Storieta
English
Sign up

The opening · free to read

Personen:

Theseus, hertog van Athene. Hippolyta, koningin der Amazonen, verloofd met Theseus. Egeus, vader van Hermia. Hermia, dochter van Egeus, verliefd op Lysander. Minnaars van Hermia. Lysander, Demetrius.

Helena, verliefd op Demetrius. Philostratus, bestuurder der hoffeesten.

Dissel, een timmerman. Schaaf, een schrijnwerker. Spoel, een wever. Wind, een blaasbalgmaker. Tuit, een ketellapper. Slokker, een snijder.

Oberon, de koning der Elfen. Titania, de koningin der Elfen. Puck, een kabouter, Oberons dienaar. Elfen. Erwtebloesem, Spinrag, Mot, Mosterdzaad.

Andere Elfen, in het Gevolg van hun koning en koningin. Gevolg van Theseus en Hippolyta.

Het tooneel is te Athene en in een nabijgelegen woud.

EERSTE BEDRIJF.

EERSTE TOONEEL.

Athene. Een Zaal in het paleis van Theseus.

Theseus, Hippolyta, Philostratus en Gevolg komen op.

THESEUS. Thans komt, Hippolyta, ons huwlijksuur Met spoed nabij. Vier blijde dagen brengen Een nieuwe maan; maar o! wat talmt die oude Met af te nemen! Wat ik vurig wensch Vertraagt ze, dralend als een weduw doet, Die van haar stiefzoons renten 't leven rekt.

HIPPOLYTA. Vier dagen, zij verzinken snel in nacht; Vier nachten, zij verdroomen snel den tijd; Dan wordt op nieuw de zilvren boog der maan Gespannen aan den hemel, en beschouwt De nacht van ons festijn.

THESEUS. Philostratus, Ga, wek Athene's jeugd tot blij gejuich; Roep op den vluggen, dartlen geest der vreugd; Verban zwaarmoedigheid naar 't huis van rouw; Die bleeke gast past niet bij onzen trouw.--

(Philostratus af.)

Hippolyta, ik vroeg u met mijn zwaard, En won uw liefde door u leed te doen; Maar wil u huwen op een andre wijs, Met pracht en praal en blijde feestlijkheid.

(Egeus, Hermia, Lysander en Demetrius komen op.)

EGEUS. Heil Theseus, onzen grooten hertog heil!

THESEUS. Dank, Egeus, dank!--Gij wilt iets vragen? Spreek!

EGEUS. Vol leedgevoel verschijn ik en verklaag Mijn kind hier, mijne dochter Hermia. Treê voor, Demetrius.--Mijn eedle Heer, Aan dezen man beloofde ik hare hand;-- Treê voor, Lysander;--en, genadig vorst, Hier deze heeft mijn dochters hart betooverd;-- Gij, gij, Lysander, schonkt haar teedre rijmpjes, Gij ruildet minnepanden met mijn kind, Zongt aan haar venster vaak bij maneschijn, Met valsche stem, een lied van valsche min, En prenttet haar ter sluik uw beeld in 't brein Door ringen, wissewasjes, vlokjes haar, Door speeltuig, tuiltjes, lekkernijen,--boden Van veel gewicht bij de onervaren jeugd; Door list hebt gij mijn dochters hart gekaapt, De volgzaamheid, die zij mij schuldig is, In wreevle koppigheid verkeerd.--Mijn vorst, Wanneer zij thans niet voor uw troon belooft In de' echt te treden met Demetrius, Dan vraag ik, krachtens 't oude Atheensche recht, Volstrekte macht op haar, mijn eigendom; Zij kieze: en neem' deez' man tot echtgenoot, Of lijd' de doodstraf, die naar onze wet In dit geval onmidlijk volgen mag.

THESEUS. Wat zegt gij, Hermia? wees wijs, schoon kind; Uw vader moet u gelden voor een god, Die uwe schoonheid schiep; voor iemand, wien Gij slechts een beeld van was zijt, dat door hem Gevormd is en dat hij bewaren kan, Maar dat hij ook de macht heeft te verbreken. Demetrius is toch een waardig man.

HERMIA. Lysander is het ook.

THESEUS. Ja, op zichzelf; Maar hier, nu hij uws vaders stem niet heeft, Is de ander hem in waardigheid vooruit.

HERMIA. O, waar' 't mijn oog, waarmeê mijn vader koos!

THESEUS. Wierd eer ùw oog door zijne keus geleid!

HERMIA. Ik smeek u om verschooning, edel vorst; Ik weet niet, wat de kracht, den moed mij geeft, Noch of het aan een zedig meisje past, Dat ik in zulk een hoogen kring mij uit; Maar toch, ik waag 't, mijn vorst, de vraag te doen: Wat is het ergste, dat mij treffen kan, Als ik Demetrius mijn hand ontzeg?

