Storieta
English
Sign up
De kinderen van Kapitein Grant, tweede deel (van 3) Australië

Public-domain ebook

De kinderen van Kapitein Grant, tweede deel (van 3) Australië

by Jules Verne

Language: nl386 downloads on Project Gutenberg

Subjects

In: Adventure·Novels

Public-domain ebook sourced from Project Gutenberg #38668.

The opening · free to read

Terug aan boord.

De eerste oogenblikken waren aan de vreugde van het wederzien gewijd. Lord Glenarvan wilde niet, dat de vruchtelooze afloop hunner nasporingen de vreugde in het hart zijner vrienden zou verkoelen. Daarom waren zijn eerste woorden: "Houdt moed, vrienden! houdt moed! Kapitein Grant is niet bij ons; maar wij zijn zeker, dat wij hem redden zullen."

Niet minder dan zulk een stellige verzekering was er noodig om de dames aan boord der Duncan met nieuwe hoop te bezielen.

Lady Helena en Mary Grant toch hadden, terwijl het bootje het jagt naderde, al de pijnlijke kwellingen der onzekerheid uitgestaan. Op de kampanje staande trachtten zij te tellen, hoeveel personen aan boord terugkwamen. Nu eens wanhoopte het meisje, dan verbeeldde zij zich weer Harry Grant te zien. Haar hart klopte, zij kon niet spreken, ter naauwernood kon zij op de beenen blijven. Lady Helena sloot haar in haar armen. John Mangles stond zwijgende naast haar uit te zien; hoewel als zeeman aan verzien gewoon, kon hij toch den kapitein niet ontdekken.

"Daar is hij! mijn vader komt!" sprak het meisje zachtjes.

Maar naarmate de sloep naderde, werd alle hoop de bodem ingeslagen. Toen de reizigers nog een honderd vaâm van het schip af waren, hadden niet alleen lady Helena en John Mangles, maar ook Mary zelve, die in tranen zwom, alle hoop opgegeven. Het was hoog tijd, dat lord Glenarvan kwam en zijn vertroostende woorden sprak.

Na de eerste omhelzingen werden lady Helena, Mary Grant en John Mangles van de voornaamste voorvallen op den togt onderrigt; vooraf echter maakte Glenarvan hen bekend met de nieuwe uitlegging, die de schrandere Paganel aan het document had gegeven. Ook prees hij Robert, op wien Mary met regt trotsch mogt zijn. Zijn moed, zijn zelfopoffering, de gevaren, die hij getrotseerd had, alles werd door Glenarvan in het helderste licht gesteld, zoodat de knaap niet zou geweten hebben, waar hij zich moest verbergen, als hij niet een schuilplaats had gevonden in de armen zijner zuster.

"Gij behoeft niet verlegen te zijn, Robert!" zeide John Mangles, "gij hebt u als een waardig zoon van kapitein Grant gedragen!"

Hij omarmde den broeder van Mary, en drukte een kus op diens wangen, die nog vochtig waren van de tranen van het meisje.

Slechts ter loops maken wij hier melding van het onthaal, dat den majoor en den aardrijkskundige ten deel viel, en van de eervolle vermelding, die van den edelmoedigen Thalcave werd gemaakt. Het speet lady Helena, dat zij de hand van den wakkeren Indiaan niet kon drukken. Toen de eerste vreugde wat voorbij was, zocht Mac Nabbs zijne hut op, waar hij zich met vaste en bedaarde hand schoor. Paganel fladderde van den een naar den ander als een bij, om het sap van loftuitingen en glimlachjes te puren. Hij wilde de geheele bemanning der Duncan omhelzen, en bewerende, dat lady Helena er evengoed toe behoorde als Mary Grant, begon hij bij dezen om bij Olbinett te eindigen.

De hofmeester meende zooveel beleefdheid niet beter te kunnen vergelden, dan door aan te kondigen, dat het ontbijt gereed stond.

"Het ontbijt!" riep Paganel.

"Ja, mijnheer Paganel!" antwoordde Olbinett.

"Een echt ontbijt, op een echte tafel, met vork en mes en servet?"

"Wel zeker, mijnheer Paganel!"

"En zullen wij geen charqui, geen harde eijeren, geen sneden struisvogelvleesch eten?"

"Wel, mijnheer!" antwoordde de hofmeester, eenigzins in zijn eer gekrenkt.

"Ik heb u niet willen beleedigen, mijn vriend!" zeide de geleerde glimlagchend; "maar, ziet ge, in geen maand hebben wij iets anders gehad, en wij nuttigden het, niet op een tafel zittende, maar op den grond liggende of op boomen huizende. Daarom kwam het ontbijt, dat gij aankondigt, mij voor als een droom, een bedrog, een hersenschim!"

"Laten wij dan het bewijs leveren, dat het wezenlijk bestaat, mijnheer Paganel!" sprak lady Helena, die haar lagchen niet kon bedwingen.

"Mag ik u mijn arm aanbieden?" vroeg de galante aardrijkskundige.

"Heeft Uw Edelheid geen orders te geven aangaande den koers van de Duncan?" vroeg John Mangles.

"Na het ontbijt, waarde John! zullen wij gezamenlijk het programma voor onzen nieuwen togt opmaken," antwoordde Glenarvan.

