Storieta
Sign up

The opening · free to read

H U G O D E G R O O T,

Onder het aanzienlyk getal van voornaame mannen, welken, van tyd tot tyd, op het tooneel van Nederland hunne rol gespeeld hebben, is HUGO DE GROOT één der uitmuntendsten, en zal, zo lang de Republiek, wier lotgevallen de gantsche wereld zo menigmaal hebben doen verbaazen, zo lang Nederland bestaat, in gedachtenisse blyven by hen, die niet onverschillig zyn omtrent her land dat zy bewoonen, en het navorschen van deszelfs voorledenen en tegenwoordigen staat, voor eene ten hoogsten nuttige, niet alleen, maar ook noodige bezigheid houden--zy die gewoon zyn, den ongelukkigen grysaart, den beroemden OLDENBARNEVELD, met traanen van medelyden naar het verachtelyke schavot te vergezellen--zy die niet zonder innerlyke ontroering, dien grooten Vaderlander, op den oever des grafs staande, kunnen hooren zeggen: _Mannen, gelooft het niet, dat ik een Landtverrader ben, ik hebbe oprecht, en vroom gehandelt, als een goed Patriot, en die zal ik sterven_--zy wier hart scheurt, wanneer zy dien bukkenden grysaart, op een stoksken steunende, en met zwakke treden, het blikzemende zwaard, dat opgeheven is om hem te ontzielen, ten gemoete zien waggelen; hem zyne oogen ten hemel zien slaan, onder het uitroepen van deze hartlyke woorden: _Jesus Christus zal myn leidsman zyn: Heere God, Hemelsche Vader, ontvang mynen Geest_----zy die zig by aanhoudendheid verwonderen, over de zonderlinge bedaardheid van ziel, waarmede die onvoorbeeldige yveraar voor zyn Vaderland, de kortstondige, maar niet te min geduchte reis, naar de eeuwigheid, aangenomen heeft, zy kennen den Letterheld, met wiens lotgevallen wy ons voor een oogenblik zullen bezig houden; zy kennen den grooten HUGO, den tyd- en, gedeeltelyk, ook den ramp-genoot van den voornoemden grysaart; zy zyn gewoon ook hem met traanen van medelyden naar het bange Loevestein te vergezellen, en met een hart, dobberende tusschen hoop en vrees, hem, door een geoorloofde list zyne banden te zien ontkomen: maar de groote man verdient dat ook de gantsche wereld hem kenne; ieder Vaderlander is verpligt het zyne daartoe bytebrengen; dit billykt ons voorneemen, en zal niet minder ons den arbeid aangenaam maaken.

Om een algemeen denkbeeld van 's mans uitmuntendheid te verkrygen, is zeer geschikt het vierregelig versje van W. DEN ELGER, geplaatst onder een afbeeldzel van onzen held, door VAN GUNST in 't koper gebragt: dus luidt het:

Door deugd des afgunst dood, Door geest een waerelds wonder, Door naam een schelle donder, _Was de ed'le HUIG DE GROOT._

Onder een ander afbeeldzel, geschilderd door MIEREVELD, en gegraveerd door VAN DER WENNE, leest men het volgende versje, van den beroemden G. BRANDT, 't welk niet minder den lof van den edelen vluchteling verbreidt:

_Dus leeft de Fenix der Geleerden, HUIG DE GROOT,_ Des aartryx wonder, gift des hemels, die de doodt De tydt en nydt beschaamt: die Neêrlandts Staatsgevaaren, Het oorlogh en 't bestandt beschreef in gulde blaêren. Het vaderlandt, dat hem verstiet wordt hier verplicht: En Hollandts vryheit trekt haar luister uit dit licht.

VONDEL schreef onder een derde afbeeldzel, door den beroemden HOUBRAKEN, naar 't origineele van gezegden MIEREVELD vervaardigd, deze versen:

De zon des Lants wert dus van Mierevelts penseel, Geschildert, toenze gaf haer schynsel op 't panneel; Doch niet gelykze straalt op 't heerlykste in onze oogen, Maer met een dunne wolk van sterflykheit betogen, _Om Duitsch te spreken, dit 's de Fenix HUIG DE GROOT,_ Wiens wyze Majesteit beschynt den Weereltkloot. Wie vraegt nu, wat Cefis of Delfos eertyts zeide? Een Delfsch Orakel melt meer wysheit dan die beide.

Onder nog een ander afbeeldzel van onzen Held, schreef de geleerde D. HEINSIUS, een zinryk Latynsch Puntdichtje, 't welk door den Heer BRANDT dus vertaald is:

Dit 's 't pand van 's hemels gunst, van Holland voortgebragt, Dat zich met recht ontzette en by zich zelve dacht, Heb ik dien grooten Huig wel voor my zelf gebaard? Dit zichtbaar menschlyk is, de rest naar 't godlyk aart.

