Storieta
English
Sign up

The opening · free to read

J. H. Kok—1917—kampen

N.B. In Die Woche, het bekende Duitsche weekblad, vatte de redactie het plan op, om uit Neutrale landen een stem te doen uitgaan, die de positie aangaf, waarin men zich ten opzichte van den wereldoorlog meende te moeten plaatsen. Een artikel over Noorwegen opende deze reeks. En toen daarop de redactie zich tot Dr. Kuyper wendde, om in gelijken geest de neutrale positie van Nederland uiteen te zetten, verklaarde deze zich bereid aan dit verzoek te voldoen. Het artikel dat hij daartoe inzond, werd opgenomen in Die Woche van 23 December. Sinds echter drong men er van onderscheidene zijden op aan, dit artikel ten onzent vertaald te zien verschijnen. Hieraan wordt hiermede voldaan. Vanzelf verloor het door de vertaling. Een vertaling geeft nooit wat het origineel bood. Die Woche gaf voor de vertaling haar toestemming. Krankheid is oorzaak, dat de schrijver van het origineel niet in elk opzicht voor de juistheid der vertaling in het Nederlandsch kan instaan.

De positie, die Nederland, als neutrale staat te midden van den wereldoorlog inneemt, wordt beheerscht door tweeërlei vraagstuk; het ééne terugziende op 't verleden, het tweede doelende op de toekomst.

De eerste vraag komt hierop neder, of Nederland, historisch-geographisch, sterkere „Seelenverwandtschaft” van zich doet uitgaan naar de Westersche of naar de Oostersche Mogendheden; en de tweede plaatst ons voor de gis, welke uitkomst van den huidigen oorlog, bij eind-vrede, voor Nederland het minst bedenkelijke karakter zal dragen.

Wat nu het eerste probleem aanbelangt, zijn de historische en geographische aanrakingspunten, die ons land met de Westelijke Mogendheden steeds gehad heeft, veel talrijker en gewichtiger, dan men zich dit in Duitschland veelal voorstelt. Het stamoord van ons Koninklijk Huis is het stedeke Orange, dat nog steeds zijn naam met eere draagt in het Fransche Departement Vaucluse. Want wel is het Huis van Oranje reeds in 1530, door huwelijk, met het Duitsche geslacht van de Nassau-Dillenburgers in gemeenschap getreden, maar toch bleef de naam van Oranje, alle eeuwen sinds dien, de leidende geslachtsnaam van het Vorstelijk Huis, terwijl Nassau steeds de ondergeschikte en bijkomende naam bleef. Het groote Bourgondische Huis, dat door het Lotharingsche straks in het Oostenrijksch-Spaansche Huis overging, en de heerschappij over onze 17 provinciën 't eerst aan zich trok, was van Westersche herkomst, en in de Zuidelijke Nederlanden bleven de Waalsche gewesten tot heden toe onder één hoofd met de Vlaamsche gewesten verbonden.

In verband hiermede zij op een tweede nog ingrijpender element gewezen. Het Calvinisme, de machtige geestelijke actie, die onze voorvaderen in hun strijd op dood of leven tot hun groote victorie voerde, was herkomstig uit het Fransch-sprekende Genève; de stichter, Calvijn, zelfs uit Noyon geboortig. Na den Bartholomeusnacht kwamen Fransche „Réfugiés” in grooten getale als vluchtelingen naar Amsterdam en andere Hollandsche steden; hetzelfde deden vroeger reeds, in 1576, na de Pacificatie van Gent, een menigte Fransch-sprekende Walen. Nu nog vindt men in talrijke Hollandsche steden Waalsche en Fransche kerken; bij de Waalsche kerk van Amsterdam zijn niet minder dan drie predikanten aangesteld. Wel is waar kwam de Heidelbergsche Catechismus uit Duitschland tot ons, maar onze Belijdenis gaf ons Guido de Brès—zoo wordt de naam oorspronkelijk geschreven—in de Fransche taal. Vandaar dat bijna alle kerkelijke uitdrukkingen tot in de 18e eeuw toe Romaansch waren. Men sprak van Konfessie, van Katechismus, van Religie, van Katechisatie, van Synode, van Klassis, van Konsistorie, van Reformatie, en noemde den predikant Dominee. Reeds de oude Roomsch-Katholieke kerk was hierin voorgegaan, en de herkomst onzer Reformatie uit Genève deed het aantal vreemde woorden nog toenemen.

