
Public-domain ebook
Vaders en Zonen
Dutch445 downloads on Project GutenbergDownload EPUB
Public-domain ebook sourced from Project Gutenberg #53612.

Public-domain ebook
Dutch445 downloads on Project GutenbergDownload EPUB
Public-domain ebook sourced from Project Gutenberg #53612.
The opening · free to read
Toergenefs vader was overste in een kurassiersregiment te Orel, afstammeling van een oud-adellijk geslacht, en gehuwd met de dochter van een zeer rijk grondbezitter. Alle vereischten tot een echt-Russische "heerenziel" zijn dus aanwezig bij den jongen Ivan, die de eerste jaren van zijn leven op het moederlijk landgoed in de omgeving van Mtsensk (goev. Orlof) doorbrengt, omgeven door lijfeigenen en slaven. In 1822 onderneemt de familie een groote reis door Duitschland, Zwitserland en Frankrijk, waarbij de vader een kleine hofhouding van lijfeigenen met zich voert. Terug in Rusland vestigt men zich in Spask, als landedellieden. Het "Adelsnest" is gebouwd, en Ivan groeit hier op, onder de leiding van Zwitsersche en Duitsche goeverneurs, die hem en zijn broeder Nikolaas vooral Fransch en Duitsch moeten leeren. Het Russisch speelt een zeer ondergeschikte rol. In de geheimen der Russische taal en letterkunde wordt de jongen ingewijd door een lijfeigen kamerdienaar van zijn moeder, die hem in gestolen uren voorleest uit oude epische gedichten. De oud-overste en zijn vrouw waren hard en despotisch tegenover de leermeesters hunner kinderen. Eens wierp de vader een goeverneur voor de oogen der jongens de trappen af, omdat zijn houding hem niet aanstond. Het huispersoneel wordt geslagen en dit zijn de eerste indrukken, welke de jonge schrijver van de maatschappelijke verhoudingen in zich opneemt.
Sedert 1834 in de hoofdstad, bestudeert Ivan de classieken onder leiding van Duitsche professoren, in 1837 wordt hij candidaat en gaat hij "schrijven". Zijn eerste werk is een slaafsche navolging van Byrons Manfred.
Thans echter gevoelt hij, dat Rusland hem niet bevredigen kan. Zijn wetensdrang drijft hem naar Duitschland en Italië. Tusschen 1838-47 zien we hem de colleges volgen o. a. van de Berlijnsche professoren Hegel en Ranke en weldra rukt hij zich, ten minste theoretisch, los van het donkere Rusland, van het leven der Russische adellijke grondbezitters vooral. "Ik stortte mij in de zee van het W.-europeesche leven en werd een westerling, wat ik sedert altijd gebleven ben."
Toch werd hij weldra medewerker aan de Sovremenik (Tijdgenoot) en de in dit blad gepubliceerde novellen maakten hem in korten tijd bekend en bemind bij het Russische publiek, (vooral De Aanteekeningen van een Jager).
Deze jonge roem kon hem echter niet met Rusland verzoenen en hij ging weer buitenslands. Maar de dood zijner moeder (1850) drong hem naar zijn landgoed terug te keeren, dat hij sedert met zijn broeder beheerde. Zijn eerste daad was, de lijfeigen-boeren vrij te maken.
In 1852 verscheen zijn Brief over den dood van Gogel, naar aanleiding waarvan de censor hem een maand gevangenisstraf bezorgde, omdat... deze heer niet hield van Gogel...! In de pers heette hij den eerstvolgenden tijd... "de bekende schrijver". Men durfde zijn naam niet noemen!
Dit is typisch het Rusland van Nikolaas I!
In Petersburg ontmoette hij de zangeres Pauline Viardo-Garsia, die een groote, maar geen tragische rol in zijn leven heeft gespeeld. In haar familie opgenomen, hechtte hij zich spoedig en bleef levenslang jonggezel, trouw blijvend aan deze zijn eerste liefde. Met deze familie reisde hij veel en woonde beurtelings in Baden-Baden, Parijs of Rome.
In de eerstvolgende jaren verschijnen zijn beste werken. "Roedin", als zoo veel Russische romanfiguren een halve held, die de konsekwenties van zijn theorieën, zijn ideaal of zijn liefde niet aandurft en voor de daad terugschrikt; Asja, de vreemde meisjesfiguur, en het Adelsnest van 1859, waarin Lisa, de liefhebbende, geduldig wachtende vrouw, ook door Poesjkiens Tatjana vereeuwigd in heerlijken glans van vertrouwende liefde [1] en Lawretski, weer de halve-held, die zich en haar ongelukkig maakt door zijn halfheid. Ook Eerste Liefde is van dezen tijd. In 1861 verscheen zijn eerste groote roman Vaders en Zonen in een Russisch Tijdschrift, een gebeurtenis en een omwenteling in zijn leven. Van alle zijden aangevallen, zoowel van conservatieve, als van vooruitstrevende, had hij het bewustzijn, hier iets gedaan te hebben voor zijn land, maar voelde zich zóó teleurgesteld door allerlei tegenstand, dat hij met het plan omging, de pen neer te leggen.
