Storieta
English
Sign up

The opening · free to read

NA DE ONTVOERING.

»Texar!"...

Ja, Texar! dat was wel degelijk de verafschuwde naam, die door Zermah in den nacht uitgekreten was, juist op het oogenblik toen mevrouw Burbank en miss Alice Stannard op den oever der Marino-Kreek aankwamen.

Het jonge meisje had daarenboven den ellendigen Spanjaard herkend, zoodat niet kon in twijfel getrokken worden, dat hij de bewerker der ontvoering van de kleine Dy en van de mestische vrouw Zermah was, ja, dat hij de uitvoerder van die schandelijke daad was.

En inderdaad, Texar was de schuldige. Hij was bij zijn boevenstuk door een half dozijn kerels geholpen geworden, die aan hem met lijf en ziel verknocht waren en bij alle door hem gepleegde misdaden zijne medeplichtigen waren.

De Spanjaard had reeds sedert lang dien tocht voorbereid, die de verwoesting van de plantage Camdless-Bay, de plundering van het heerenhuis Castle House, den financiëelen ondergang van de familie Burbank, en de gevangenneming of den dood van het hoofd van dat gezin moest tengevolge hebben.

Met dat doel had hij zijne roofzieke benden over de plantage losgelaten! Hij had zich toen evenwel niet aan hun hoofd gesteld, maar de leiding van dien troep aan den meest woesten kerel zijner partijgangers opgedragen. Hierdoor wordt het verklaarbaar, dat John Bruce, de agent van master Harvey, die zich bij den aanvallenden troep gevoegd had, aan James Burbank had kunnen verzekeren, dat Texar daarbij niet aanwezig was.

Om hem te ontmoeten, zou men naar de Marino-Kreek hebben moeten gaan, die door middel van een tunnel, zooals de lezer weet, met Castle-House in gemeenschap stond. Voor het geval dat het heerenhuis het beleg niet langer zoude kunnen uithouden, zouden de verdedigers trachten langs dien tunnel den terugtocht aan te nemen, om aan hunne vijanden te ontkomen.

Texar was met het bestaan van dien tunnel bekend. Hij was dan ook te Jacksonville in een vaartuig gestegen en had, terwijl Squambo, vergezeld van twee slaven in eene andere boot gezeten, zich bij hem gevoegd had, post gevat in de Marino-Kreek, ten einde de vlucht van master James Burbank te bespieden.

En werkelijk, hij had zich niet vergist. Dat bespeurde hij dadelijk, toen hij een der sloepen van Camdless-Bay ontwaarde, die achter de biezen der kreek verscholen lag. De negers, die de wacht in dat vaartuigje hielden, werden overvallen en afgemaakt. Daarna viel er niets anders te doen dan te wachten. Weldra verscheen Zermah, die het kleine meisje bij zich had. Toen de mestische begon te schreeuwen en te gillen, vreesde de Spanjaard, dat men haar te hulp zoude komen. Hij greep haar en leverde haar aan Squambo over. Toen mevrouw Burbank en miss Alice Stannard een oogenblik later verschenen, bevond Zermah zich reeds in het vaartuig van den Indiaan op het midden der rivier.

De lezer weet het overige.

Intusschen had Texar, na de voltooide ontvoering van die vrouw en dat kind, het niet noodig geacht zich bij Squambo te vervoegen. Die man, die hem met lijf en ziel toegedaan was, wist naar welke onnaspeurlijke schuilplaats hij Zermah en de kleine Dy moest brengen. Toen dan ook de drie kanonschoten de aanvallers, juist op het oogenblik dat zij Castle-House zouden binnendringen, naar Jacksonville terugriepen, was de Spanjaard plotseling verdwenen en had hij zich uit de voeten gemaakt, door de Sint John in schuine richting over te steken.

Waar was hij heengegaan?

Dat wist niemand te zeggen. Zooveel was zeker dat hij gedurende den nacht van den 3den op den 4den Maart niet naar Jacksonville teruggekeerd was. Men zag hem daar eerst vier en twintig uren later. Wat voerde hij gedurende die onverklaarbare afwezigheid uit? Dat kan door niemand verklaard worden. Toch mocht aangenomen worden, dat die afwezigheid, wanneer hij als de hoofdschuldige of medeplichtige aan de ontvoering van de kleine Dy en van Zermah aangeklaagd mocht worden, hoogst verdacht moest voorkomen. Het samenvallen van zijne verdwijning met die ontvoering zou zeer zeker in zijn nadeel uitgelegd worden.

Maar hoe het ook zij, hij keerde eerst in den ochtend van den 5den naar Jacksonville terug, om er de leiding op zich te nemen en de noodige maatregelen te treffen voor de verdediging der stad en van den Staat tegen de Noordelijken.

