Storieta
English
Sign up

The opening · free to read

"Kom daar nu eens om," ging Gnoom voort; "bosschen? Allemaal omgehakt. 't Is 'n toer nu nog 'n plekje te vinden, dat je 'n ordentelijk bosch kunt noemen."

"En dan moet je asjeblieft die nare spoorwegen niet vergeten," zuchtte Kobold. "Middenin den nacht vliegen die akelig groote monsters van locomotieven daarover heen met 'n gebrom en gefluit... ik beef van schrik, als ik er aan denk."

"Ik beef nog veel erger, als ik aan de menschen denk," zei Gnoom. "Die zijn slecht, door en door slecht."

"Da's niet waar," meende Kobold. "D'r zijn goeie menschen ook."

"Die mag je dan wel met 'n glimwormpje gaan zoeken," spotte Gnoom. "Ken je den jongen van den boschwachter? Die is slecht hè? Vogels vangen, dieren mishandelen, dat is z'n lust en z'n leven. Mooi hè? En zoo zijn ze nou allemaal."

"'t Is niet waar," zei Kobold. "Heb jij dien jongen z'n zusje wel eens gezien? 't Is 'n klein ding van 'n jaar of zes."

"Noem je dat 'n klein ding?" vroeg Gnoom verbaasd. "Ze is grooter dan wij."

"Ja, bij ons vergeleken!" lachte Kobold. "Maar wij zijn ook zulke kleine kereltjes. Je moet haar eens zien als ze naast haar vader loopt. Precies 'n poppetje. Wou je dàt kind soms ook slecht noemen? Ze doet nog geen vlindertje kwaad."

"Ik zal je maar gelijk geven," zei Gnoom, "maar ik denk er het mijne van.... Sst!... Hoor je dat?..."

"Wat zou 't wezen?" fluisterde Kobold, benauwd.

"De jongen van den boschwachter," zei Gnoom met 'n bibberend stemmetje. "Hoor hem eens schreeuwen! Hij heeft zeker weer 'n vogeltje te pakken. Kijk eens tusschen de boomen door! Daar komt hij aan.... Hij slaat met 'n stok..."

Weg waren de kabouters. 't Volgende oogenblik sprong 'n wild konijntje uit het kreupelhout, achtervolgd door 'n grooten jongen, die telkens met 'n knuppel naar 't kleine diertje sloeg. Gelukkig was het kabouterholletje vlak bij.

"Da's jammer," mompelde de jongen, toen hij 't diertje in het hol zag verdwijnen. Hij porde nog 'n paar keer met z'n stok in het gat, doch dat gaf niemendal. 't Konijntje was ver genoeg buiten z'n bereik. "Dood gaat ie toch," bromde hij, "ik heb hem 'n paar keer goed geraakt. Ik zal nog maar eens gaan zoeken, misschien vind ik nog wel 'n paar andere."

De jongen ging heen, en toen 't heel doodstil was kwamen de twee kabouters met verschrikte gezichten weer te voorschijn. Samen droegen ze 't konijntje, dat wel dood scheen, en legden het voorzichtig op 't donkergroene mos.

"Hier kunnen we zien," zei Kobold, "in 't hol is 't zoo donker. Precies zooals ik dacht: 't Konijntje is dood. Wat 'n barbaar van 'n jongen! Zoo'n beul!"

"'t Is niet dood!" riep Gnoom. "Kijk maar, z'n buikje gaat op en neer."

"Je hebt warempel gelijk," zei Kobold blij. "Hadden we maar wat voor den stakker, 'n beetje water of zoo iets. Zou 't beter worden?"

"Ik weet het niet," sprak Gnoom. "Maar 't beest is er slecht aan toe. Ik weet kruiden te staan, waar 'n ziek mensch van beter wordt. Zouden die voor 'n konijntje ook goed zijn?"

"Misschien wel," antwoordde Kobold. "We kunnen 't probeeren. Maar..."

Verder kwam Kobold niet, want de twee kabouters hoorden geritsel in de struiken. Ze dachten dat de booze jongen terug gekomen was en namen allebei tegelijk de vlucht. Het konijntje bleef liggen.

"Je hebt het konijntje vergeten," schreeuwde Kobold, toen ze in het hol waren.

"'t Is jouw schuld," snauwde Gnoom. "Had het in het hol gelaten, zooals ik je ried. Je bent altijd even eigenwijs."

"En jij bent 'n lafaard," brulde Kobold. "We hadden bij 't konijntje moeten blijven om het te beschermen. Jij ging 't eerst op de vlucht."

"Neen, jij?"

De kabouters zaten in 'n hoekje tegenover elkaar met hun oogen dicht en de handen voor hun ooren.

Kobold nam 'n groot mes, dat wel 'n vinger lang was en Gnoom balde de vuisten. Moedig stapten ze voort naar den ingang van het hol. Toen Kobold naar buiten keek, wierp hij het vreeselijke mes op den grond.

"Wat doe je nou?" vroeg Gnoom. "Durf je dien jongen zóó aan?"

"'t Is het zusje," zei Kobold, "Kijk maar. Ze heeft het konijntje van den grond opgetild. Och, och, ze doet het in haar schortje. Ik krijg er warempel de tranen van in de oogen."

"Wat zou ze er mee willen doen?" vroeg Gnoom. "Toch niet mee naar huis nemen? Dan krijgt die valsche jongen het toch nog te pakken."

"Kom, we gaan het vragen," zei Kobold. "Voor 't zusje ben ik heelemaal niet bang."

"Vooruit dan maar!" riep Gnoom.

"Dag Boschwachterskind," zei Kobold met z'n fijn kaboutertjesstemmetje.

't Meisje riep: "Hè!" want ze schrok 'n beetje. Kaboutertjes hebben zachte schoentjes en je kunt ze niet hooren loopen. Maar de schrik was gauw voorbij, want Kobold en Gnoom lachten erg vriendelijk. 't Meisje begon ook te lachen.

"Wat 'n aardige kleine mannetjes," zei ze. "Waar komen jullie vandaan?"

"Uit dat holletje onder dien dikken boom," antwoordde Gnoom. "Daar wonen we. We zijn kabouters."

"Wonen jullie in 'n holletje?" vroeg 't meisje. "Da's aardig. 'k Heb 'n konijntje. Maar 't is erg ziek, geloof ik."

"Mag ik eens kijken?" vroeg Kobold. "O jawel, kijk maar. 't Heeft z'n oogjes dicht, zie je wel?"

"Ja," zei 't kind. "Ik zal het in 'n hokje zetten bij de andere konijntjes. Vader heeft er 'n heele boel. Witte en zwarte en bonte en bruine, maar geen een grijsje. Dit is 'n grijsje, zie je wel?"

"Maar 't is erg ziek," zei Kobold. "'t Zal dood gaan in het hokje."

"En 't hoort niet in 'n hokje," zei Gnoom. "Wilde konijntjes wonen net als wij in 'n holletje. Geef 't maar aan ons, dan mag 't bij ons wonen."

The book keeps going

Keep reading, and see it illustrated

Reading is free forever. Sign up and watch scenes appear while you read.

Illustrated scene from Pride and PrejudiceIllustrated scene from Alice's Adventures in WonderlandIllustrated scene from The Adventures of Sherlock Holmes

Scenes Storieta drew for other classics.

New illustrated classics

A new classic, drawn, in your inbox.

Once or twice a month: the latest books to get full character casts, scene art, and free comic editions. No account needed.