Immers doet dit alles ons denken op een' man, zo groot van verstand als verheven van ziel? en onze HUGO was inderdaad zulk een zeldzaam voorbeeld: DE GROOT was waarlyk Groot, en had dus dezen zynen eigen naam ook als een' eernaam moge voeren: hem daardoor in den rang der Vorsten te stellen, is niets minder dan vlyery--'t wordt by de Historiekundigen ook geloofd, dat de voorzaaten van onzen Held, zig, door uitmuntende diensten het Vaderland beweezen, den gezegden eernaam verworven hebben, zynde het geslacht van DE GROOT eigenlyk voordgesprooten uit dat van KRAAIJENBURG, welks adelyk huis van dien naam, welëer gestaan heeft tusschen Delft en 's Gravenhagen: de gezegde afkomst van het geslacht onzes Helds, wordt bevestigd door deszelfs wapen, 't welk 't zelfde is met dat van den huize KRAAIJENBURG voornoemd.

Door de uitwerkzelen van den alles vernielenden twist, het monster dat in ons lieve Vaderland zo menigmaal zyne haatelyke rol gespeeld heeft, werden de voorzaaten van onzen HUGO genoodzaakt de wyk te neemen naar het nabuurig Delft, alwaar zy vervolgends, onder den naam van DE GROOT, de aanzienlykste eeramten bekleed hebben: op de regeringslysten van Delft voornoemd, vindt men, volgends de aantekening van zekeren Aper Melisz. van Melisdyk, getrokken uit een oud register, op den jaare 1485 reeds, Mr. HUGO HUGOSZ. DE GROOT, die gestorven is den 8 Mei des jaars 1509: DIRK HUIGENSZ. DE GROOT, mede een vermaard man, dien wy 't laatst op den jaare 1521 als Burgemeester van Delft vermeld vinden, stierf omtrent den jaare 1530, zonder kinderen van het manlyke geslacht natelaaten, waardoor derhalven de beroemde naam van DE GROOT welhaast verlooren geraakt zou weezen, ware het niet dat ERMGARDT DE GROOT, dochter van Heer DIRK voornoemd, daarin voorzien hadde; deze in 't huwelyk zullende treeden met den Heere CORNELIS CORNETS, een man afkomstig uit de Hertogen van Bourgondiën, werd zo sterk door de zucht voor haar beroemd geslacht gedreeven, dat zy den voorgenomen echt niet wilde voltrekken, dan onder beding, dat de zoonen, welken uit haar geboren mogten worden, den naam van DE GROOT zouden voeren: volgends dit voorbeding werd een zoon van vrouwe ERMGARDT, HUGO CORNELISZ. DE GROOT genoemd, zynde de grootvader van onzen Held: deze HUGO voegde de wapens, enz. van beide de geslachten, waaruit hy gesprooten was, CORNETS en DE GROOT, byéén; ook werden de waardigheden, sedert zo veele jaaren herwaards door de voorzaaten van vrouwe ERMGARDT bekleed, en die op haaren man, CORNETS, niet overgebragt hadden kunnen worden, om dat hy geen geboren Hollander was, nu weder, met algemeene toejuichinge, aan Heer HUGO opgedraagen: en niet alleenlyk de aanzienlykste waardigheden, maar ook de weetenschappen scheenen in dit beroemd geslacht ervelyk te weezen, waarvan wy de spreekendste bewyzen zullen opleveren; wat den laatstgemelden HUGO desaangaande betreft, van dezen wordt gezegd, dat hy was, "een man in de Latynsche, Griexe, en ook Hebreeusche Taalen ervaaren, meer dan die tyden meêbraghten;" hy huwde met ELSELINGH HEEMSKERK, (anderen geeven hem nog eene vroegere gemaalin, naamlyk, MARIA STEFFENS,) een telg uit het doorluchtig en aloud Nederlandsch Geslacht van dien naam, waaruit zo veele groote mannen voordgesprooten, en waarvan de nakomelingen nog heden in aanzien zyn: om slechts iets tot lof der HEEMSKERKEN te zeggen, wyzen wy den Lezer op den beroemden JACOB HEEMSKERK, of VAN HEEMSKERK, gelyk wy hem ook genoemd vinden, een held, "die door verscheidene togten, in bekende en onbekende landen, en naar de Oostindiën, den Vaderlande veele onwaardeerbaare diensten beweezen heeft, tot dat hy voor Gibralter, in den jaare 1607, zyn doorluchtig leven al vechtende afleide;" onze wereldstad roemt op het bewaaren van 't overschot dezes helds: zyn grafstede, in de Oude-Kerk, prykt met het volgende zinryke versje van den onstervelyken Ridder, P.C. HOOFT:

Heemskerk, die dwars door 't ys, en 't yzer dorste streeven, Liet d'eer aan 't Land, hier 't lyf, voor Gibralter het leven.

