
Public-domain ebook
Cesar Cascabel: "De Schoone Zwerfster"
by Jules Verne
Language: nl3,563 downloads on Project Gutenberg
Subjects
In: Adventure·Novels·French Literature
Public-domain ebook sourced from Project Gutenberg #26143.

Public-domain ebook
by Jules Verne
Language: nl3,563 downloads on Project Gutenberg
Subjects
In: Adventure·Novels·French Literature
Public-domain ebook sourced from Project Gutenberg #26143.
Dit is een levendig historisch avontuur dat zich afspeelt in het Californië van 1867, een periode waarin de goudkoorts al tot rust is gekomen en de jonge stad Sacramento zich ontpopt tot een bruisende handelsmetropool. Het verhaal opent met een alledaags maar humoristisch tafereel: een familie bespreekt de aanschaf van een geldkist, terwijl de vader, Cesar Cascabel, zich voorbereidt op een grote reis door het Amerikaanse Westen. De tekst mengt gedetailleerde beschrijvingen van de stad, de economische situatie en de alledaagse zorgen van een gezin met een speelse dialoog tussen de personages, waardoor de lezer meteen wordt ondergedompeld in de sfeer van een tijdperk vol pioniersgeest en familiale dynamiek.
De vertelstijl is rijk aan 19e‑eeuwse Nederlandse proza, met lange zinnen, ouderwetse spelling en een mengeling van humor en serieuze beschrijvingen. Lezers die houden van historische fictie met een sterke nadruk op plaatsbeschrijvingen, avontuurlijke reizen en levendige familiescènes zullen zich aangetrokken voelen tot dit werk. Het is bijzonder geschikt voor liefhebbers van Jules Verne‑achtige epische reizen, maar ook voor wie graag een gedetailleerd beeld krijgt van het leven in het post‑goudkoorts‑Californië.
The opening · free to read
EEN MAN VAN FORTUIN.
--Heeft er niemand geld meer bij zich? Komaan kinderen, zoekt eens in uwe zakken!
--Hier heb ik nog wat, vader, antwoordde het meisje.
Uit haar zak bracht zij een groen papiertje te voorschijn, vierkant, vet en beduimeld. De woorden United States fractional currency die er op gedrukt stonden als randschrift rondom het borstbeeld van een heer in burgerkleeding, met het cijfer 10 zesmaal herhaald in de hoeken, waren nauwelijks meer te lezen. Dit beteekende dat het tien Amerikaansche centen, of ongeveer een hollandsch kwartje waard was.
--Hoe komt ge daaraan? vroeg de moeder.
--Dat heb ik den laatsten keer opgehaald, was het antwoord van Napoleona.
--Hebt gij niets meer, Sander?
--Niemendal vader.
--En Jan?
--Geen cent.
--Hoeveel moet ge dan nog hebben Cesar? vroeg Cornelia aan haar man.
--Als wij eene ronde som hebben willen, komen er twee centen te kort, verklaarde mijnheer Cascabel.
--Hier zijn ze, patroon, kwam Kruidnagel vertellen terwijl hij een stuk kopergeld, dat hij uit de diepte van een zijner zakken had opgedoken, door de lucht liet vliegen.
--Mooi zoo, Nageltje! riep de kleine meid.
--Mooi, nu zijn wij er! liet Cascabel volgen.
Inderdaad: »hij was er«, om de woorden van den braven kunstenmaker te gebruiken. In het geheel had hij twee duizend dollars bijeen, dat is ten naasten bij vijf duizend gulden.
Vijf duizend gulden, door eigen talent en vlijt aan de goedgeefschheid van jan en alleman afgedwongen, is dat niet een fortuintje?
Cornelia gaf haar man een zoen en al de kinderen volgden een voor een haar voorbeeld.
--Nu moeten wij ons eene brandkast aanschaffen, hernam Cascabel, een mooie brandkast met een geheim slot, om onzen schat te bewaren.
--Is dat werkelijk noodig? vroeg Cornelia, altijd een weinig bang voor buitensporige uitgaven.
--Cornelia, wij kunnen er niet buiten.
--Zou een geldtrommel niet voldoende zijn?
--Dat is nu weer zoo'n vrouwenpraatje! riep Cascabel. Een trommel, dat is goed om oorringen en armbanden in te bewaren. Voor baar geld is eene brandkast noodig of op zijn minst een geldkist, vooral omdat wij met onze vijfduizend gulden eene lange reis hebben te maken.
--Nu, koop dan een geldkist, maar denk er aan dat ge afdingt! waarschuwde de zuinige Cornelia.
Het hoofd des gezins opende de deur, die toegang gaf tot het »prachtige en sterke rijtuig«, dat de reizende familie tot woning diende. Hij stapte de ijzeren trede af die vóór de deur hing en sloeg eene der straten in welke naar het hart der stad Sacramento voerden.
Het kan in de maand Februari koud zijn in den staat Californië, ofschoon die op gelijke aardrijkskundige breedte ligt als Spanje. Maar gewikkeld in zijn wijden mantel met nagemaakt marterbont gevoerd en met zijne pelsmuts over de ooren, kon mijnheer Cascabel de koude weinig deren en stapte hij vroolijk voort. Een geldkist, eindelijk een geldkist te bezitten, was iets waar hij zijn leven lang van gedroomd had. Die droom stond op het punt werkelijkheid te worden!
