Storieta
English
Sign up

The opening · free to read

Transvaalsche Historische Verhalen.

DE HELDEN VAN ZUID-AFRIKA.

Een Verhaal uit den „Trek” der Afrikaansche Boeren uit de Kaapkolonie naar de Transvaal

DOOR L. PENNING.

Vierde Druk. MET 3 GEKLEURDE PLATEN EN PORTRET.

GORINCHEM—F. DUYM—1900.

VOORWOORD BIJ DEN TWEEDEN DRUK.

Van mijn afzonderlijk uitgegeven verhalen: „De Helden van Zuid-Afrika”, „De Scherpschutters van Zuid-Afrika” en „De Ruiters van Zuid-Afrika” verschijnt thans de tweede druk.

In „De Helden” vormt de tocht der Boeren naar het onbekende noorden en hun worsteling met Kaffers en Engelschen, in „De Scherpschutters” de vrijheidsoorlog van 1880/81 tegen Engelsch geweld, en in „De Ruiters” de golvende vlakte bij Krugersdorp, waar Jameson’s rooftocht zijn smadelijk einde vond, het hoogtepunt van het verhaal.

Het zijn drie zelfstandige verhalen, doch de draad, vastgeknoopt in „De Helden” en doorgetrokken in „De Scherpschutters” wordt afgesponnen in „De Ruiters”. In zoover vormen de drie verhalen één geheel, en was het dus eene goede gedachte van den Uitgever, om ze in een Serie uit te geven.

Dat de Uitgever intusschen zoo spoedig tot een tweeden druk kon overgaan, pleit voor de belangstelling, waarmede de opkomst der jeugdige Zuid-Afrikaansche Republiek wordt gadegeslagen, en in zoover die belangstelling den Schrijver zelven raakt, betuig ik daarvoor zoowel aan het Nederlandsche als aan het stamverwante Afrikaansche publiek mijn welgemeenden dank.

Moge dan ook deze tweede Uitgave er het hare toe bijdragen, om den band hecht en sterk te maken, die ons bindt aan de Afrikaansche Boeren, want het is de band des bloeds! En de Boeren kunnen er zich van verzekerd houden, dat wij Nederlanders met warme harten hun worsteling gadeslaan voor een vrij en onafhankelijk Zuid-Afrika!

L. PENNING.

HOOFDSTUK I.

Wij schrijven het jaar 1835.

Breed en stoffig, vervelend en eindeloos strekt zich de weg voor ons uit. De wagensporen gaan er als diepe voren doorheen.

Niets verbreekt de eentonige stilte dan het gekras van een roofvogel hoog in de lucht, het gehots van een ossenwagen heel in de verte en het „Halloh” van een driftigen voerman.

Ginds buigt een laan in het transportpad [1]. Die laan gaan wij op.

’t Is een oprijlaan, met schaduwrijke olijfboomen beplant.

Die schaduw verkwikt ons, want het was heet op den zandigen weg. De zon, al begon ze reeds te dalen, brandde ons op het hoofd.

Aan het einde der laan staat een woning, een boerenhuis. Het schijnt, dat de bewoner de menschelijke samenleving is ontvlucht; zóó eenzaam staat het huis.

Het is opgetrokken uit gebakken steen, breed en lang; laag aan den grond; slechts één verdieping hoog.

Het is wit gepleisterd, en de kleine ruiten kijken half schuchter, half nieuwsgierig tusschen het groen gebladerte door van den wijnstok, die zijn sappige ranken opschiet tot boven het dak.

Aan de linkerzijde van het huis is een diepte, een zoogenaamde „dam”, waarin het regenwater wordt opgevangen. Met dat water wordt het vee gedrenkt. Er staat thans weinig water in, want de vijver droogt op in de heete zonnestralen, en het heeft in geen maanden geregend.

Rechts ziet ge een schuur. Men noemt het hier een „wagenhuis”. Het dient als bergplaats voor de wagens en landbouwgereedschappen.

In dit wagenhuis staan drie ossenwagens; een bewijs, dat de boer, die hier woont, rijk is. Arme boeren bezitten maar één ossenwagen. Er zijn zelfs boeren, die geen ossenwagen hebben; die leenen er een, als het noodig is.

Voorts ziet ge rechts een groote, cirkelvormige ruimte, door een muur van met zorg opgestapelde klipsteenen ingesloten.

Die klipsteenen worden uit den grond uitgegraven.

Deze cirkelvormige ruimte wordt „kraal” genoemd, en dient tot stal en wijkplaats voor de ossen en ander vee, ’s nachts, als de wilde dieren op roof uitgaan.

Thans is de ruimte ledig. Een gedeelte der kudde kunt ge ginds aan den horizon zien grazen: langs de heuvelen. Ge ziet er menschen bij; dat zijn de herders. Maar deze herders zijn geen zonen van Jafet; daarvoor is hun kleur te bruin. Ge zoudt het zelf kunnen opmerken, als de afstand niet te groot was.

Achter het huis strekt zich de groote boomgaard uit. In keurige orde zijn de boomen geplant; ge zoudt denken, in een Geldersche kersenboomgaard te zijn. Abrikozen wisselen met perziken, appels met peeren, moerbeziën met sinaasappelen, en daartusschen ruischt het gebladerte van den vijgenboom.

Terwijl de velden verschroeid zijn door de zomerhitte, schiet hier het gras welig uit, en wel zestig rijpaarden loopen hier te grazen.

Ik haast mij, u met de bezitters dier paarden in kennis te stellen.

Ziet ge die drie machtige, honderd voet hooge gomboomen aan het eind van den boomgaard?

In de schaduw van die gomboomen daar zitten zij, die mannen, en zonder dat ik het u behoef te zeggen, voelt ge als bij ingeving: Hier ben ik onder stamgenooten, onder broeders!

Ge ziet het aan hun gelaat; ge hoort het aan hun taal; ge merkt het aan hunne manieren.

’t Is verwonderlijk: hier, aan de andere zijde van den evenaar, midden in de eindelooze velden van Zuid-Afrika, een vergadering van Hollandsche Boeren!

’t Is verwonderlijk, en toch is er geen twijfel aan. Zie maar hoe bedaard zij uit hun pijpen zitten te rooken, en vóór hen staat de dampende koffie.

Zij drinken altijd koffie, die Hollandsche Boeren, altijd!

’s Morgens drinken zij haar tegen de kou, en ’s middags tegen de hitte. Zij drinken altijd koffie; zij zullen zich de maag nog bederven aan de koffie.

The book keeps going

Keep reading, and see it illustrated

Reading is free forever. Sign up and watch scenes appear while you read.

Illustrated scene from Pride and PrejudiceIllustrated scene from Alice's Adventures in WonderlandIllustrated scene from The Adventures of Sherlock Holmes

Scenes Storieta drew for other classics.

New illustrated classics

A new classic, drawn, in your inbox.

Once or twice a month: the latest books to get full character casts, scene art, and free comic editions. No account needed.