Storieta
Sign up

The opening · free to read

Hoe De Vriendenkring Der Bohème Tot Stand Kwam

Ziehier hoe het toeval, dat de ongeloovige sceptici den zaakwaarnemer van onzen Lieven Heer noemen, op een goeden dag de individuen met elkaar in aanraking bracht, die in hun broederlijke samenhoorigheid later den vriendenkring zouden vormen, samengesteld uit dat deel der Bohème, hetwelk de schrijver van dit boek getracht heeft aan het publiek te doen leeren kennen.

Op een goeden morgen (het was 8 April) werd Alexandre Schaunard, die twee vrije kunsten, n. l. de schilderkunst en de muziek, beoefende, plotseling gewekt door het wijsje, dat een haan uit de buurt, dien hij als wekker gebruikte, hem toezong.

"Allemachtig!" riep Schaunard uit, "mijn gevederde wekker loopt voor; het kan nog onmogelijk vandaag zijn."

Terwijl hij dit zeide, sprong hij vlug uit een meubelstuk, dat hij na heel veel moeite en inspanning uitgedacht had, en dat 's nachts de rol van bed speelde--en niet om er wat van te zeggen, maar het speelde die vrij slecht--, terwijl het overdag die van alle andere meubels vervulde, welke ten gevolge van de strenge koude, die den vorigen winter geheerscht had, door afwezigheid schitterden: een soort Jan-draag-an-meubel dus, zooals men ziet.

Om zich tegen den snijdenden kouden morgenwind te beschermen, schoot Schaunard inderhaast een rose zijden en met sterretjes en loovertjes bezaaiden rok aan, dien hij als kamerjapon gebruikte. Dit klatergoud was op een bal-masqué-nacht bij den artist achtergelaten door een Pierrette, die zoo dom geweest was zich te laten vangen door de bedriegelijke beloften van Schaunard, die, vermomd als markies de Mondor, in zijn zakken den verleidelijken klank had laten rinkelen van een dozijntje daalders, nagemaakt geld, uit een stuk metaal door een uitslagmachine gesneden, en uit de accessoires van een schouwburg geleend.

Na zich in zijn kamertoilet gestoken te hebben, zette hij het raam en het luik open. Als een lichtpijl drong plotseling een zonnestraal in de kamer door, die hem dwong zijn oogen, welke nog vol slaap zaten, wijd open te doen; tegelijkertijd sloeg het op een kerktoren in de buurt vijf uur.

"De ochtendstond in eigen persoon," mompelde Schaunard in zichzelf; "dat is prachtig. Maar," voegde hij eraan toe, een kalender, die aan den muur hing, raadplegende, "desniettemin is zij leelijk in de war. De aanwijzingen der wetenschap verzekeren, dat in dezen tijd van het jaar de zon eerst om half zes moet opgaan; het is pas vijf en nu is zij al op. Een misdadige ijver! dat hemellichaam is heelemaal van streek; ik zal een klacht indienen bij de sterrewacht. Intusschen," voegde hij eraan toe, "zou ik me toch eigenlijk een beetje ongerust moeten gaan maken; het is vandaag de dag, volgende op dien van gisteren, en daar het gisteren de 7de was, moet het, tenzij Saturnus achterwaarts loopt, vandaag de 8ste April zijn; en indien ik de woorden van dit geschrift gelooven mag," zeide Schaunard, terwijl hij een deurwaardersexploot, dat hij aan den muur geplakt had, ging lezen, "moet ik vandaag om twaalf uur precies deze vertrekken verlaten en mijnheer Bernard, mijn huisbaas, een som van vijf-en-twintig francs ter hand gesteld hebben voor drie vervallen termijnen huur, die hij in een zeer slecht schrift van mij opeischt. Zooals altijd had ik hoop gehad, dat het toeval er zich mede zou belasten deze zaak in het reine te brengen; maar het begint erop te lijken, dat het er geen tijd voor gehad heeft. Enfin, ik heb nog zes uur voor me; wie weet, wanneer ik ze goed gebruik .... Vooruit .... vooruit, op weg," voegde Schaunard eraan toe.

Hij maakte aanstalten, om een overjas, waarvan de oorspronkelijk langharige stof door een algemeene kaalheid was aangetast, aan te trekken, toen hij plotseling als bezeten in zijn kamer een door hem gecomponeerde balletdans begon uit te voeren, die hem op de publieke bals meermalen de eer verschaft had kennis te maken met de politie.