Hetgeen wij bezig zijn te vertellen viel voor in de tweede maand van het jaar 1867.
Negentien jaren vóór dat tijdstip was de plek waar tegenwoordig de stad Sacramento staat, nog niets dan eene groote, ledige vlakte met een fortje in het midden, een soort van versterkt blokhuis, dat door de Settlers en de eerste reizende kooplieden gebouwd was om tegen de aanvallen der West-Amerikaansche Indianen beveiligd te zijn. Maar nadat de Amerikanen het land van de Mexicanen afgenomen hadden, die te zwak waren om het naar behooren te verdedigen, was er in den toestand van Californië spoedig verandering gekomen. Het fortje had plaats gemaakt voor eene stad en die was na nog geen twintig jaren eene van de aanzienlijkste steden in de Vereenigde Staten geworden, zonder dat herhaalde branden en overstroomingen in staat waren geweest dien snel wassenden omvang te stuiten.
In 1869 had mijnheer Cascabel dus niets meer te vreezen van vijandige Indiaansche stammen. Ook werd de publieke weg niet langer onveilig gemaakt door roofzuchtige vagebonden uit alle landen der aarde, die in 1849 Californië kwamen overstroomen. In dat jaar werden de goudmijnen ontdekt, die een weinig meer naar het noordwesten, op de vlakte van Grass-Valley gelegen zijn en onder welke de beroemde mijn van Allison-Ranch, waarvan het gesteente gemiddeld een halven gulden aan goud op iedere kilogram erts bevatte, het meest vermaard is geworden.
Die tijd, met zijne ongehoorde fortuinmakerij, vaak gevolgd door een nog sneller ondergang, gepaard met de diepste armoede, was thans voorbij. Geen goudzoeker was er meer te vinden, zelfs niet in het district Caribou, een gedeelte van engelsch Columbia, noordelijk van het Washington-territorium, waar nog in 1863 de mijnwerkers bij duizenden werden aangetroffen. Geen gevaar dus dat Cascabel's spaarduitje, in den letterlijken zin van het woord door hem in het zweet zijns aanschijns bijeengebracht en nu met zorg in de zakken van zijnen mantel geborgen, hem onderweg ontstolen kon worden. Om de waarheid te zeggen was het aanschaffen van eene geldkist dan ook voor het veilige bewaren van zijnen schat niet zóó onontbeerlijk als hij voorgaf. Maar hij hechtte er aan omdat hij voornemens was eene groote reis te ondernemen door de weinig bezochte streken van het verre Westen, waar het misschien minder veilig zou zijn dan in Californië. Het doel dier reis was naar Europa terug te keeren.
Onbekommerd vervolgde mijnheer Cascabel dus zijnen weg door de breede en nette straten van Sacramento. Hij ging over statige vierkante pleinen, in den zomer beschaduwd door zware boomen die nu hun bladerenkroon misten, omringd van weelderige hôtels en particuliere huizen, sierlijk en geriefelijk gebouwd, van openbare gebouwen in nieuw-engelschen stijl, van monumentale kerken vooral, door welk een en ander de hoofdplaats van Californië geheel het voorkomen van eene groote stad heeft. De straten waren vol bedrijvige menschen, kooplieden, reeders, fabrikanten, sommige het hoofd vol van de scheepsladingen die over de breede rivier of naar den Stillen Oceaan op reis waren, andere op weg naar den Folson-spoorweg, die de kortste gemeenschap met het hart der Vereenigde Staten vormt.
Onder het fluiten van een franschen militairen marsch richtte Cascabel zijne schreden naar de High-Street. Daar had zijn vorschend oog eenen winkel opgemerkt waar een mededinger van de beroemdste brandkastenmakers der wereld zijne waren te koop bood. Wat in het magazijn van William J. Morlan verkocht werd, had den naam van goed en niet duur te zijn, in betrekkelijken zin altijd en in aanmerking genomen den hoogen prijs van alle fabrieks-artikelen in de Vereenigde Staten van Noord-Amerika.
William J. Morlan bevond zich in zijn magazijn toen Cascabel daar binnentrad.
--Uw dienaar, mijnheer Morlan, begon hij. Ik zou mij wel eene geldkist willen aanschaffen.
William Morlan kende Cascabel, even als ieder in Sacramento hem kende. Was hij niet sedert drie weken de beste straatkunstenaar die zich in de stad bevond! Heel beleefd antwoordde de fabrikant dus:
--Eene geldkist mijnheer Cascabel? nu, daar wensch ik u van harte geluk mede.
--Hoe bedoelt gij dat?
--Wel, omdat iemand die eene geldkist komt koopen, wel eenige zakken dollars te bewaren moet hebben.
--Dat zal wel waar zijn, mijnheer Morlan.
--Welnu neem dan deze, antwoordde de winkelier, terwijl hij op eene manshooge brandkast wees, die goed op hare plaats geweest zou zijn in het kantoor van de gebroeders Rothschild of van andere bankiers, die in den regel goed van geld voorzien zijn.
The book keeps going
Reading is free forever. Sign up and watch scenes appear while you read.



Scenes Storieta drew for other classics.
New illustrated classics
Once or twice a month: the latest books to get full character casts, scene art, and free comic editions. No account needed.