Public-domain ebook
De kinderen van Kapitein Grant, derde deel (van 3) De Stille Oceaan
by Jules Verne
Language: nl272 downloads on Project Gutenberg
Subjects
Public-domain ebook sourced from Project Gutenberg #38669.
Public-domain ebook
by Jules Verne
Language: nl272 downloads on Project Gutenberg
Subjects
Public-domain ebook sourced from Project Gutenberg #38669.
The opening · free to read
De Macquarie.
Zoo ooit, dan moesten thans, nu alles hun te gelijk ontviel, de zoekers naar kapitein Grant wel wanhopen hem weder te zien. In welk deel der wereld moesten zij nu hun togt weder beginnen? Hoe konden zij nieuwe landen onderzoeken? De _Duncan_bestond niet meer; zelfs was het hun onmogelijk om onmiddellijk naar hun vaderland terug te keeren. De onderneming dier edelmoedige Schotten was dus mislukt! Niet geslaagd! Treurig woord, dat geen weerklank vindt in een moedig hart, en toch dwongen de slagen van het noodlot Glenarvan tot de erkentenis, dat hij onmagtig was zijn werk van zelfopoffering voort te zetten.
In dien stand van zaken had Mary Grant den moed om den naam haars vaders niet meer uit te spreken. Zij bedwong haar angst door de gedachte aan de ongelukkige matrozen, die omgebragt waren. De dochter ging op in de vriendin, en zij troostte Glenarvan, die haar zoo menigmaal had getroost! Zij was de eerste, die er van sprak, om naar Schotland terug te keeren. Toen hij haar moed, haar onderwerping zag, bewonderde John Mangles haar. Hij wilde nog iets ten voordeele van den kapitein zeggen; maar Mary legde hem door een blik het stilzwijgen op, en later zeide zij tot hem: "Neen, mijnheer John! wij moeten denken aan degenen, die zich opgeofferd hebben. Lord Glenarvan moet naar Europa terugkeeren!"
"Gij hebt gelijk, miss Mary!" antwoordde John Mangles, "het moet. Ook moeten de engelsche autoriteiten onderrigt worden van het lot der Duncan. Maar geef alle hoop nog niet op. Liever dan de aangevangen nasporingen op te geven, zou ik ze alleen voortzetten! Ik zal kapitein Grant terugvinden of bij de volvoering dier taak omkomen!"
Het was eene ernstige verbindtenis, die John Mangles op zich nam. Mary nam ze aan, en legde haar hand in die van den jongen kapitein, als om dit verdrag te bekrachtigen. Van de zijde van John Mangles was het een toewijding van zijn geheele leven, van de zijde van Mary een onwankelbare erkentelijkheid.
Dien dag werd er stellig tot het vertrek besloten. Men had plan om Melbourne ten spoedigste te bereiken. 's Anderen daags ging John onderzoeken, of er scheepsgelegenheid was. Hij rekende er op, dat er een belangrijk verkeer tusschen Eden en de hoofdstad van Victoria werd onderhouden.
Zijn verwachting werd teleurgesteld. Er lagen maar weinig schepen. De geheele koopvaardijvloot van het stadje bestond uit drie of vier schepen, die in de Twofoldbaai ten anker lagen. Geen enkel was met bestemming naar Melbourne, Sidney of Pointe-de-Galle. En alleen in deze havens van Australië kon Glenarvan schepen vinden in lading naar Engeland. Want de Stoombootmaatschappij voor het Schier-eiland en het Oosten heeft een geregelde stoomvaart tusschen deze punten en het moederland.
Wat nu te doen? Een schip afwachten? Dat kon lang duren; want de Twofold-baai wordt weinig bezocht. Wel varen er vele schepen voorbij; maar zelden doen ze de baai aan.
Na lang wikken en wegen kwam Glenarvan bijna tot het besluit om langs de kust naar Sidney te gaan, toen Paganel met een voorstel voor den dag kwam, dat niemand had verwacht.
De aardrijkskundige had ook de Twofoldbaai eens bezocht. Hij wist, dat er geen reisgelegenheid bestond naar Sidney en Melbourne. Maar een van de drie schepen, welke op de reede lagen, moest naar Auckland, de hoofdstad van Ika-Na-Maoeï, het noordelijke eiland van Nieuw-Zeeland. Nu stelde Paganel voor het bedoelde schip af te huren en naar Auckland te gaan, vanwaar men gemakkelijk met de booten der maatschappij naar Europa kon terugkeeren.