"Kijk, kijk!" riep hij uit, "het is verwonderlijk, zooals de morgenlucht je op idées brengt; het is net, alsof ik mijn wijsje op het spoor ben. Even probeeren ...."

En, half naakt, ging hij voor zijn piano zitten en begon, na het ingeslapen instrument door een stormachtigen accoordaanslag te hebben gewekt, op het klavier den melodischen zin, dien hij reeds sedert zoo langen tijd zocht, te vervolgen.

"Do, sol, mi, do, la, si, do, ré, boem, boem. Fa, ré, mi, ré. Nee, aïe! die ré is zoo valsch als Judas," riep Schaunard uit en sloeg daarbij zoo hard als hij kon op de noot met den twijfelachtigen klank. "Laten wij den mineur eens probeeren .... Die moet het verdriet schilderen van een jong meisje, dat een witte margeriet in een blauw meer ontbladert. Het is niet wat je een bepaald nieuw denkbeeld noemt. Enfin, het is nu eenmaal de mode, en daar je niet makkelijk een uitgever zoudt vinden, die een romance durft uitgeven, waarin geen blauw meer voorkomt, moet ik me er wel in schikken .... Do, sol, mi, do, la, si, do, ré; dat klinkt zoo kwaad niet, het geeft vrijwel een denkbeeld van een madeliefje, vooral aan menschen, die sterk zijn in botanie. La, si, do, ré, verdomde ré, loop naar den bliksem! Om een goed denkbeeld te geven van het blauwe meer, zou ik nu iets vochtigs, hemelsblauws, iets heldere-maanachtigs (want de maan is ook van de partij) noodig hebben; maar laat ik oppassen, dat ik de zwaan niet vergeet .... Fa, mi, la, sol," ging Schaunard voort, terwijl hij de heldere noten van de hooge octaven liet klinken. "Rest nu nog het afscheid van het jonge meisje, dat besluit zich in het blauwe meer te storten, om zich weer met haar onder de sneeuw begraven geliefde te vereenigen. Die ontknooping is niet duidelijk," mompelde Schaunard, "maar zij is interessant. Daar moet ik iets teers, iets melancholieks voor hebben; daar is het al, daar is het al, dat zijn een twaalf maten, die weenen als Magdalena's, het snijdt je door je hart! Brr! Brr!" zeide Schaunard, rillend in zijn met sterren bezaaiden rok, "als het ook maar hout sneed! Er ligt in mijn alkoof een balk, die me leelijk hindert, wanneer ik menschen .... te dineeren heb; ik zal er een beetje vuur mede aanleggen .... la, la .... ré, mi .... want ik voel, dat de inspiratie tegelijk met een verkoudheid tot mij komt .... Enfin, ook al zoo erg niet! Laat ik het jonge meisje verder verdrinken!"

En terwijl zijn vingers het trillende klavier pijnigden, vervolgde Schaunard met vlammend oog en gespannen oor zijn melodie, die, als een ongrijpbare sylphide, zweefde midden in de klankrijke mist, welke de trillingen van het instrument in de kamer schenen te doen oprijzen.

"En laten we nu eens zien," ging Schaunard voort, "hoe mijn muziek zich aanpast bij de woorden van mijn dichter."

En hij neuriede met een onaangenaam stemgeluid dit fragment van poëzie, die speciaal gebruikt wordt voor opéras comiques en ulevelrijmpjes:

La blonde jeune fille, Vers le ciel étoilé, En ôtant sa mantille, Jette un regard voilé, Et dans l'onde azurée Du lac aux flots d'argent ... . . . . . . . .

"Lieve Hemel!" riep Schaunard in een gerechtvaardigde verontwaardiging uit, "de hemelsblauwe golf van een zilver meer, dat had ik nog niet opgemerkt, dat is ten slotte te romantisch, die dichter is een idioot, hij heeft nog nooit zilver of een meer gezien. Zijn ballade is bovendien onzin; de caesuur der verzen staat mijn melodie in den weg; in het vervolg zal ik mijn teksten zelf dichten, en niet later dan op dit oogenblik begin ik er mee; daar ik mij in vorm gevoel, zal ik een kleine schets van coupletten maken, om er mijn melodie bij aan te passen."

En Schaunard nam, zijn hoofd tusschen zijn beide handen begravende, de houding aan van een sterveling, die betrekkingen met de Muzen onderhoudt.