De lezer heeft reeds vernomen, dat hij tijdig genoeg wederkeerde om eene hinderlaag voor Gilbert Burbank open te stellen en om het voorzitterschap der rechtbank op zich te nemen, die gereed stond den jeugdigen officier ter dood te veroordeelen.

Wat zeker was, dat is dat Texar zich niet in de sloep van den Indiaan Squambo bevond, toen dit vaartuig door den opkomenden vloed, in het donkere van den nacht naar het bovengedeelte der rivier ten noorden van Camdless-Bay voortgedreven werd.

Zermah, die eindelijk ingezien had, dat hare kreten en haar gegil niet meer op de beide oevers der Sint John gehoord konden worden, was er toe overgegaan te zwijgen. Zij zat in het achtergedeelte der sloep en hield de kleine Dy in hare armen gesloten.

Het verschrikte kleine meisje had geen enkelen kreet, geen enkele klacht laten ontsnappen. Zij sloot zich vast tegen de borst van de kleurlinge aan en poogde zich tusschen de plooien van het manteltje van de wakkere vrouw te verbergen. Slechts eens of twee malen hadden hare lippen eenige woorden gepreveld:

»Mama!... Mama!... O, goede Zermah!... Ik ben zoo bang!..."

In ditzelfde oogenblik liep mevrouw Burbank, schier waanzinnig van schrik en angst, langs den rechter oever der rivier en poogde het vaartuig te volgen, dat haar kind naar de overzijde voerde.

De duisternis was toen groot. De vlammen der verschillende woningen en keten, die op de plantage in brand gestoken waren, begonnen uit te dooven, evenals het geknetter van het geweervuur begon te zwijgen. Uit de veelvuldige rookzuilen, die onder den aandrang van den zuidenwind naar het noorden ombogen, flikkerden nog van tijd tot tijd vlammen op, die dan weer uitdoofden, maar op de oppervlakte van den stroom eene schittering veroorzaakten als van verschietende bliksemstralen.

Toen werd alles stil en somber.

Het vaartuig volgde den stroomdraad van de rivier en hield zich in het midden daarvan, zoodat van de beide oevers niets te ontwaren was. Het was alsof die sloep zich in volle zee bevond, zoo eenzaam was zij.

Naar welke kreek stevende dat vaartuig, welks roer door Squambo gestuurd werd?

Dat wenschte Zermah bovenal te weten. Zij begreep dat het ondervragen van den Indiaan tot niets zou leiden. Zij zocht zich dus te oriënteeren, hetgeen in die dikke duisternis waarlijk niet gemakkelijk was, vooral zoolang Squambo het midden der rivier bleef houden. De vloed kwam met kracht op; daarenboven pagaaiden de twee negerslaven met alle kracht, zoodat men zoo snel mogelijk in zuidelijke richting voortstevende.

Het ware toch uiterst nuttig en raadzaam geweest, indien Zermah een spoor van haren voorbijtocht achterliet, om de nasporingen van haren meester te vergemakkelijken. Dat begreep de goede vrouw. Ware zij aan wal geweest, dan zou een lap van haar manteltje, aan de takken van een struik vastgehecht, als eerste merkteeken hebben kunnen dienen om de verkenners op het spoor te brengen, die dat, eenmaal behoorlijk waargenomen, niet meer zouden hebben laten glippen. Maar op die rivier was zoo iets onmogelijk. Waartoe zou het dienen, dat het een of andere voorwerp, aan haar of aan het jonge meisje toebehoorende, aan den stroomdraad overgeleverd zoude worden? Zou de hoop werkelijk gekoesterd kunnen worden, dat het in handen van master James Burbank zou geraken? Neen, daaraan viel niet te denken. Op die hoop mocht niet gebouwd worden. En als een gevolg daarvan moest de arme mestische er zich toe bepalen om te trachten te herkennen op welk punt der oevers van de Sint John de sloep zou landen.

Zoo verliep onder de gegeven omstandigheden een uur.

Squambo had geen enkel woord gesproken. De beide negerslaven pagaaiden krachtig maar stilzwijgend. Geen enkel licht werd op de oevers waargenomen, noch in de huizen, noch onder de dichte loofkruinen van het hooge geboomte, welks sombere massa zich in het donker in een nevelvorm liet ontwaren.

Terwijl Zermah rechts en links uitkeek en steeds gereed was, om iedere aanwijzing hoe gering ook te benutten, dacht zij slechts aan de gevaren, welke het kleine meisje liep, dat met haar ontvoerd was. De gevaren, die haar zelf bedreigden, telde zij niet; daaraan dacht zij zelfs niet. Hare vrees betrof slechts dat kind. Op dat dierbare hoofd verzamelden zich alle hare angsten.