THESEUS. Ziehier uw keus: gij sterft den dood, of zweert 't Verkeer met mannen voor uw leven af. Dus, schoone Hermia, beproef uzelf; Denk aan uw jeugdig bloed; stel u de vraag, Of,--als ge uws vaders wenschen wederstreeft,-- Gij ook der nonnen dracht verduren kunt, En, steeds in 't sombre klooster ingesperd, Als kuische zuster levenslang den lof Der koude maan met matte liedren zingen! Driewerf gelukkig, wien 't betoomde bloed Aldus des levens pelgrimstocht vergunt; Doch 't roosje, dat zijn geur genieten doet, Leeft zoeter leven, dan dat op zijn struik Groeit, leeft en sterft in heilige eenzaamheid.

HERMIA. Zoo wil ik groeien, leven, sterven, Heer, Eer dat mijn maagdeblos de heerschappij Erkenn' van hem, wiens opgedrongen juk Mijn ziel versmaadt en nooit aanvaarden zal.

THESEUS. Bedenk u nog;--bij de eerste nieuwe maan,-- Den dag, die tusschen mijn geliefde en mij Den eeuw'gen band van trouw bezeeglen zal,-- Wees dan bereid te sterven op dien dag, Wijl gij den wil uws vaders niet wilt doen; Of doe dien, reik Demetrius de hand; Of wel, Diana's outer hoore uw eed Van streng en eenzaam leven voor altoos.

DEMETRIUS. Word, Hermia, verzacht!--Lysander, geef Voor mijn goed recht uw krachtlooze aanspraak op!

LYSANDER. Gij hebt haars vaders gunst, Demetrius; Trouw dus met hem en laat mij Hermia.

EGEUS. 't Is waar, gij spotter, hij bezit mijn gunst; En al het mijne schenkt mijn gunst aan hem; Ook zij is mijn, en al mijn recht op haar Verleent mijn gunst nu aan Demetrius.

LYSANDER. 'k Ben, Heer, van even edel bloed als hij; Niet minder rijk; mijn liefde is grooter zelfs; Zoo weegt mijn rang, mijn stand, kortom mijn staat Den zijnen op, of overweegt dien nog; En,--wat nog meer dan al dit roemen geldt,-- Mij schonk de schoone Hermia haar min; Waarom dus zou ik op mijn recht niet staan? Demetrius,--ik zeg 't hem in 't gezicht,-- Heeft Nedars dochter, schoone Helena, Het hof gemaakt; het meisje kreeg hem lief, Hem innig lief, ja meer, afgodisch lief, Hem, dezen valschen, wisselzieken man.

THESEUS. 'k Erken, dat ik 't vernam, en 'k was van zins Demetrius hierover aan te spreken; Maar eigen zaken boeiden mij te zeer, Het is me ontgaan.--Maar kom, Demetrius, En Egeus ook; ik wil u onder ons Eens zeggen, wat ik denk van deze zaak.-- Gij, schoone Hermia, houd u bereid Uw hoofd te buigen voor uws vaders wil; Want anders eischt Athene's wet,--door ons In 't minst niet te verzwakken,--uwen dood, Of doemt u tot den ongehuwden staat.-- Hippolyta, hoe is 't, mijn lieve bruid?-- Komt, Egeus en Demetrius, wij gaan; Ik heb u noodig voor ons huwlijksfeest, Maar deel het een en ander bovendien U meê, dat van nabij uzelf betreft.

EGEUS. Wij volgen u, naar plicht en eigen wensch.

(Theseus, Hippolyta, Egeus, Demetrius en Gevolg af.)

LYSANDER. Hoe is 't, mijn lief, hoe ziet uw wang zoo bleek? Hoe zijn de rozen er zoo snel verwelkt?

HERMIA. Wellicht wijl regen haar ontbreekt, ofschoon Mijn oogen rijk genoeg in tranen zijn.

LYSANDER. Wee mij; naar alles wat ik las en ooit Uit sagen of geschiedenis vernam, Vloot nooit de stroom van ware liefde zacht; Nù was zij te verschillend door geboort',--

HERMIA. O ramp! voor needrig dienen al te hoog!

LYSANDER. Dan weer, wat leeftijd aangaat, slecht geënt,--

The book keeps going

Keep reading, and see it illustrated

Reading is free forever. Sign up and watch scenes appear while you read.

Illustrated scene from FrankensteinIllustrated scene from The Great GatsbyIllustrated scene from Pride and Prejudice

Scenes Storieta drew for other classics.

New illustrated classics

A new classic, drawn, in your inbox.

Once or twice a month: the latest books to get full character casts, scene art, and free comic editions. No account needed.