Storieta
English
Sign up

The opening · free to read

XXXVI. Thuiskomst. 319

INLEIDING.

Het zij mij vergund dit werkje door eenige bemerkingen bij ouders, onderwijzers en al diegenen, welke voor de jeugd nuttige, aangename en gezonde lectuur verlangen, in te leiden.

In de laatste veertig jaren heeft er een geheele ommekeer plaats gehad in de lectuur voor de jeugd. De moraliseerende, vaak droge en weinig aantrekkelijke kinderboeken, zooals de ouderen van dagen die in hunne jeugd ter lezing kregen, hebben plaats gemaakt voor een genre, dat zeer zeker veel meer in den smaak van het jonge volkje valt. De vroegere kinderboeken, waarin bijna altijd een brave Hendrik ten tooneele werd gevoerd en als navolgenswaardig voorbeeld werd aangeprezen, konden in den regel niet bevallen en zij misten bovendien geheel en al het doel, dat de schrijvers er mede beoogden. Het beeld, dat men der jeugd in die werken voor oogen stelde, was een valsch beeld en in stede dat de knaap zich aangetrokken gevoelde tot het idealistisch wezen, dat men hem voortooverde, werkte zooveel deugd, zooveel volmaaktheid ontmoedigend. Zelfs de stijl van die boeken toonde maar al te dikwijls aan, dat de schrijvers, door het schilderen van onware en onbestaanbare personen, zichzelven een dwang hadden opgelegd, die alle frischheid, alle levendigheid van voorstelling uitsloot. Stijfheid, vervelendheid, houterigheid waren dan ook bij die persproducten schering en inslag.

Langzamerhand kwam er evenwel in de kinderliteratuur eene gunstige verandering. Het natuurlijke, het ongekunstelde kwamen in de plaats van het onnatuurlijke en het gedwongene. Gouverneur en Dr. Heije brachten in proza, zoowel als in poëzie, de kinderlectuur in geheel andere banen, en ook het buitenland bracht in goed geslaagde vertalingen, een rijk contingent van aangename uitspanning voor den geest aan.

Evenwel verviel men toch ook weer dikwijls tot het tegenovergesteld uiterste. Het droge, ongenietbare werd maar al te veel vervangen door het fantastische en evenzeer onware. Zoo werden bijv. de werken van Gustave Aimard door duizenden en duizenden verslonden en brachten misschien evenveel jeugdige hoofden in de war. De onmogelijke heldenfeiten van de hoofdpersonen uit Aimard, werkten even nadeelig op de jeugdige hersenen, als de rooverromans uit eene gelukkig lang vervlogene periode het op de oudere hersenen deden, die hun geestesvoedsel in de huur-leesbibliotheken zochten. Het zal steeds een der grootste verdiensten van den Franschen uitgever en schrijver Hetzel blijven, dat hij, zoowel door zijne pen als door zijne industrie, waaraan hij de beste auteurs wist te verbinden, aan de jeugd van zijn land in de naar hem genoemde Collection Hetzel, een rijken schat van kinderliteratuur heeft geschonken, zooals geen ander land die weet aan te wijzen. Aan zijn helder doorzicht, aan zijne nauwkeurige kennis van de eischen des tijds, hebben wij vooral eene nieuwe soort kinderliteratuur, de wetenschappelijke, te danken. Elk gebied van wetenschap is bijv. in zijne collectie vertegenwoordigd, en wel in zoo groote verscheidenheid, dat de jeugd van elken leeftijd daar iets nuttigs, iets boeiends en tevens leerrijks kan vinden. Jean Macé, met zijn Geschiedenis van een hapje brood; Viollet le Duc met de Geschiedenis van een huis; Flammarion op het gebied der Hemelkennis, Jules Verne met zijne wonderreizen, Van Bruijssel en andere op het gebied van Natuurlijke Historie, en honderden anderen hebben hunne kennis en hun talent dienstbaar gesteld aan de literatuur voor de jeugd. Wetenschap en kunst, reizen en ontdekkingen, letterkunde en geschiedenis, alles is op ruime schaal voorhanden.

Geen literatuur is dan ook, volgens mijne meening, beter voor de jeugd geschikt dan deze. Genot en kennis, uitspanning en leering gaan daar hand aan hand en terwijl de wonderen der vreemde landen, de verrassingen der wetenschap voortdurend boeien en de belangstelling gaande houden, wordt de kring der kennis steeds meer en meer uitgebreid en tevens de geest op eene niet vermoeiende en uitputtende wijze bezig gehouden en tot eene heilzame inspanning gedwongen.

