Storieta
English
Sign up

The opening · free to read

Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net/

Per auto door den Kaukasus naar Perzië.

Naar het Fransch van Claude Anet.

Reizen, wat is het heerlijk, wat is het schoon! Men hecht eerst recht waarde aan de dingen des levens, als men op het punt is, ze te verliezen. Zou dat het geheim van de bekoring van het reizen wezen? In snelle opeenvolging ontdekt men telkens nieuwe landschappen, maakt kennis met oude en jonge steden, betreedt tempels en paleizen en vindt eenzaamheid en stilte, waar eens drukte van leven heerschte en men voelt, dat het alles u ontsnapt op het oogenblik van het eerste aanschouwen.

Wij zijn gereisd naar Midden-Perzië en hebben de rozen van Ispahan geplukt. We zijn niet de gewone wegen gegaan, want in plaats van met den trein naar Bakoe te stoomen, besloten we een deel van het traject en wel een zoo groot mogelijk deel per automobiel af te leggen. Zoo zijn we dan ook met onze machines in Bessarabië geweest, een land, dat nog lang terra incognita voor auto's blijven zal. De Krim hebben wij bezocht, en in den Kaukasus hebben regen en sneeuw ons opgehouden. Toen we eenige uitstapjes hadden gedaan rondom Batoem en Koetaïs, hebben wij den trein genomen en de auto's deden hetzelfde. In Perzië heeft één van ons geprobeerd, over de bergen bij Tabris het hooge plateau van Iran te bereiken, terwijl wij anderen in de automobielen de tweede heilige stad van het rijk der Shahs, Koem, bezochten. En toen we daar waren in de zesde week van onze reis, nadat we groote moeilijkheden hadden overwonnen, gevoelden we ons wel ver van Parijs en de onzen; maar we hebben te Ispahan een onvergetelijke week doorleefd.

Wij hadden twee jonge vrouwen meegenomen, of eigenlijk hadden zij ons meegevoerd, zoo groot en levendig waren haar enthousiasme, haar vroolijkheid, haar moed, haar wensch om het doel te bereiken. Zij waren gewend aan weelde en niets doen, aan comfort van allerlei aard; maar ze hebben met ons meegemaakt de nachten zonder slaap, gedeeld de onvoldoende maaltijden, de slechte, vuile herbergen, de koude van den vroegen morgen, den ijzigen wind der bergen en de hitte, die des middags uit de woestijn opstijgt.... Zij zijn te Ispahan geweest, en allen zijn we teruggekeerd.

Hoe konden zeven menschen van gezonde zinnen op het denkbeeld komen, per auto naar Perzië te gaan?

De wensch om met zijn auto eens een anderen weg te rijden dan van Toulon naar Nice, deed een mijner vrienden, prins Emanuel Bibesco, een reis ondernemen langs de Corniche van de Krim. Hij ging er eerst heen, zonder van huis te gaan, namelijk door in zijn Baedeker te lezen en kaarten te bekijken. Baedeker leerde hem o.a., dat er een stoombootdienst bestaat van Sebastopol naar Batoem in den Kaukasus. Op dien tijd, het was in Januari 1905, sprak hij er mij over.

Men zou al heel weinig van aardrijkskunde moeten weten, om niet te hebben gehoord, dat de Kaukasus een land van prachtige bergen is, en dat de Russen er wegen hebben aangelegd. Zoo bereisden wij dan den Kaukasus, altijd op dezelfde luie manier, reden door dalen en over passen, om in steden uit te rusten. We kwamen op de kaart te Bakoe aan de Kaspische Zee. Die hield ons tegen.

Toen kwam Emanuel Bibesco weer bij mij.

"Weet je, waar Resjt ligt?" vroeg hij.

"Resjt in Perzië?"

"Resjt in Perzië!"

"Niet heel ver van de Kaspische Zee, ten zuiden."

"Weet je nog wel, dat wij al te Bakoe zijn geweest?"

"Ik zie nog de kozakken in de straten."

"Er gaan tweemaal 's weeks stoombooten van Bakoe naar Enzeli, de haven van Resjt...."

Mijn hart begon onrustig te kloppen.

"En van Resjt naar Teheran," ging hij voort, "hebben de Russen een uitmuntenden weg aangelegd van 325 kilometer, waar de automobielen..."

"Zeg maar niets meer. Wanneer gaan we?"