Na verloop van eenige minuten van dit heilige huwlijk bracht hij een van die gedrochtelijkheden ter wereld, welke de schrijvers van libretti terecht monsters noemen en die zij vrij makkelijk improviseeren om als voorloopige schets voor de inspiratie van den componist te dienen.

Doch het monster van Schaunard had beteekenis en zin; het drukte vrij duidelijk de ongerustheid uit, welke in zijn geest gewekt werd door de brutale komst van dezen datum: den achtsten April.

"Duivels," zeide Schaunard, toen hij zijn gedicht herlas, "terme en suprême zijn nu niet bepaald millionairsrijmen, maar ik heb geen tijd om ze rijk te maken. Laten we nu eens zien hoe de noten zich paren met de lettergrepen."

En met het hem eigen vreeselijk neusgeluid begon hij opnieuw zijn romance uit te voeren. Ongetwijfeld voldaan over het resultaat, dat hij verkregen had, wenschte Schaunard zichzelf geluk met een jubelenden grijns, die, gelijk aan een accent circonflexe, zich telkens wanneer hij tevreden over zichzelf was, schrijlings op zijn neus vertoonde. Doch die trotsche gelukzaligheid was niet van langen duur.

Het sloeg op den dichtstbijzijnden toren elf uur; iedere slag drong in de kamer door en loste zich op in spottende klanken, die tot den ongelukkigen Schaunard schenen te zeggen: "Ben je gereed?"

De artist sprong op een stoel.

"De tijd loopt als een hert," zeide hij .... "ik heb nog maar drie kwartier om mijn vijf-en-zeventig francs en mijn nieuwe woning te vinden. Ik kom er nooit mee klaar, dat zou tot het domein der tooverij gaan behooren. Welnu, ik geef me vijf minuten om het te vinden"; en zijn hoofd tusschen zijn knieën verbergend, daalde hij af in de afgronden der overpeinzing.

Toen de vijf minuten om waren, richtte Schaunard zijn hoofd weer op, zonder iets gevonden te hebben, dat op vijf-en-zeventig francs geleek.

"Er blijft nog slechts één manier over, om van hier weg te komen, en die is, om heel gewoontjes weg te gaan; het is mooi weer, mijn vriend het toeval wandelt misschien wel in het zonnetje. Hij moet me maar gastvrijheid verleenen, totdat ik het middel gevonden heb, om mijn zaken met mijnheer Bernard af te wikkelen."

Nadat Schaunard de zakken van zijn overjas, die diep waren als kelders, had volgepropt met al de voorwerpen, die zij konden bevatten, knoopte hij in een das enkele stukken linnengoed en verliet daarop, niet zonder met enkele woorden zijn domicilie te hebben vaarwel gezegd, zijn kamer.

Toen hij de binnenplaats overstak, hield de concierge van het huis, die blijkbaar op hem wachtte, hem plotseling staande.

"Hé, mijnheer Schaunard!" riep hij hem toe, terwijl hij den artist belette verder te gaan; "u bent toch niet vergeten, dat het vandaag de 8ste is."

"Huit et huit font seize. J'pose six et retiens un,"

neuriede Schaunard; "ik denk nergens anders aan."

"U bent wel wat laat met uw verhuizing," zeide de portier; "het is half twaalf, en de nieuwe huurder, die uw kamer gehuurd heeft, kan ieder oogenblik komen. U moet probeeren wat haast te maken!"

"Maar dan moet u mij doorlaten," antwoordde Schaunard; "ik wou juist een verhuiswagen halen."

"Dat is prachtig; maar vòòr u verhuist, moet er nog een kleine formaliteit vervuld worden. Ik heb order, dat u geen haar moogt meenemen, voordat u de drie vervallen termijnen betaald hebt. Daartoe zult u waarschijnlijk wel in staat zijn."

"Voor den donder," zeide Schaunard, die een pas voorwaarts deed.

"Kom dan even bij me in mijn loge, dan zal ik u uw quitantie geven."

The book keeps going

Keep reading, and see it illustrated

Reading is free forever. Sign up and watch scenes appear while you read.

Illustrated scene from FrankensteinIllustrated scene from The Great GatsbyIllustrated scene from Pride and Prejudice

Scenes Storieta drew for other classics.

New illustrated classics

A new classic, drawn, in your inbox.

Once or twice a month: the latest books to get full character casts, scene art, and free comic editions. No account needed.