Storieta
English
Save & sign up

About this book

Dit werk is een systematische uiteenzetting van de spellingregels die de Redactie van het Nederlandsch Woordenboek in 1863 heeft vastgesteld. Het begint met een plechtige inleiding waarin de redactieraad haar verplichting beschrijft om, temidden van de uiteenlopende meningen onder taalkundigen, een eenduidig orthografisch kader te formuleren. Vervolgens wordt uitgelegd dat de Noord‑Nederlandse spelling als basis wordt genomen, met aanpassingen die de wetenschap en de praktijk rechtvaardigen. De auteur, L. A. Winkel, presenteert een reeks algemene grondbeginselen, gevolgd door een kritische bespreking van specifieke problematiek – van samen‑ en los‑schrijven tot de correcte vorm van verbogen deelwoorden – en onderbouwt elke keuze met verwijzingen naar eerdere taalkundige werken.

De toon is formeel en didactisch, typerend voor de midden‑negentiende eeuwse taalkundige literatuur. De stijl kenmerkt zich door lange, zorgvuldig opgebouwde zinnen en een nadruk op rationaliteit en consensus. Lezers met een belangstelling voor de geschiedenis van de Nederlandse taal, orthografische hervormingen of de ontwikkeling van wetenschappelijke naslagwerken zullen dit boek als een waardevolle bron beschouwen. Ook studenten en onderzoekers die de evolutie van spellingnormen willen volgen, vinden hier een gedetailleerd en goed onderbouwd naslagwerk.

The opening · free to read

De taak der Redactie bestond derhalve niet in het ontwerpen van een nieuw spellingstelsel, maar alleen in de overweging, welke verbeteringen de bestaande spelling, bij de hoogte die de wetenschap in onze dagen bereikt heeft, scheen te vereischen. Met dit doel voor oogen, heeft de Redactie het geheele vraagstuk der spelling aandachtig nagegaan en de geschilpunten zorgvuldig getoetst, met inachtneming van alles, wat daarover sedert 1804 door onze taalkundigen is geschreven. Vooral heeft zij getracht, die gebrekkige schrijfwijzen te verbeteren, die op onjuiste woordafleidingen steunden, of waarbij de in het stelsel zelf aangenomene beginselen en regels hetzij verkeerdelijk, hetzij in het geheel niet waren toegepast. Om hierin met te meerder zekerheid te werk te gaan en den strijd te vereffenen, die zich hier en daar tusschen de verschillende spelregels voordeed, heeft zij gemeend vóór alles de grondbeginselen der orthographie uit de natuur en de bestemming van het schrift te moeten afleiden, ten einde langs dezen weg des te juister hunne onderlinge verhouding te bepalen. Immers, zoodra de hoogere of geringere waarde der algemeene beginselen eenmaal is vastgesteld, behoeft men bij de waardeering der bijzondere regels niet verlegen te staan met de vraag, welke regel in dit of dat bijzonder geval gelden moet. Eerst derhalve de algemeene regels na te gaan, te formuleeren en volgens hunne waarde te rangschikken, en daarna de betwiste of twijfelachtige punten te toetsen: ziedaar wat de Redactie zich voorstelde. Met gerustheid mag zij verklaren, dat het haar streven geweest is, hare taak zoo objectief mogelijk op te vatten en overal de strengste onzijdigheid te bewaren.