Vooral wordt door dergelijke lectuur het groote kwaad vermeden wat, volgens mij, in de werken als die van Aimard schuilde, nl. dit, dat, om de ontknooping van een of ander tafereel of wel van het gansche verhaal te weten, er met zulk eene zenuwachtige, koortsachtige haast werd gelezen, neen werd verslonden, dat het langzaam, met nadenken lezen eene onmogelijkheid werd en de knaap later maar al te zeer bleek niet meer tot ernstige lectuur, tot studie, in staat te zijn.

Onder de reeds aangehaalde Fransche schrijvers voor de jeugd, neemt Lucien Biart eene goede plaats in. Ik heb met veel genoegen kennis gemaakt met het werk, waarvan ik hierbij de vertaling aanbied. Dat het in Frankrijk reeds den twaalfden druk beleefde, bewijst wel hoezeer het in den smaak van de jeugd van dat land viel.

In den aangenaamsten vorm, waar zoowel de meest vroolijke en potsierlijke, als de ernstigste en gevaarlijkste avonturen elkander afwisselen en de spanning gaande houden, leert de schrijver ons een gedeelte van Mexico kennen. Bergen en vlakten, bosschen en prairieën, de plantenwereld en het dierenrijk, de inwoners en hunne gewoonten, de voortbrengselen van den grond en het klimaat, alles wat ons een land in den uitgebreidsten zin des woords kan leeren kennen, weet de schrijver op de meest bevattelijke en toch strikt wetenschappelijke wijze mede te deelen, terwijl bovendien alles vermeden is, wat ook maar op eenigerlei wijze aanstoot aan wien dan ook, zou kunnen geven. Werken als het onderhavige kunnen dan ook niet genoeg aanbevolen worden. Zij bieden naast uitspanning, voedsel voor den geest aan, vermeerderen de kennis, verruimen den gezichteinder en brengen wezenlijk veel bij, om de studie en de opvoeding gemakkelijk te maken. De inhoudstafel van dit boek, die wij hier laten volgen, moge een denkbeeld geven van de rijke afwisseling, die er in aangeboden wordt.

Moge het velen jongelieden eene aangename en nuttige uitspanning zijn.

A. NUYENS.

EEN WOORD VOORAF.

Den dag, voor dat ik een mijner gewone tochten zou ondernemen, was ik bezig mijne wapenen, insektendoozen en al mijne reisbenoodigdheden in orde te brengen, toen mijn oudste zoon, een kereltje van negen jaren, mij met dat vleiend voorkomen naderde, dat de kinderen weten aantenemen, als zij een gunst van ons willen verwerven,—onweerstaanbare staatsmans-kunst, die de vaders en moeders op zoovele nadeelige verdragen te staan komt.

—Gaat u weer zoo'n lange reis ondernemen als die van de vorige maand? vroeg hij mij.

—Een nog veel langere, want ons aanstaand vertrek naar Europa maakt, dat ik mijne verzamelingen zoo spoedig mogelijk voltallig wensch te hebben. Zult ge, gedurende mijne afwezigheid braaf zijn, uw mama niet te veel plagen en aan mij denken?

—Ik zou veel liever niet aan u willen denken.

—Zoudt ge dan willen, dat ik in Orizava bleef?

—Oh! neen; ik zou u willen zien vertrekken en.... met u meêgaan.

—Hoe komt je dat in de gedachte? lieve Hemel! wij zouden nauwelijks op weg zijn, of ge zoudt over warmte, dorst en vermoeidheid klagen.

—Dat hebt u mis, vadertje! Als u mij meêneemt, zal ik u van veel dienst zijn. Kan ik geen hout zoeken, vuur aanmaken en op het gebraad passen? Zonder er nog bij te voegen, dat ik vlinders en insekten voor uwe en mijne verzamelingen zou vangen.

—Ja, maar de eerste doorn de beste, die uw hand of been zou schrammen, zou u doen schreien.

—O! Pa! ik beloof u dat ik niet zal schreien, dan wanneer ik mij niet kan inhouden.

Dit antwoord dwong mij een glimlach af.

—Dat is dus afgesproken, ik ga met u meê, riep Lucien uit.

—Zoudt ge het niet eerst uwe moeder vragen? Als zij er geen bezwaar in ziet, zou ik...”