We hebben drie maanden aan de voorbereiding besteed.

Er kwamen slechte berichten uit Rusland, zeer slechte berichten, maar niets hield ons terug. In de eerste dagen van April waren wij allen te Boekarest. Daar zal ik u voorstellen ons gezelschap, prins Georges Bibesco, verdienstelijk sportsman en zoon van een Bibesco, die in dubbele mate Franschman heeten mag door de twee oorlogen, waar hij aan deel nam, dien van Mexico en dien van 1870; dan zijn zeer jonge vrouw, die altijd bloemen had en die evenveel van verzen hield als van bloemen, terwijl zij er zelve zeer mooie maakte; verder haar nicht mevrouw Michel C. Phérékyde en den man van deze laatste, oud-leerling van Louis-le-Grand; prins Emanuel Bibesco, den ontwerper van deze reis, die in Rusland en den Kaukasus de verantwoordelijkheid voor onze expeditie op zich nam; den heer Leonida, roemeensch sportsman, en mijn persoon.

Buitendien onze drie chauffeurs, Keiler, een Zwitser, Eugène, een Franschman, die niet van de zee hield, en den melancholieken Giorgi, een Roemeen. Zij hadden nog wel eens reden, zich te verbazen dat wij op deze wijze voor ons pleizier reisden.

Laat ons vooral ook niet vergeten de drie wakkere automobielen, die ons vervoerden, een Mercedes van 40 paardenkrachten, een open wagen met kap; dan een Mercedes van twintig paardenkrachten, en een Fiat van zestien, alle van hetzelfde jaar en denzelfden aard.

Gedurende twee dagen en twee nachten rolde ik in expresstreinen naar het oosten; ik reed over München, Weenen en Boedapesth, maar den elfden April ging het dan werkelijk naar Perzië, en wij waren tegen negen uur in den morgen bijeen in het hôtel op den boulevard te Boekarest. We zagen er schilderachtig uit in onze stofmantels, regenmantels, bont, verschillende petten, gevoerde handschoenen, laarzen, slobkousen, putties en wat niet al, dat toonde, hoe wij niet maar voor een paar dagen op reis gingen. Bloedverwanten en vrienden waren bij het vertrek aanwezig.

Buiten stonden automobielen te puffen in de koude lucht. Ze behoorden aan leden van de Automobielclub van Roemenië, die ons zouden geleiden naar Giurgevo aan de Donau, waar we aan boord van een oostenrijksche stoomboot zouden gaan, want deze autoreis begint met de boot.

We zouden onze machines in Galatz weervinden, om door Bessarabië te rijden.

De lucht was helder en de barometer stond goed. We moesten den volgenden en daarop volgenden dag mooi weer hebben, want de bessarabische wegen zijn niet veel meer dan voetpaden door weeke aarde.

Omhelzingen, handdrukken, eerste genietingen van photografietoestellen, en we zeiden Boekarest vaarwel. Er liggen zestig kilometer tusschen die stad en Giurgevo, kilometers van een goeden roemeenschen weg, wat gelijk staat met een middelmatigen franschen. Het land was vlak met een paar reeksen niet zeer hooge heuvels. Ik zocht de Donau aan den horizon, maar vond ze niet. Te Giurgevo hadden we een zeer vroolijk ontbijt. De musici uit de plaats kwamen uit hun schoen- en kleermakerswerkplaatsen, trokken hun beste jas aan en maakten muziek voor ons; daarna dansten we in de groote societeitszaal. Zullen we ook te Teheran dansen?

Laat ons nu naar de Donau gaan, die een paar kilometer van de stad is verwijderd. Daar is het gele water, en aan den overkant in de verte de bulgaarsche oever. Bij de aanlegplaats der booten vonden we onze bagage, die met den trein was gekomen. Ieder van ons zocht alles na, om te zien of alle doozen en koffers en valiezen en shawls waren meegekomen.

Ik bewonder die reizigers, die, als ze naar verre landen en onbekende streken gaan, het nooit over hun bagage hebben. Het schijnt wel, of zij geen lichamen van vleesch en bloed hebben, en of ze ongevoelig zijn voor kou en regen, dorst en honger. Zulke reizigers zijn wij niet. Wij hebben schoon linnen noodig en nog allerlei andere dingen, en het meesleepen van al die benoodigdheden is een dagelijksche zorg van de reis. Elken dag moesten we valiezen in en uitpakken, dekens en shawls oprollen en ontvouwen, als men doodop is van moeheid. De lezer wordt verzocht medelijden met ons te hebben, maar bij onze manier van reizen is het onvermijdelijk.