Pauline Viardo was intusschen een wijd-vermaarde zangleerares geworden te Baden-Baden, waar Toergenef een villa liet bouwen. Hij dichtte hier libretto's, waarvoor Pauline muziek schreef en die vaudevilles werden te hunnen huize opgevoerd. Beroemde gasten, zelfs gekroonde hoofden, bezochten de soirées, welke hier werden gegeven.
Maart 1867 verscheen Dim (Rook), een boek, voor welks personen Toergenef vele voorbeelden in Baden had aangetroffen. Verwijten bleven wederom niet uit. Men verklaarde, dat de auteur het Russische wezen niet meer begreep. Maar Toergenef liet de critiek rustig over zich gaan en arbeidde vlijtig voort. Vele novellen verschenen, o. a. Koning Lear der Steppe, Vorst Tropman, (de beschrijving van de laatste oogenblikken van een ter dood veroordeelde) e. a.
Met het uitbreken van den Fransch-Duitschen oorlog, verkochten Toergenef en de Viardo's hun eigendommen in Baden en trokken naar Parijs, al bleven Toergenefs sympathieën voorloopig zeer stellig aan de zijde van Duitsche kunst en Duitsch leven. Maar weldra is hij in Parijs de vriend van Flaubert en de Goncourts, en helpt Zola en Maupassant vooruit.
1877 verscheen Nof (Het Nieuwe) een boek, waarin hij de nieuwe denkbeelden der jonge menschen dier dagen, zoowel in Rusland als in het Buitenland schetste. Het gaat om de bevrijding van het volk, maar zooals gewoonlijk is de held niet opgewassen tegen den strijd. Machteloos wordt hij het slachtoffer van zijn machteloos ideaal. Verontwaardiging was wederom de houding van het Russische publiek. Hij besloot nogmaals, niet meer te schrijven en hield dat drie jaar vol, tot een reis naar zijn vaderland hem bewees, hoe lief de Russen hun schrijver hadden. Zijn gezondheidstoestand ging sinds 1881 achteruit, en in Augustus 1883 overleed hij in zijn villa te Bongival bij Parijs. Zijn lijk werd in Petersburg ter aarde besteld in tegenwoordigheid van tallooze belangstellenden.
Heel anders dus als het leven van een Nekrassof, een Dostojefski verloopt zijn leven in de zorgelooze weelde der Europeesche hoofdsteden. Maar nooit verloochent zich ook in hem, "de Russische ziel", de Russische kunstenaar, zoeker naar waarheid, mee-lijdende mensch, teeder-ontroerde melancholicus, diep-overtuigd van de menschelijke onmacht. De adel echter, die hij van zijn geslacht heeft geërfd, uit zich in den altijd harmonischen bouw en wel-verzorgden stijl zijner romans en novellen. Ook in dit opzicht dus onderscheidt hij zich van de groote mannen-uit-het-volk.
I.
--En, Peter, zie je nog niets? vroeg den twintigsten Mei 1859 op den ... straatweg een man van 45 jaren, die een overjas en geruite broek droeg en blootshoofds en bestoft voor de deur eener herberg stond. Zijn knecht, jong en flink, had ronde wangen, kleine fletse oogen en een ronde kin met kleurloos dons bedekt, en verried met zijn gepommadeerde haren, zijn steenen oorringen, zijn weloverwogen gebaren, den mensch eener nieuwe, vooruitstrevende generatie. Beleefdheidshalve keek hij nog al onverschillig den straatweg af en antwoordde afgemeten:
--Er is volstrekt niets te zien!
--Zie je niets? vroeg de heer.
--Volstrekt niets, herhaalde de ander.
De heer zuchtte en ging op de bank zitten. Wij zullen hem den lezer voorstellen, terwijl hij daar zoo zit met over elkaar geslagen beenen en zijn blikken peinzend weiden laat.