Het kind liep hard weg, zonder het einde van mijn volzin af te wachten.

Ik ging voort met mijne wapens schoon te maken. Reeds bepleitte ik bij mij zelven de zaak van den jeugdigen reiziger. Ik dacht er aan hoe ik, nauwelijks zeven jaar oud, te voet, met mijn vader groote afstanden aflegde en hoe ik aan deze vroegtijdige gewoonte van veel te loopen het te danken had, dat ik reizen kon doen, waarvan de gevaren en de vermoeienissen anderen, die sterker waren dan ik, afschrikten. Ik zeide nog bij mij zelven, dat het misschien nuttig kon zijn, eer wij Mexico verlieten, op de verbeelding van het kind indruk te maken door het zien van de grootsche tooneelen van de natuur onder de keerkringen en dat het goed zou zijn als hij de herinnering bewaarde aan het heerlijke land, waar hij zijn jeugd had doorgebracht. Ik bedacht verder dat de Encuerado, een brave Indiaan, die mij reeds sedert zoovele jaren diende, dol veel van zijn jongen meester hield en even goed als ik over hem zou weten te waken. Maar stelde ik mij van een anderen kant niet aan het gevaar bloot om bij mijn zoon mijn lust tot reizen en tot een avontuurlijk leven op te wekken, dat wel mijn kennis had vermeerderd maar niet mijn fortuin? En toch, welken heilzamen invloed oefent een strijd van alle uren tegen de moeielijkheden van een ongebaanden weg, niet op den geest uit! De ziel en het lichaam van mijn zoon zouden beiden bij dezen tocht, dien ik naar verkiezing langer of korter zou kunnen maken, winnen.

Terwijl ik zóó, zonder het bijna te weten, de pleitbezorger van Lucien werd, zag ik hem terugkeeren, zijne moeder bij de hand houdende.

—Wat is dat toch met die reisgeschiedenis, waaraan nog slechts mijne toestemming ontbreekt? vroeg mijne vrouw mij.

—En de mijne, haastte ik mij er bij te voegen.

—Maar waarom zoudt ge hem niet meenemen, mijn vriend? De Encuerado heeft mij beloofd, dat hij hem niet uit het oog zal verliezen.

—Wat, neemt gij zijn partij op?

—Hij zou zoo gaarne met u meê willen gaan.

Ik dacht een minuut na, die Lucien een eeuw toescheen; eindelijk pakte ik hem bij zijn oor en sprak:

—Welnu het zij zoo; laat men zijn kleêren maar gereed maken, want wij zullen overmorgen, bij het krieken van den dag, vertrekken.

Ik dacht, dat Lucien gek van blijdschap werd. Terwijl hij het huis van het eene einde tot het andere doorliep, bracht hij alle meiden en knechts op den been. Hij wou slobkousen, laarzen, een weitasch, een sabel, een mes, insektendoozen, kortom een heele wereld hebben. Hij liet door den Encuerado, die bijna even blij was, een gemakkelijken, stevigen en lichten reisstok maken. Van af dat oogenblik zag men in de kamers en op de binnenpleinen voortdurend den jongen reiziger, die heen liep, weer terug kwam, klauterde, alles, zooals hij zeide, om zich te gewennen aan de vermoeienissen van lange marschen. Toen men ging eten veroordeelde hij zich zelven tot water en brood, teneinde zijn maag voortebereiden op de magere tafel van het bivak.

Ik moest dezen ijver wat intoomen en aan dat in gisting verkeerende hoofd wat koelbloedigheid aanbevelen.

De dag voor het vertrek brak aan. Verscheidene mijner vrienden kwamen mij bezoeken. Het ventje vertelde hun al de groote daden, die hij van plan was ten uitvoer te brengen. Bij voorbaat vertrapte hij reeds de koppen der schorpioenen, met zijn sabel kloof hij boomen en hakte hij slangen aan stukken. Hij dacht hersenschimmige middelen uit om vuur te maken.

The book keeps going

Keep reading, and see it illustrated

Reading is free forever. Sign up and watch scenes appear while you read.

Illustrated scene from Pride and PrejudiceIllustrated scene from Alice's Adventures in WonderlandIllustrated scene from The Adventures of Sherlock Holmes

Scenes Storieta drew for other classics.

New illustrated classics

A new classic, drawn, in your inbox.

Once or twice a month: the latest books to get full character casts, scene art, and free comic editions. No account needed.