De passagiers van het jagt en de jeugdige kapitein gingen naar de longroom. De machinist kreeg last om stoom op te houden, ten einde op het eerste teeken te vertrekken. De majoor, die zich geschoren had, en de reizigers namen, na zich wat opgeknapt te hebben, aan tafel plaats.

Men deed eer aan het ontbijt van Olbinett. Eenstemmig werd het uitmuntend genoemd, zelfs beter dan de kostelijke maaltijden in de Pampa. Paganel liet zich iederen schotel tweemaal geven, "uit verstrooidheid" zooals hij zeide.

Dit ongelukkige woord deed lady Glenarvan vragen, of de beminnelijke Franschman soms tot zijn gewone zonde vervallen was. De majoor en lord Glenarvan zagen elkander glimlagchende aan. Paganel zelf barstte in een schaterend gelach uit, en verpandde "zijn eer" dat hij, hoe lang de reis ook nog duren mogt, niet meer verstrooid zou zijn; daarop gaf hij een zeer aardig verslag van zijn wederwaardigheden en van zijn grondige studiën over het werk van Camoëns.

"En toch," voegde hij er ten slotte bij, "is het ongeluk ergens goed voor, en gevoel ik geen spijt over mijn dwaling."

"Hoe zoo, mijn vriend?" vroeg de majoor.

"Omdat ik nu niet alleen spaansch, maar ook portugeesch spreek. Ik ken nu twee talen in plaats van ééne!"

"Daar had ik zoo waar niet aan gedacht," antwoordde Mac Nabbs. "Ik maak u wel mijn compliment, Paganel!"

Allen juichten Paganel toe, die daarom het eten niet vergat, hij at en praatte tegelijk. Vandaar, dat hij een bijzonderheid, die Glenarvan niet ontgaan kon, niet opmerkte: de oplettendheid namelijk van John Mangles voor zijn jeugdige tafelburin Mary Grant. Een bijna onmerkbare wenk van lady Helena aan haar man deed dezen inzien, dat "er iets gaande" was! Glenarvan zag de beide jongelieden met vriendelijk welgevallen aan en rigtte het woord tot John Mangles, maar over een heel andere zaak.

"Vertel mij eens, John! hoe is het op uw reis gegaan?"

"Het kon niet beter," antwoordde de kapitein. "Alleen moet ik Uw Edelheid zeggen, dat wij niet door de straat van Magellaan teruggekeerd zijn.

"Wat!" riep Paganel, "zijt gij kaap Hoorn omgevaren, en dat zonder mij?"

"Hang u op!" zeide de majoor.

"Eigenbelangzoeker! wilt gij van mij erven, dat gij mij dien raad geeft?" antwoordde de aardrijkskundige.

"Maar, waarde Paganel!" sprak Glenarvan, "wie de gaaf niet bezit van overal te gelijk te zijn, kan niet de Pampa's doortrekken en te gelijk kaap Hoorn omzeilen."

"Dat neemt niet weg, dat het mij spijt," antwoordde de geleerde.

Maar er werd niet verder over gesproken en men liet het bij dit antwoord. John Mangles nam nu het woord weer op en verhaalde zijn reis. Langs de amerikaansche kust varende, had hij op nieuw al de westelijke eilandgroepen onderzocht, maar nergens een spoor van de Britannia gevonden. Aan kaap Pilares, aan den ingang der straat gekomen, had hij zich om den tegenwind zuidwaarts gewend; de Duncan stevende voorbij de Desolation-eilanden tot zeven en zestig graden zuiderbreedte, zeilde om kaap Hoorn, digt onder Vuurland, en hield het, na de straat van Le Maire doorgevaren te zijn, langs de kust van Patagonië. Daar werd hij op de hoogte van kaap Corrientes door een vreeselijken storm beloopen, denzelfden, die de reizigers zoo geteisterd had. Maar het jagt hield zich goed, en sedert drie dagen voer John Mangles wat heen en weer, toen de losbrandingen der karabijnen hem verwittigden, dat de met zooveel ongeduld verwachte reizigers er waren. Zonder omtrent lady Glenarvan en miss Grant onbillijk te zijn, mogt de kapitein der Duncan haar den lof voor haar zeldzame onverschrokkenheid niet onthouden. De storm joeg haar geen schrik aan, en betoonden zij eenige vrees, dan was het alleen voor haar vrienden, die toen op de vlakten der argentijnsche republiek ronddoolden.

Hiermede besloot John Mangles zijn verhaal, waarna lord Glenarvan zijn tevredenheid over zijn gedrag betuigde; zich vervolgens tot Mary Grant rigtende, zeide hij:

"Lieve miss! ik hoor, dat kapitein John uw uitstekende hoedanigheden prijst, en het doet mij groot genoegen, dat ik daaruit mag opmaken, dat het u niet tegenstaat aan boord van zijn vaartuig!"

The book keeps going

Keep reading, and see it illustrated

Reading is free forever. Sign up and watch scenes appear while you read.

Illustrated scene from Pride and PrejudiceIllustrated scene from Alice's Adventures in WonderlandIllustrated scene from The Adventures of Sherlock Holmes

Scenes Storieta drew for other classics.

New illustrated classics

A new classic, drawn, in your inbox.

Once or twice a month: the latest books to get full character casts, scene art, and free comic editions. No account needed.