Storieta
English
Save & sign up

The opening · free to read

WAARIN DE GELEERDEN EN OOK DE DOMKOPPEN MET DE HANDEN IN HET HAAR ZITTEN.

"Pang!...."

"Pang!...."

De twee pistoolschoten gingen als het ware tegelijkertijd af. Eene koe, die op een afstand van vijftig passen ongeveer rustig graasde, kreeg een der kogels in de bovenrugwervels. Toch, dat moet erkend worden, had zij aan het geheele geval hoegenaamd geene schuld. De onschuldigen boeten in den regel voor de schuldigen.

Geen der beide vechtenden was geraakt geworden. Zoo gaat het gewoonlijk in de wereld.

Wie waren die twee heeren, die daar op elkander geschoten, die naar elkanders leven getracht hadden?

Wij weten het niet. En toch was, dunkt ons, de gelegenheid schoon, om hunne namen aan de vergetelheid te ontrukken, om die namen voor het verre nageslacht te bewaren. Alles wat hier evenwel medegedeeld kan worden is, dat de eene, de oudste, Engelschman, en de andere, de jongste, Amerikaan was.

Vraagt men of wij de plek kunnen aanduiden, waar de doodonschuldige herkauwster haar laatste bosje gras gegraasd had? Niets gemakkelijker dan dat. Dat viel voor op den rechteroever van de Niagara, niet heel ver van die hangende brug, welke de verbinding daarstelt van den Amerikaanschen met den Canadaschen oever, op ongeveer drie mijlen beneden de beide watervallen.

De Engelschman trad toen met vasten tred op zijn tegenstander den Amerikaan toe:

"En toch, in weerwil van alles, houd ik steeds vol, dat het de Rule Britannia! was," zeide hij.

"Neen, gij vergist u. Het was de Yankee Doodle; ik verzeker het u," hernam de andere.

De twist zou waarlijk weer losgebroken zijn, toen een der getuigen--waarschijnlijk in het belang van het grazend vee--meende tusschenbeiden te moeten komen.

"Kom, kom," zeide hij, "laten wij aannemen, dat het de Rule Britannia en de Yankee Doodle was, dan hebt gij beiden gelijk, en dan kunnen wij ten minste gaan ontbijten, niet waar? Vindt gij dat geen prachtig voorstel?"

Dat compromis tusschen de beide vaderlandlievende volksgezangen van Noord-Amerika en van Groot-Brittannië werd tot aller tevredenheid door beide partijen aangenomen.

Amerikanen en Engelschen gingen stroomopwaarts langs de Niagara en namen plaats aan de gastvrije tafel van het Goat-Island-hôtel, hetwelk op eene strook neutraal grondgebied tusschen de beide watervallen opgetrokken was.

Nu zij eenmaal voor hunne gekookte eieren, voor hunne traditioneele ham, voor hun koud roastbeef, dat met brandverwekkende mixed pickles smakelijk gemaakt werd, voor hunne thee, die bij stroomen vloot, om de beroemde watervallen jaloersch te maken, gezeten waren, nu zullen wij hen met rust laten. Wie weet daarenboven, of er over die mannen nog in dit verhaal zal gehandeld worden.

Wij voor ons gelooven aan die waarschijnlijkheid wel het allerminst.

Maar, wie had nu gelijk? De Engelschman, of de Amerikaan?

Dat was zeer moeielijk uit te maken. In ieder geval was dit tweegevecht een bewijs te meer, hoe hartstochtelijk opgewonden de gemoederen niet alleen in de Nieuwe maar ook in de Oude Wereld waren ter zake van een onverklaarbaar verschijnsel, hetwelk sedert een maand ongeveer, al de hersenen in de war bracht.

Inderdaad, nimmer had men, sedert de mensch op den aardbol verschenen was, zooveel en zoo bestendig naar den hemel gekeken als in deze laatste dagen.

Nu had juist gedurende den voorafgaanden nacht nog, eene luchttrompet hare schrille koperklanken door het luchtruim laten weergalmen, vlak boven dat gedeelte van Canada, hetwelk tusschen het meer Ontario en het meer Erie gelegen is. De een had duidelijk het Yankee Doodle gehoord, de andere het Rule Britannia. Vandaar die twist tusschen Anglo-Saksers, die met een stevig ontbijt te Goat-Island eindigde. Misschien hadden zij, alles wel beschouwd, niets van die vaderlandlievende gezangen gehoord, maar, wat door niemand betwijfeld werd, was dat dit vreemde geschetter zeer zonderling uit den hemel naar de aarde scheen neder te dalen.

Moest er aan een hemelsche trompet gedacht worden, die door een engel of een aartsengel bespeeld werd?.... Had men niet eerder te denken aan vroolijke en opgeruimde luchtreizigers, die dit klankrijke instrument, waarvan de Faam een zoo luidruchtig gebruik maakt, bespeelden?