In de volgende bladzijden worden de vruchten van ons gemeenschappelijk overleg aan onze landgenooten aangeboden. Zij bevatten de uitdrukking onzer eenparige, na zorgvuldig wikken en wegen gevestigde overtuiging. De heldere uiteenzetting daarvan is men verschuldigd aan ons geacht Medelid, Dr. Te Winkel, die aan ons onderzoek het werkzaamste aandeel nam, en zich welwillend belastte met de taak, de resultaten in een opzettelijk betoog voor te dragen, dat vervolgens, in eendrachtige samenwerking met den ondergeteekende herzien en aangevuld, ook de toestemming van ons hooggeschat Belgisch Medelid, Prof. David, mocht verwerven. Aan niemand voorzeker kon de taak om zulk een betoog te leveren beter toevertrouwd zijn dan aan den schrijver van het werkje, De Nederlandsche Spelling getiteld, hetwelk door onze taalkundigen en onderwijzers zoo gunstig is opgenomen, dat binnen drie jaren reeds een derde druk noodzakelijk werd. In dat werkje, ten behoeve van het onderwijs in onze vaderlandsche scholen geschreven, had Dr. Te Winkel de algemeen aangenomene--zoogenaamde Siegenbeeksche--spelling ontvouwd, met invlechting slechts, hier en daar, van enkele critische aanmerkingen. Alleen een onverklaarbaar misverstand heeft onlangs een hooggeleerd beoordeelaar--in het beste onzer tijdschriften--kunnen verleiden tot de voorbarige en door niets gerechtvaardigde meening, alsof dit werkje tevens het spellingstelsel bevatte, »dat nu zeker ook tot grondslag gelegd zal worden aan het Nederlandsch Woordenboek." Waar had ooit òf de Redactie òf Dr. Te Winkel een woord gesproken, dat recht gaf tot de onderstelling, alsof--in strijd met het vastgestelde Ontwerp--de spelling van Siegenbeek zoogoed als onveranderd in het Woordenboek zou worden gevolgd? Integendeel, het voornemen om in die spelling de noodige verbeteringen aan te brengen, was in het openbaar duidelijk uitgesproken. Doch het oogenblik, om zich van die belofte te kwijten en van het ontworpen plan rekenschap te geven, achtte de Redactie eerst thans gekomen, nu de uitgave van het Woordenboek begint te naderen, en de onlangs gehoudene vergadering van het Zevende Taal- en Letterkundig Congres haar eene geschikte aanleiding heeft geboden, om--volgens de bepalingen van het Ontwerp--de resultaten van haar onderzoek aan het oordeel van deskundigen te onderwerpen. Het is waar, de afzonderlijke beraadslaging, die bij dat Congres was aangekondigd, heeft geene plaats kunnen vinden: de drukke werkzaamheden, die drie langdurige zittingen vulden, en meer nog de gulle gastvrijheid der Bruggenaars, lieten geen tijd over voor eene rustige conferentie over de spelling, waarvan trouwens de wijdloopige debatten over aa of ae de leden reeds meer dan verzadigd hadden. Toch is die bijeenkomst te Brugge, door hetgeen in kleinere kringen behandeld werd, ook voor onze zaak niet onvruchtbaar gebleven. Van verschillende zijden mocht de Redactie bedenkingen vernemen, die tot hernieuwde overweging aanleiding gaven. Is daardoor aan den éénen kant de uitgave van ons betoog misschien wat lang vertraagd, aan de andere zijde heeft zeker het gehalte bij dat uitstel niet verloren. Ook verder houden wij ons dringend aanbevolen voor al de aanmerkingen, die men ons in het openbaar of schriftelijk zal willen mededeelen. Het zal ons ernstig streven zijn, alles rijpelijk te onderzoeken en ook op het gebied der spelling, dat van zooveel strijd getuige was, te trachten naar de waarheid alleen; want--het is te recht in het Ontwerp gezegd--»elke onwaarheid moet vroeg of laat te niet gaan, maar de waarheid zal stellig zegevieren, en zij is het alleen, die duurzame verzoening verzekert."

Nog een paar opmerkingen tot juiste aanwijzing van het plan en den inhoud dezer bladzijden.