Maar ook in de stadhuis-taal der regeering was nog uit den Bourgondischen tijd het Romaansche element overheerschend gebleven. Men kan in oude actestukken er op rekenen, op iedere drie woorden gewoonlijk twee Romaansche te vinden. Dit Romaansche overwicht danken wij, zooals gezegd is, aan de regeering van het Bourgondische huis. Maar dit Romaansche overwicht heeft, behalve de politieke aangelegenheden en de kerkelijke traditie, nog een derde oorzaak, nl. de Universitaire studiën, waarbij tot aan het einde der 18e eeuw steeds in alle faculteiten het Latijn voertaal was.[1]

[1] Onze taal werd dan ook door Romaansche woorden letterlijk overstroomd. Kerkelijk sprak men van dogmatiek, van diaconie, van ministerie der predikanten, van organist, enz. In wetenschappelijke kringen gebruikt men woorden als universiteit, seminarie, faculteit, examen, college, dispuut, promotie, rector, candidaat, pedel. Voorts sprak men van chirurgie, medicijn, apotheek, ambulance. In regeeringskringen van finantiën, minister, secretaris, referendaris, departement, marine, justitie, petitie, notaris, loterij; van politie, van kanton, arrondissement, provincie. En ook in 't burgerlijke leven wemelt het van woorden als taille, korset, mantel, parapluie, parasol, ceintuur, voile, gordijn, fauteuil, chaise-longue, canapé, kabinet, porte-brisée, piano, secretaire, bibliotheek, vigelante, buffet, en voorts van fruit, van dessert, menu, cotelet, van boeuf en rollade. En zoo zou ik kunnen voortgaan, bijna eindeloos, met immer meer vreemde Romaansche woorden, zonder dat het mogelijk zou zijn, hier ook maar een dozijn Duitsche, bij ons ingeburgerde woorden tegenover te stellen.

Eerst aan het eind van de 18e en het begin van de 19e eeuw is er sprake van een tegenstroom van Duitschen invloed op onze taal. Luther heeft hier in Holland niet veel onmiddellijken invloed gehad; nog heden ten dage tellen de verschillende Luthersche kerken niet veel meer dan 100.000 leden. Krachtiger Duitsche invloed ging van de Piëtisten uit. Niet lang daarna kwam de philosophie van Kant, en de in het teeken dezer philosophie staande poëzie van Schiller en Goethe, het Romaansche element te onzent terugdringen en voor Duitsch geestesleven den weg banen.

Desniettemin bleef nog zeer lang het onderwijs in de Fransche taal voor den middenstand het kenmerk eener „beschaafde” opvoeding, terwijl het aanleeren der Duitsche taal van ondergeschikt belang werd geacht. Men schreef en drukte, ook sinds de 18e eeuw, niet veel anders dan in Latijnsch schrift. Nog heden ten dage zijn er betrekkelijk weinig Hollanders, die het z.g. „Duitsche schrift” lezen kunnen.

Op beter voet van vertrouwelijkheid voelde men zich met het Neder- of Platduitsch; „Nederduitsch” was zelfs de officieele betiteling onzer taal. De groote Bijbelvertaling, die onder den naam van „Statenbijbel” bekend is, en een zeer grooten invloed op ons spraakgebruik heeft uitgeoefend, werd aangekondigd onder den titel: „Nederduitsche vertaling.” De uitdrukking „Nederlandsch” is van betrekkelijk jongeren datum.

Met Oost-Friesland, vooral met Emden, dat langen tijd onzen vluchtelingen een toevluchtsoord voor Spaansche vervolging was, bleven wij in duurzame betrekking. In Emden werd zelfs een onzer Synoden gehouden, een andere in Wezel. De vijandschap echter, waarmede de aartsbisschoppen van Munster en Keulen tegen ons optraden, hield nog tot diep in de 18e eeuw de Westfaalsche grenzen grootendeels voor ons gesloten.

Geweldig was reeds in den aanvang der 18e eeuw de aantrekkingskracht van Parijs, dat nog heden ten dage voor de dames onzer hoogere kringen een soort wereldsch Mekka is. Berlijn kon toen nog niet met Frankrijks hoofdstad wedijveren, en ook Londen bood nog weinig aantrekkelijks.