HUGO DE GROOT, verwekte by vrouwe ELSELINGH, onder andere kinderen, twee zoons, naamlyk, JAN en CORNELIS, beiden mannen, wier roem door onze Vaderlandsche Historieschryvers mede ten breedsten uitgemeeten wordt; volgends BOXHORN, is de laatstgemelde geboren te Delft, in den jaare 1546: in zyne vroege jeugd oefende hy zig te Parys in de Wysbegeerte en de Historiën; van daar vertrok hy naar Orleans, alwaar hy in de rechten studeerde; weder t'huis gekomen zynde, werd hy, in 1575, tot Leeraar in de rechten, op de Hooge School te Leiden, verkoozen; na veele waardige diensten gedaan te hebben, is hy te dier stede overleden, op den verjaardag zyner geboorte, dat is, op den 25 July des jaars 1610, bekleedende toen voor de zesde maal de waardigheid van Rector magnificus der Universiteit: hy was by de geleerdste lieden van zynen tyd, en boven all' by den vermaarden JUSTUS LIPSIUS, zeer gezien: zyn broeder JAN DE GROOT was de vader van onzen Held; deze heeft op zyn beurt mede de wetten en 't welzyn der Stad Delft helpen handhaven; ook werd hem de zorg voor Leidens Hooge School aanbetrouwd; hy huwde met ALIDA VAN OVERSCHIE, mede geboren uit een oud adelyk Delftsch Geslachte: de Ambachtsheerlykheid van dien naam, wordt onder de oudste eigendommen van Delft geteld: een andere zoon van Heer JAN, een jonger broeder van HUGO, 't voorwerp onzer tegenwoordige bemoeijingen, was WILLEM DE GROOT: had gezegde HUGO welëer, en 't geen wy nader zien zullen, geschreeven, de Inleiding tot de Hollandsche Rechtsgeleerdheid, deze verledigde zig ter vervaardiginge van een werk, ten tytel voerende: Inleiding tot de praktyk van den Hove van Holland, eerst in de Latynsche, en daarna in de Nederduitsche Taale; hy droeg hetzelve op aan de Burgemeesteren van Delft: de geestige J. WESTERBAAN maakte op beide werken een dichtstukje, waarvan dit de laatste versen zyn:

Aankomelingen, ziet hoe dese Groote mannen, Uyt liefde t' uwer dienst sich hebben ingespannen, En toont haar alle bey, dat u haar wel-doen raeckt: _'t Geen HUGO had begost heeft WILHEM opgemaeckt._

Deze WILLEM DE GROOT wordt by uitneemendheid een zeer vroom, nederig, en oprecht man van leven genoemd; welken lof hem ook toegezwaaid is, door den geleerden N. HEINSIUS, in een Latynsch Vers, door dien Dichter op het afbeeldzel van Heer WILLEM gemaakt: HUGO's geleerde broeder stierf den 12 Maart des jaars 1662, in den ouderdom van 65 jaaren, en ruim één maand.

Zie daar het geen wy verkoozen vooraf te zeggen; thans zullen wy ons nader bepaalen by onzen grooten HUGO, de eeuwige eer en 't orakel van Delft, welken eertytel hem elders gegeeven wordt; en iets dergelyks van onzen Letterheld geboekt te vinden, is waarlyk niets nieuws, gelyk in het vervolg ten overvloede zal blyken: Professor BAUDIUS noemt hem, _de allergrootste, de wonderbaare GROTIUS, het sieraad en puikjuweel der Hollandsche jeugd_; ter gelegenheid dat CLAUDIUS SALMASIUS, den Heer DE GROOT, na zyn overlyden, met eenige schriften, onder den naam van Simplicium Verinus aanrandde, schreef de schrandere VONDEL, in den jaare 1646, desaangaande, aan den Heere HOOFT, onder anderen deze regelen:

The book keeps going

Keep reading, and see it illustrated

Reading is free forever. Sign up and watch scenes appear while you read.

Illustrated scene from Alice's Adventures in WonderlandIllustrated scene from The Adventures of Sherlock HolmesIllustrated scene from Frankenstein

Scenes Storieta drew for other classics.

New illustrated classics

A new classic, drawn, in your inbox.

Once or twice a month: the latest books to get full character casts, scene art, and free comic editions. No account needed.