Daar de bestaande spelling, die als uitgangspunt werd aangenomen voor de schrijfwijze in het Woordenboek te volgen, genoegzaam bekend is, mocht het als overtollig en ontijdig worden beschouwd, ons geheele spellingstelsel in alle bijzonderheden te ontvouwen. Men vindt hier derhalve alleen eene ontwikkeling en waardeering der algemeene grondbeginselen; eene opgave der verbeteringen die wenschelijk schijnen; en eene herinnering van de onderscheidene schrijfwijzen, waaromtrent onze letterkundigen in gevoelen verschillen, met vermelding van de keuze, die de Redactie gemeend heeft daaruit te moeten doen, en beknopte aanwijzing der redenen, die haar bij die keuze hebben geleid. Zij heeft zich natuurlijk bepaald tot die punten, die werkelijk betwist of twijfelachtig waren, en zich niet opgehouden met de vermelding der talrijke feilen, die zoo dikwijls ook door schrijvers van naam worden begaan, maar daarom niet minder onverdedigbaar blijven. Uitwijden b.v. voor uitweiden, ten aanhoore voor ten aanhooren, de verbogen deelwoorden gehaatte, vergoodde, voor gehate, vergode, de verwarring van kindschheid en kindsheid, of de onchristelijke spelling van kersfeest, kersnacht, voor kerstfeest, kerstnacht, en dergelijke slordigheden meer, hoe gewoon zij ook mogen zijn, het blijven feilen en niets meer. Zaken, die bij alle deskundigen sedert lang uitgemaakt zijn, behoeven niet meer geregeld te worden en lagen dus buiten onze beschouwing.

Er waren echter eenige belangrijke punten, die, in Siegenbeek's Verhandeling over de Spelling onaangeroerd gebleven en nooit door eenig taalkenner opzettelijk behandeld, in zooverre tot weinig geschil aanleiding hadden gegeven, maar niettemin eene bepaalde regeling vereischten, om de groote verwarring, die daaromtrent--bij het volslagen gemis aan eenig voorschrift of richtsnoer--tot dusverre heerschte. Zoo b.v. de gewichtige vraag: welke woorden en uitdrukkingen aaneen te schrijven? welke in hunne deelen gescheiden te laten? De nauwkeurige overweging van dit omslachtig en ingewikkeld vraagstuk heeft de Redactie tot eene bepaalde uitkomst geleid, die--naar zij vertrouwt--niet zonder belangstelling ontvangen zal worden, als eene bijdrage om in het schrijven onzer moedertaal regelmatig, oordeelkundig en naar vaste beginselen te werk te gaan.

Moge dan deze arbeid strekken om in het Woordenboek, met welks bewerking de Redactie zich ijverig bezighoudt, het belangrijke vraagstuk der spelling te regelen op eene wijze, aan de eischen der wetenschap en de behoeften der practijk gelijkelijk voldoende.

Leiden, 23 Januari 1863. M. D. V.

De volgende bladzijden behelzen de tweede--herziene en veel vermeerderde--uitgave van het Ontwerp der Spelling, door de Redactie van het Woordenboek der Nederlandsche Taal in 1863 in het licht gezonden. Het Ontwerp is nu eene Regeling geworden, het voorloopige plan in een bepaald besluit veranderd; want de tijd was daar, dat onze spelling tot in alle bijzonderheden voorgoed moest worden vastgesteld. Reeds is de eerste aflevering van het Woordenboek verschenen; de tweede ligt bijna gereed. Onze landgenooten, die onzen arbeid met hunne belangstelling vereeren, hebben dus reeds de spelregelen kunnen opmerken, die door ons zijn aangenomen. Maar wij zijn hun nader rekenschap verschuldigd van de beginselen, die ons daarbij hebben geleid; bovenal van de wijzigingen, die wij sedert de verschijning van ons eerste Ontwerp noodzakelijk of raadzaam hebben geacht.