Hij heet Nikolaas Petrowitsj Kirsanof en bezit een goed stuk land met twee honderd boeren, ongeveer vijftien werst van de herberg verwijderd. Daar heeft hij een pachthoeve (zooals hij dat gaarne noemt sedert de nieuwe regeling met de boeren) die een tweeduizend desjatien omvat. Zijn vader, een van onze generaals van 1812, een man zonder veel beschaving, ruw, een echte Rus, maar niet slecht, had zijn leven lang geluierd. Brigade- en later divisie-commandant, woonde hij meestal in de provincie, waar hij in zijn dorp een vrij belangrijke rol speelde.
Nikolaas Petrowitsj was in Zuid-Rusland geboren, evenals zijn oudere broeder Paul, over wien we later zullen spreken. Tot zijn veertiende levensjaar was hij opgevoed door goeverneurs, en hoe minder geld aan die opvoeding besteed werd, des te aangenamer was het den generaal. Slaafs-welwillende adjudanten en andere baantjes-bekleeders, behoorend bij den generalen staf, vormden zijn omgeving.
Zijn moeder, uit de familie Koliazin en die als meisje Agatha heette, had sedert haar huwelijk den naam Agathokleja Koezminisjna Kirsanova aangenomen en onderscheidde zich bij haar optreden in niets van andere hoofdofficiersvrouwen. Zij droeg prachtige hoeden, ruischende zijden kleeren, trad in de kerk altijd het eerst naar voren om het kruis te kussen, praatte veel en druk, reikte iederen morgen haar kinderen de hand tot een kus en gaf hun iederen avond haar zegen, kortom, ze leefde voor haar genoegen.
Ofschoon Nikolaas Petrowitsj, als de zoon van een generaal niet uitmuntte door dapperheid, werd hij toch evenals zijn broeder Paul bestemd voor den militairen dienst. Maar op den dag, dat hij bij zijn regiment ingelijfd zou worden, brak hij een been, bracht twee maanden door te bed en hinkte sedert zijn leven lang. De vader moest afzien van zijn militaire plannen en plaatste hem in den civielen dienst. Hij bracht hem naar St. Petersburg, zoodra hij zijn achttiende jaar had voltooid en liet hem de universiteit bezoeken. In hetzelfde jaar verwierf zijn broeder den officiersrang in een garderegiment. De jonge lieden betrokken eenzelfde woning onder het lichte toezicht van een oom van moeders zijde, Ilja [2] Koljazin, een hooggeplaatst ambtenaar. De vader was teruggekeerd tot zijn divisie en zijn echtgenoote en nu en dan zond hij zijn zoons kwarto vellen grijs papier beschreven met een handschrift vol sierlijke krullen. Aan het slot van deze epistels las men in een zorgvuldig omcirkelde handteekening de woorden: "Peter Kirsanof, generaal-majoor." In 't jaar 1835 verliet Nikolaas Petrowitsj de universiteit als candidaat en in datzelfde jaar verhuisde generaal Kirsanof, die na een onverwachte inspectie pensioen gekregen had, voor goed naar Petersburg met zijn vrouw. Hij huurde een huis bij den Taurischen Tuin en werd opgenomen in de Engelsche Club, maar plotseling overleed hij aan een beroerte. Agathokleja Koezminisjna volgde hem spoedig in het graf, zij vermocht zich niet te schikken in het doffe hoofdstadsleven. Het verdriet, als 't ware ontslagen te zijn, knakte haar ten slotte. Nikolaas Petrowitsj echter was, nog vóor den dood zijner ouders en tot hun bittere teleurstelling verliefd geworden op de dochter van den beambte Prepolovenski, bij wien hij inwoonde, een lief en zooals gezegd werd, een ontwikkeld meisje: zij las in de tijdschriften de ernstige artikelen in de afdeeling: wetenschap. Hij trouwde haar, zoodra de treurtijd voorbij was, liet zijn betrekking aan het ministerie der domeinen, welke hij door voorspraak van zijn vader gekregen had, in den steek en gelukzalig trok hij met zijn Masja eerst naar een landhuis van het Boschkundig Instituut, later naar de stad in een kleine, aardige woning met een killen salon en goed onderhouden trap, eindelijk echter vestigde hij zich op het land, en daar werd hem zijn zoon Arkadiej geboren. De echtgenooten leefden goed en rustig, zij lieten elkander nooit alleen, lazen gezamenlijk, speelden samen quatre-main, en zongen duetten. Zij kweekte bloemen en zorgde voor het pluimvee. Hij ging bij tijd en wijle op jacht en hield zich bezig met landbouw. En Arkadiej groeide en groeide even welgemoed en rustig.
The book keeps going
Reading is free forever. Sign up and watch scenes appear while you read.



Scenes Storieta drew for other classics.
New illustrated classics
Once or twice a month: the latest books to get full character casts, scene art, and free comic editions. No account needed.