Weliswaar werkte de veroveringsoorlog, dien Frankrijk onder Lodewijk XIV tegen ons voerde, en de meedoogenlooze vervolging der Calvinisten in Frankrijk, bij het grootste deel van ons volk den invloed uit Parijs krachtig tegen. Maar later, toen bij de Réfugiés hun vaderlandsliefde weer bovenkwam, en toen verder na de uitbarsting der Fransche Revolutie de grootere meerderheid onzer burgerlijke bevolking, de regeering der aristocratische regentenfamiliën moede, zich bijna als één man met de revolutionaire beweging uit Parijs solidair verklaarde, was het mogelijk, dat het wereldhistorisch oogenblik intrad, waarop de Sansculotten in Holland met gejubel ontvangen werden. De Prins van Oranje vluchtte naar Londen, en wat toen in Holland als regeering optrad, was niets dan een nabootsing op kleine schaal van het in Frankrijk tot heerschappij gekomene Jacobinisme.

Voor dezen kwaden roes heeft Holland boete gedaan, toen het in 1813 ten opzichte van Napoleon's tyrannie en zijn plundermethode schoon schip maakte. Aan de overdrijvingen, waaraan de Fransche overheersching van vreemde natiën zich schuldig maakte, is het te danken, dat eindelijk, na het Weener Congres, in Holland een helderder en meer bewuste nationale geest opwaakte, en de drang algemeen werd, om het nationaal karakter, ook in de vormen van het Staatkundig leven, weer in eere te herstellen.

Wat Duitschland in de toekomst voor ons te beteekenen zou hebben, daarvan had Blücher's legeraanvoering bij Waterloo ons een duidelijk voorteeken gegeven. Maar ook de hooge kultuur, die op het gebied van het werk des vredes zich in Duitschland ontwikkelde, oefende een zeer sterke aantrekkingskracht uit op onze hoogerstaande bevolking. Het onbetwiste meesterschap der Duitschers in de heilige toonkunst betooverde ons. De philosophische spankracht van den Duitschen geest wekte in alle wetenschappelijke kringen bewondering. Vele jonge Hollanders gingen naar Duitsche Universiteiten, een nog grooter aantal studeerde aan de voortreffelijke inrichtingen der technische en handelshoogescholen. Men bespeurde het steeds meer, dat de geestelijke leiding, die van Parijs en Londen uitging, gaandeweg te Berlijn een krachtige mededingster begon te krijgen. Duitsche geleerden traden aan onze Universiteiten als Professoren op, Hollanders van naam werden aan Duitsche Hoogescholen beroepen.

Helaas kon Holland niet meer, als in de 16e en 17e eeuw, een leidende plaats innemen; daarvoor zijn de Europeesche machtsverhoudingen te veel van de bevolkingscijfers afhankelijk. Ook wij werden, of wij het wilden of niet, door den grooten stroom van het Europeesche wereldgebeuren meegevoerd, en zoo bevestigde zich meer en meer de indruk, dat ook bij ons de nieuwe stroom van het hoogere leven voortaan ook mede Duitschlands diepere bronnen zou gevoed worden.

Van een identificeering der wereldbeschouwingen, zooals die aan gene zijde van den Rijn en bij ons den toon aangeven, kon echter nooit sprake zijn. In Duitschland zelf had de Hoogduitsche taalgeest den Nederduitschen teruggedrongen en zijn stempel op de geheele levensopvatting gezet. Het Hoogduitsche beginsel had, door strenge unificatie, de verschillende lagen der bevolking in elkander gedrukt; in de Nederduitsche levensopvatting heerschte en heerscht nog steeds meer de individualiseerende drang naar zich steeds uitbreidende beweging. Aangezien dit individualisme in geen land ter wereld meer op de spits gedreven is dan in Holland, met zijn gescheiden polders, met zijn afzonderlijke woningen voor ieder gezin, zijn hoogst ontwikkeld huiselijk leven en zijn particularisme, dat iedere stadswijk tot een afzonderlijk volksdeel stempelt,—zoo ware het voor ons land een daad van zelfvernietiging geweest, als wij ons angstvallig beschermd, eigenaardig leven hadden op zijde gezet en een nabootsing van Duitsch leven, Duitsche denkwijze, en Duitsche strenge organisatie overgenomen hadden.

The book keeps going

Keep reading, and see it illustrated

Reading is free forever. Sign up and watch scenes appear while you read.

Illustrated scene from FrankensteinIllustrated scene from The Great GatsbyIllustrated scene from Pride and Prejudice

Scenes Storieta drew for other classics.

New illustrated classics

A new classic, drawn, in your inbox.

Once or twice a month: the latest books to get full character casts, scene art, and free comic editions. No account needed.