Dit voorstel werd in ernstige overweging genomen. Paganel wachtte zich thans wel al die bewijzen aan te voeren, waarmede hij anders zoo mild was. Hij vergenoegde zich met de opgave van het feit en voegde er bij, dat de overtogt maar vijf of zes dagen zou duren. De afstand, die Australië van Nieuw-Zeeland scheidt, bedraagt werkelijk niet meer dan een duizend mijlen[1]
Door een zonderlingen zamenloop van omstandigheden lag Auckland juist op dien zeven en dertigsten breedtegraad, dien de zoekers van Araucanië af hardnekkig volgden. De aardrijkskundige had dus, zonder dat men hem van partijdigheid kon beschuldigen, gerust zijn voordeel kunnen doen met deze waarheid om er een bewijs ter gunste van zijn voorstel aan te ontleenen. Zoo kreeg men immers ongezocht aanleiding om de steile kusten van Nieuw Zeeland te bezoeken.
Evenwel maakte Paganel van dat voordeel geen gebruik. Na de dubbele teleurstelling wilde hij zich ongetwijfeld niet wagen aan een derde uitlegging van het document. Maar wat zou hij er ook uit kunnen afleiden? Er stond immers uitdrukkelijk, dat een "vastland" tot schuilplaats had gestrekt aan kapitein Grant, en niet een eiland. Nu was Nieuw-Zeeland maar een eiland. Dat scheen beslissend. Hoe het ook zij, om deze of om een andere reden verbond Paganel met dit voorstel om naar Auckland te gaan volstrekt niet de gedachte om een nieuwen onderzoekingstogt op touw te zetten. Hij wees er alleen op, dat er een geregelde gemeenschap bestond tusschen dit punt en Groot-Brittanje, en dat men gemakkelijk daarvan gebruik kon maken.
John Mangles ondersteunde het voorstel van Paganel. Hij raadde tot de aanneming, omdat men toch de twijfelachtige komst van een vaartuig in de Twofoldbaai niet kon afwachten. Maar alvorens daartoe over te gaan achtte hij het geraden om het door den aardrijkskundige bedoelde schip eens in oogenschouw te nemen. Glenarvan, de majoor, Paganel, Robert en hij namen dus een sloep, en na eenige riemslagen legden zij bij het schip aan, dat twee kabelslengten van de kaai ten anker lag.
Het was een brik van twee honderd vijftig ton, de Macquarie geheeten. Zij diende tot de kustvaart tusschen de verschillende havens van Australië en van Nieuw-Zeeland. De kapitein, of beter gezegd de "schipper" ontving zijn bezoekers tamelijk lomp. Zij zagen wel, dat zij te doen hadden met iemand zonder opvoeding, wiens manieren volstrekt niet verschilden van die der vijf matrozen, waaruit de bemanning bestond. Een dik rood gezigt, grove handen, een platte neus, één oog en vuile lippen van het rooken, gevoegd bij zijn onbeschofte houding maakten van Will Halley een terugstootend wezen. Maar men had geen keus, en voor een reisje van weinige dagen moest men zoo naauw niet kijken.
"Wat wilt gij?" vroeg Halley aan die onbekenden, die op het dek van zijn schip kwamen.
"De kapitein?" vroeg John Mangles.
"Ben ik," antwoordde Halley. "En?"
"Ligt de Macquarie in lading naar Auckland?"
"Ja. En?"
"Wat heeft ze in?"
"Alles wat verkocht wordt en alles wat gekocht wordt. En?"
"Wanneer vertrekt ze?"
"Morgen, tegen den middag. En?"
"Kan ze passagiers meenemen?"
"Dat hangt er van af wie het zijn en of ze zich met den scheepskost willen vergenoegen."
"Zij zouden hun voorraad meebrengen."
"En?"
"En?"
"Ja. Hoeveel zijn er?"
"Negen, waaronder twee dames."
"Ik heb geen hutten."
"Zij zullen zich met het vooronder behelpen, dat hun moet afgestaan worden."
"En?"
"Neemt gij het aan?" vroeg John Mangles, die volstrekt niet verlegen werd gemaakt door de manieren van den kapitein.
"Moet zien," antwoordde de schipper van de Macquarie. Will Halley liep wat rond, stampte met zijn zware laarzen met groote spijkers op het dek, en kwam toen plotseling op John Mangles af.
"Wat betaalt men?" vroeg hij.
"Wat vraagt men?" antwoordde John.
"Vijftig pond."
Glenarvan gaf een toestemmend teeken.
The book keeps going
Reading is free forever. Sign up and watch scenes appear while you read.



Scenes Storieta drew for other classics.
New illustrated classics
Once or twice a month: the latest books to get full character casts, scene art, and free comic editions. No account needed.