Onze openlijke uitnoodiging, dat deskundigen ons hunne aanmerkingen en bedenkingen op het voorgedragen spellingplan niet mochten onthouden, is niet vruchteloos geweest. In verscheidene grootere en kleinere geschriften, maandwerken, dagbladen enz. is het vraagstuk der orthographie, dat een tijdlang gesluimerd had, met vernieuwden lust op het tapijt gebracht en aan alle kanten besproken. Alle twijfelachtige punten zijn opnieuw aan veelzijdige critiek onderworpen; de meest verschillende meeningen hebben warme verdedigers gevonden; over en weder is alles aangevoerd wat vóór of tegen te zeggen viel. Ook aan belangrijke opmerkingen in bijzondere briefwisseling, van zeer bevoegde handen, heeft het ons niet ontbroken. Van hoeveel invloed dit alles geweest is, heeft reeds de eerste proeve van het Woordenboek bewezen en zal in deze bladzijden nader blijken. Het spreekt wel vanzelf, dat er onder de bedenkingen, die men geopperd heeft, veel was waarmede wij ons niet konden vereenigen. Zoo het ergens moeilijk is tot eenstemmigheid te geraken, het is vooral op het gebied der orthographie, wier regeling, bij een zoo beperkt letterstelsel, een aantal onoplosbare bezwaren medebrengt, en juist daardoor altijd tot tegenstrijdige gevoelens aanleiding moet geven. De ervaring heeft het ook nu weder op de afdoendste wijze getoond. Wat de een in ons Ontwerp laakte, werd juist door den ander geprezen; de verandering, die dezen het meest beviel, door genen het strengst afgekeurd. Reden genoeg om uit eigen oogen te blijven zien en, met bedaarde overweging van alle meeningen, naar niets anders te streven dan naar de waarheid alleen, voor zooverre die althans in zaken van dezen aard bij benadering kan worden bereikt. Daar kwam bij, dat het standpunt, waarop zich onze geachte beoordeelaars plaatsten, niet altijd datgene was, waarop wij behoorden vast te staan. Hun was het veelal om bijzondere punten te doen, losse, op zich zelf staande vraagstukken omtrent de schrijfwijze van deze of gene woorden, al naarmate eene geliefkoosde overtuiging of gevestigde voorkeur medebracht; terwijl wij, die het geheel behandelden, het gansche spellingstelsel in zijnen logischen samenhang moesten beschouwen en alle bijzonderheden in onderling verband aan algemeene beginselen toetsen. Bij iedere afzonderlijke vraag moest ons de geheele reeks van soortgelijke vragen, en de band die ze alle aaneenknoopt, voor oogen staan, ten einde te verhoeden, dat nu eens deze, dan weder een andere maatstaf werd aangelegd, en te zorgen, dat de eenheid in het geheele stelsel bewaard bleef. Moge dan al onze keuze hier of daar bij den eersten aanblik inconsequent schijnen, omdat zij wel eens strijdig is met den eenen of anderen bijzonderen, maar ondergeschikten spelregel, bij nader inzien zal zij blijken in overeenstemming te wezen met het geheel en met de natuurlijke grondbeginselen der spelling, die uit het wezen en de bestemming van het schrift noodwendig voortvloeien. Consequentie in het geheel en volstrekte consequentie in alle onderdeelen zijn onvereenigbaar bij elk stelsel, dat, gelijk de spelling eener taal, niet door één allesomvattend brein is bepaald en geregeld, maar de samenvoeging is van partieele meeningen omtrent bijzondere punten, die zich naast elkander vestigden en eerst allengs zich tot een geheel vereenigden, waarin uit den aard der zaak de innerlijke overeenstemming niet volkomen zijn kon, omdat niemand het geheel overzag. Bij de beslissing van dien innerlijken strijd was het onze overtuiging, dat het bijzondere en ondergeschikte ook in de spelling voor het algemeene en hoogere moest onderdoen. Doch juist bij die omvattende beschouwing van het geheel en al zijne deelen was herhaald onderzoek en rijp beraad een dubbel onmisbaar vereischte, en daartoe hebben ons de vele opmerkingen, twijfelingen en bezwaren, die wij mochten vernemen, overvloedige stof gegeven. Niets hebben wij ter zijde gelegd zonder aandachtige overweging. Zoowel de grondbeginselen, waarvan ons Ontwerp uitging, als de bijzondere stellingen, die het bevatte, hebben wij nogmaals opzettelijk overdacht, nauwkeurig beproefd en met de gemaakte bedenkingen vergeleken. Menige wijziging, menige zelfs van gewicht, is daarvan het gevolg geweest; en met te meer grond durven wij ons vleien, dat de nu voor het Woordenboek vastgestelde spelling aan hare wetenschappelijke en practische bestemming zal mogen voldoen.

The book keeps going

Keep reading, and see it illustrated

Reading is free forever. Sign up and watch scenes appear while you read.

Illustrated scene from The Adventures of Sherlock HolmesIllustrated scene from FrankensteinIllustrated scene from The Great Gatsby

Scenes Storieta drew for other classics.

New illustrated classics

A new classic, drawn, in your inbox.

Once or twice a month: the latest books to get full character casts, scene art, and free comic editions. No account needed.