Neen, waarlijk niet. Men kon kijken en turen, zooveel men maar wilde. Er was geen ballon, en er waren bijgevolg ook geen luchtreizigers te bespeuren. Een buitengewoon natuurverschijnsel deed zich in de hoogere luchtlagen vernemen.

Dat was een luchtverschijnsel, waarvan men noch den aard noch den oorsprong wist aan te wijzen.

Heden werd het boven Amerika vernomen en acht-en-veertig uren later boven Europa, acht dagen later in Azië boven het Hemelsche Keizerrijk.

Maar als nu die trompet, welker toon zeer duidelijk vernomen werd, niet die van het laatste oordeel was, welk soort van blaasinstrument was het dan?....

Dat natuurverschijnsel veroorzaakte in alle landen en streken van het aardrijk, in de verschillende keizerrijken, koninkrijken of gemeenebesten eene zekere mate van onrust, die bestreden moest worden.

Wanneer gij in uw huis vreemde en onverklaarbare geruchten zoudt vernemen, zoudt gij dan niet zoo spoedig mogelijk den aard van die geruchten willen leeren kennen? En als die nasporingen mislukten, zoudt gij dan uw huis niet verlaten, om een ander, meer rustig, te betrekken?

Ongetwijfeld, niet waar? Zoo zou ieder verstandig redelijk wezen handelen.

Maar in het onderhavige geval gold het niet uw huis, maar den geheelen aardbol.

Men kan dien bol maar niet zoo verlaten, om naar de Maan, naar Mars, naar Venus, naar Jupiter of naar eene andere planeet van ons zonnestelsel te verhuizen.

Men moest dus opsporen wat er omging, niet in de onmetelijke luchtledige ruimte, die onzen aardbol omgeeft, maar in de atmosferische lagen, welke zich tusschen die ruimte en den bol bevonden.

En, inderdaad, zonder lucht, geen geluid. En daar er toch geluid vernomen werd van die trompet, zoo moest het natuurverschijnsel plaats vinden te midden van de luchtlaag, welker dichtheid afnemende en verminderende is, zoodat zij zich op niet verder dan twee uren gaans van ons aardrijk uitstrekt.

Natuurlijk bespraken duizenden dagbladen, weekbladen en tijdschriften de zaak en behandelden haar en bekeken haar van alle kanten. Poogden zij het natuurverschijnsel toe te lichten, zoo benevelden en verduisterden zij het ook vaak. Zij verkondigden valsche of ware berichten, stelden hunne lezers gerust of beangstigden hen, naarmate dat in hun kraam en in het belang van de grootte hunner oplage te pas kwam, en prikkelden de menigte, die toch al niet erg op haar gemak was, hartstochtelijk.

Waarachtig, de staatkunde leed er door, hoewel de zaken over het algemeen niet minder gedreven werden en noch handelsman, noch nijverheidsman redenen van ontevredenheid hadden.

Maar, in Godsnaam, wat had er dan toch in dat luchtruim plaats?

Men raadpleegde de sterrenwachten van de geheele wereld. Van Parijs, van Greenwich, van Berlijn, van Rome, van Leiden.... in een woord allen. En toen die wetenschappelijke inrichtingen het antwoord schuldig bleven, vroeg men zich af, waartoe die sterrenwachten, die zooveel geld kostten, toch wel dienden.

Wanneer sterrenkundigen in staat zijn om sterren in dubbelsterren, in drievuldige sterren, op duizenden, op honderd-duizenden uren afstand te ontleden, waarom konden zij den aard en den oorsprong van een eenvoudig kosmisch natuurverschijnsel niet verklaren, dat toch maar plaats kon hebben binnen een straal van slechts weinige kilometers?

Waarlijk, de vraag kan gegrond heeten: waartoe dienen die sterrenkundigen?

Wat er dan ook maar op een telescoop, op een verrekijker, op een bril, op een neusknijpertje, op een tooneelkijker geleek, werd opgeduikeld om naar den hemel te turen, zelfs de monocles, de eenoogige brillen zou men ze kunnen noemen, waarvan de fatten zich zoo bevallig bedienen, werden gebruikt om gedurende die fraaie zomernachten het uitspansel te bespieden. Allen, die maar oogen en een brilleglas ter beschikking hadden, waren in de weer, en inderdaad hun getal was ontelbaar. Zonder overdrijving kon hun aantal, die gezichthelpende instrumenten van alle lengten en alle dikten bezigden, gerust op honderdduizend, ja op veel meer begroot worden. Er waren meer waarnemers dan sterren die aan de hemelsche transen met het bloote oog te zien waren.

The book keeps going

Keep reading, and see it illustrated

Reading is free forever. Sign up and watch scenes appear while you read.

Illustrated scene from FrankensteinIllustrated scene from The Great GatsbyIllustrated scene from Pride and Prejudice

Scenes Storieta drew for other classics.

New illustrated classics

A new classic, drawn, in your inbox.

Once or twice a month: the latest books to get full character casts, scene art, and free comic editions. No account needed.