Het was wel degelijk Texar, die de ontvoering had doen ten uitvoer leggen. Dienaangaande was geen twijfel mogelijk. Zij had den Spanjaard zeer goed herkend, toen hij daar bij de Marino-Kreek de wacht hield, hetzij met het doel om langs den tunnel binnen Castle House te dringen, hetzij dat hij daar de verdedigers van het heerenhuis opwachtte, wanneer die door dien uitgang zouden pogen te ontsnappen.

Wanneer Texar niet zoo overijld was te werk gegaan, zouden mevrouw Burbank en miss Alice Stannard zich nu, evenals de kleine Dy en Zermah, in zijne macht bevinden. Dat hij zich niet aan het hoofd der militie-troepen en de bende plunderaars gesteld had, had zijne redenen daarin gevonden, dat hij er zeker van was de familie Burbank bij de Marino-Kreek des te gevoeliger te kunnen treffen. Wij hebben gezien, dat hij goed geraden had.

Maar in ieder geval zou Texar niet kunnen loochenen, dat hij direct medeplichtig was aan de ontvoering van het kleine meisje en van de mestische vrouw. Later, wanneer het uur der gerechtigheid zoude gekomen zijn, wanneer de Spanjaard voor zijne misdaden ter verantwoording zoude geroepen worden, dan zou hem de uitvlucht niet kunnen baten, om een van die onverklaarbare alibi's te kunnen inroepen, die hem tot heden zoo uitstekend gelukt waren.

Maar welk lot dacht hij thans zijne twee slachtoffers toe?

Kon hij ze in de moerassige streken van de Everglades, ver voorbij de bronnen van de Sint John verbergen?

Kon hij zich van Zermah ontdoen als van eene lastige en gevaarlijke getuige, welker verklaring hem den een of anderen dag zoude kunnen vernietigen?

Die vragen stelde zich de mestische vrouw. Zij zou gaarne haar leven ten offer gebracht hebben, om het kind te redden, dat met haar ontvoerd werd. Maar wanneer zij dood zoude zijn, wat zou er dan van de kleine Dy in de handen van Texar en zijne booswichten terecht komen? Die gedachte martelde haar en dan klemde zij het kleine meisje vaster aan hare borst, alsof Squambo het voornemen reeds aan den dag zoude gelegd hebben om haar het kind te ontrukken.

Terwijl zij zoo in hare gedachten verdiept was, meende Zermah eindelijk te bemerken, dat het vaartuig den linker oever van de rivier naderde. Zou haar dat tot aanwijzing kunnen strekken? Neen, want zij wist niet, dat de Spanjaard zijne woning in het binnenste gedeelte van de Zwarte Kreek, op een der talrijke eilanden van die schier onbekende lagune, opgeslagen had. Dat wisten de partijgangers van Texar zelfs niet, daar niemand ooit in het blokhuis, dat hij met Squambo en zijne negerslaven bewoonde, toegelaten werd.

Daar inderdaad bracht de Indiaan de kleine Dy en Zermah onder dak. Daar, te midden van de ondoordringbare struiken van die streek, overdekt met eene machtige moerassige tropische plantenwereld, zouden zij aan iedere nasporing onttrokken zijn. De kreek zelve was als het ware ondoordringbaar te noemen voor hem die er de richting van de doorvaarten en de ligging der eilandjes niet van kende. Zij bood schuilplaatsen bij duizenden aan, waar de ontvoerde gevangenen zoo goed en wel verborgen konden worden, dat het onmogelijk zoude zijn haar op het spoor te komen. Voor het geval dat master James Burbank zou pogen dit woeste en ondoordringbare struikgewas te doorzoeken, waren maatregelen getroffen, om de mestische vrouw en het kleine meisje naar het zuidelijk gedeelte van het Floridasche schiereiland te vervoeren. Dan zou alle kans verkeken zijn om haar weer te vinden te midden van die uitgestrekte wildernissen, die door de Europeesche pionniers hoogst zelden bezocht worden, en waar slechts enkele benden Indianen aangetroffen worden, die daar niet wonen, maar de ongezonde vlakten slechts doortrekken.

The book keeps going

Keep reading, and see it illustrated

Reading is free forever. Sign up and watch scenes appear while you read.

Illustrated scene from The Great GatsbyIllustrated scene from Pride and PrejudiceIllustrated scene from Alice's Adventures in Wonderland

Scenes Storieta drew for other classics.

New illustrated classics

A new classic, drawn, in your inbox.

Once or twice a month: the latest books to get full character casts, scene art, and free comic editions. No account needed.