp reeds heeft opgestoken. Haar rosachtig schijnsel steekt onaangenaam af bij 't vale, doffe licht, dat door de vervuilde, hoornachtige ruitjes van het eenige venster, een zoogenaamd hooglicht, binnenvalt. Het kleurt Strijkmans voorovergebogen gestalte en zijn naaste omgeving met een zonderlinge tint. Een groote grijze pet met een groen lichtscherm er aan dekt zijn hoofd en beschut zijn kalen, slechts hier en daar met dunne vlokken lang grijs haar beplanten schedel voor koude en warmte.
De diep in hun kassen gezonken, sluwe, grijze oogen, ontsierd door roodgerande oogleden, zijn thans strak op het voor hem liggende boek gevestigd. De dunne bloedelooze lippen, vast op elkander gedrukt, doen den tandeloozen ingevallen mond nog breeder schijnen dan hij in werkelijkheid is, terwijl de spitse kin en de kromme neus aan het geheele gelaat iets havikachtigs geven. Ongeschoren en onzindelijk, met scherp geteekende lijnen langs neus en wangen doorgroefd, is zijn geheele gelaat terugstootend en geven de diepe plooien tusschen de wenkbrauwen, gevoegd bij een zekere trilling der mondhoeken en der dunne lippen, er een uitdrukking van boosaardigheid aan, wanneer hij spreekt.
Een versleten grijze jas en een vest, dat slechts met een paar knoopen wordt dicht gehouden, doen een oud blauw-baaien hemd zien, dat hem tevens als borstrok dient. Een geruite pantalon, die eenmaal voornamer beenen omkleedde, hangt slordig op de verschoten pantoffels, waarin zijn groote met wollen kousen bekleede voeten steken.
Voor hem op tafel zit een magere zwarte kat zich te koesteren in de warmtestralen der lamp. Nu en dan likt zij aan haar poot en wascht zich daarmede over den neus, terwijl ze de groenachtig grijze oogen dichtknijpt, om ze een volgend oogenblik op haar meester te vestigen, die onafgebroken zit te rekenen.
Gedurende geruimen tijd telt de pandjesbaas ongestoord verder.
"Achthonderd zesenvijftig en vijftien is achthonderd éénenzeventig, en twaalf is achthonderd drieëntachtig. Hè! hè! hè! hè! 't is van deze drie maanden nog al aardig aangeloopen. Er zullen een heele boel pandjes moeten verkocht worden. Hè! hè! hè! dat geeft beter dan die miserale percenten. Verkoopen maar, dat's de baas, daar draai ik het altijd naar toe," zegt Strijkman, als tot zichzelf, terwijl hij zijn magere, klauwachtige handen wrijft.
"Achthonderd drieëntachtig, daar kan wel eens een traktatie op staan vandaag, hé poes?" De oude man zet eerst zijn pet, dan zijn bril af, wrijft met den rug der hand over zijn oogen, trekt de wenkbrauwen een paar malen op en neer en herhaalt:
"Daar kan wel wat lekkers af, hé poes?"
"Maauw!" zegt de kat, terwijl zij een hoogen rug trekt, als haar meester haar aanspreekt.
"Ja! ja! jij krijgt ook wat, poes; als 't op den eenen regent, druipt het op den anderen," vervolgt de oude man opstaande. Hij sloft langzaam naar een hoekkastje, grabbelt in zijn diepen jaszak naar den sleutel en ontsluit eindelijk de deur er van.
Een vieze, bedompte lucht komt hem te gemoet, als hij de kast opent.
Zijn neusgaten worden wijder, als hij die lucht opsnuift en grinnekend zegt: "Lekker! hm! lekker, hé poes? Ja, jij krijgt ook wat;" en als de kat met hoogen rug en opgeheven staart langs zijn beenen strijkt, voegt hij er bij: "Zoete poes, jij krijgt de korstjes; wees jij maar gerust."
Uit een hoek der kast brengt hij, in een krant gewikkeld, een vrij groot stuk kaas te voorschijn, dat hier en daar reeds groenachtig is uitgeslagen door 't lange liggen. Hij ruikt er aan en meesmuilt: "Lekker, lekker!"
Voorzichtig snijdt hij er een gedeelte van af en bergt de rest zorgvuldig weer in 't papier en in de kast, waaruit hij achtereenvolgens een stuk brood, wat boter, een flesch met brandewijn en een glas neemt.
Met welgevallen beschouwt hij de flesch tegen het licht der lamp, en terwijl hij met zijn duim en voorvinger tegen den buitenkant der flesch een zekere hoeveelheid van den inhoud afmeet, schenkt hij het vocht in het glas en kurkt de flesch weder dicht, nadat hij met zijn tong den druppel, die aan den hals bleef hangen, heeft verwijderd.
Hij snijdt een stuk brood af en legt dat bij de kaas en 't glas op een stuk papier, dat dienst doet als bord.
Als de rest der kostbare artikelen weer opgeborgen is, slaat Strijkman zijn boek dicht en zet zijn bril weer op, voordat hij gaat eten; waarschijnlijk omdat door 't brillenglas de hoeveelheid brood en kaas grooter schijnt.
Met de eene hand onder het hoofd gesteund zit hij bij de tafel en eet langzaam zijn traktatie.
"Hè! dat doet een oud mensch goed. Ja, poes, kaas is een heerlijke kost, maar te duur, eigenlijk veel te duur voor een burgermensch. Dáár, poes, dat is voor jou," en na zooveel mogelijk het weeke gedeelte er van te hebben afgebeten, met de enkele stompjes tand die hem resten, legt hij het korstje voor de kat, die het even besnuffelt en dan met scheef gehouden kop opknauwt. Met uiterst langzame teugjes drinkt hij het glaasje brandewijn ledig, smakt een paar malen met de dunne lippen en strijkt liefkoozend met de rechterhand over zijn maag, terwijl hij mompelt:
"Dat's warm, dat's lekker, dat brandt op je hart, dat doet goed,--maar 't is te duur, veel te duur. Voor een enkele maal kan het er door, maar 't is eigenlijk zonde van 't geld."
De kat kijkt hem met haar groene oogen aan en miaauwt zachtjes, als wilde zij zeggen: krijg ik niemendal?
"Wou jij ook wat hebben, hè! hè! hè! Lust jij ook brandewijn?" In Strijkmans oogen vlamt het boosaardig.
"Miaauw!"
"Wou je 't ook eens proeven, hè, poes?"
"Miaauw!"
Eensklaps pakt Strijkman de kat bij haar nekvel, trekt haar op den schoot en laat de paar laatste druppels uit het glaasje op haar neus en in den halfgeopenden bek loopen.
The book keeps going
Reading is free forever. Sign up and watch scenes appear while you read.



Scenes Storieta drew for other classics.
New illustrated classics
Once or twice a month: the latest books to get full character casts, scene art, and free comic editions. No account needed.