Wij zijn met ons zevenen reizigers en drie chauffeurs. We hebben ieder recht op twee valiezen, ten onrechte handvaliezen genoemd. Alleen onze photografietoestellen vormden een heel bataljon. Ook waren er koffers, die op eigen gelegenheid treinen namen of booten of met de post reisden. Ze maakten een plezierreisje, en heel zelden ontmoetten wij ze op onzen tocht. We vonden ze soms op het onverwachtst en altijd met hetzelfde verbaasde genoegen.

Op het dek van de Donaustoomboot waren we zelf verwonderd, dat we nu heusch vertrokken waren. Het was een eentonig landschap, en de rivier was zoo breed, dat men bijvoorbeeld licht den oever van een eiland in de rivier voor den tegenoverliggenden oever der rivier kan aanzien. Den 12den April waren we te Braïla, een groote roemeensche uitvoerhaven, leelijke en moderne stad, en toen volgde Galatz, waar wij ons moesten inschepen op een russische stoomboot, die naar Odessa ging. We vonden de auto's op de kade. Ze moesten nu aan boord worden gebracht en dat was geen gemakkelijk werk. Een platboomd vaartuig kwam langszij met de wagens; maar de stoomboot had geen kraan, sterk genoeg, om ze op te hijschen. Een losse brug leidde van de kade naar de schuit, en van daar legde men balken en planken naar het dek van de stoomboot. Het was een helling van 40 ten honderd. Georges Bibesco bracht den motor in beweging; de raderen draaiden. Dertig arbeiders en russische matrozen tilden het zware ding op, en eindelijk was de machine aan boord. De beide andere werden op dezelfde manier opgeheschen. De inscheping duurde twee uren, en daarbij klonken vrijwat vloeken, russische, roemeensche, turksche en zelfs fransche. Onze ooren raken langzamerhand gewend aan het niet en het da der Slaven. Emanuel Bibesco heeft er spijt van, dat hij zoo gemakkelijk talen leert en van zijn onvoorzichtigheid, Russisch te leeren, want reeds vallen wij hem lastig met allerlei vragen.

We hadden heel wat vertraging toen we van Galatz vertrokken, iets, waarom de kapitein zich niet bekommert. Op de kade zonden vrouwen uit het volk afscheidsgroeten toe aan een armen soldaat, die naar den oorlog ging, naar het verre, vreemde Mandsjoerije. Een uur na het vertrek waren we te Reni, russisch douanestation. Maar onze aanbevelingen waren gericht aan de autoriteiten te Ismaïlia, waar wij aan wal zouden gaan. Het duurde lang, voor het met de douane in Reni in orde was. Ze zeiden, dat ze moesten wachten op den Gouverneur-Generaal van Bessarabië. Bij voorbaat waren wij slecht te spreken over de russische ambtenaren. De Gouverneur kwam met een geleide van prachtige officieren. Hij stapte naar de auto's op het dek, keek er naar en had een langdurig onderhoud met den kapitein. Reeds zagen we ons den voortgang verhinderd en allerlei moeilijkheden met de douane; maar toen de man weg was, hoorden we, dat hij bevel had gegeven, om op alle manieren onze reis door zijn gouvernement te vergemakkelijken.

Toen ging het verder de Donau af naar Ismaïlia; we kregen de eerste kozakken te zien; een ruiter op een klein paardje reed langs de rivier aan den linkerkant. Rechts ligt de roemeensche Dobroedsja, een vlakte, begrensd door lage bergen. Links is Bessarabië met kudden schapen, oude wilgen, zandige oevers, schaarsch gras, alles overgoten met een rosse tint.

The book keeps going

Keep reading, and see it illustrated

Reading is free forever. Sign up and watch scenes appear while you read.

Illustrated scene from The Great GatsbyIllustrated scene from Pride and PrejudiceIllustrated scene from Alice's Adventures in Wonderland

Scenes Storieta drew for other classics.

New illustrated classics

A new classic, drawn, in your inbox.

Once or twice a month: the latest books to get full character casts, scene art, and free comic editions. No account needed.