
Public-domain ebook
Veel Gemin, geen Gewin
Language: nl370 downloads on Project Gutenberg
Subjects
In: Plays/Films/Dramas·Classics of Literature·British Literature
Public-domain ebook sourced from Project Gutenberg #48386.

Public-domain ebook
Language: nl370 downloads on Project Gutenberg
Subjects
In: Plays/Films/Dramas·Classics of Literature·British Literature
Public-domain ebook sourced from Project Gutenberg #48386.
The opening · free to read
Ferdinand, koning van Navarre.
Hovelingen. Biron, Longaville, Dumaine.
Fransche Hovelingen. Boyet, Mercade.
Don Adriano de Armado, een Spanjaard. Nathanaël, een dorpsgeestelijke. Holofernes, een dorpsonderwijzer. Dom, een gerechtsdienaar. Dikkop, een boer. Mot, page van Armado. Een Houtvester. De Prinses van Frankrijk.
Haar hofdames. Rosaline, Maria, Catharina.
Jacquenetta, een boerendeern.
Heeren en verder Gevolg van den Koning en van de Prinses.
Het tooneel is in Navarre.
EERSTE BEDRIJF.
EERSTE TOONEEL.
Het park voor het koninklijk slot te Navarre.
De Koning, Biron, Longaville en Dumaine komen op.
KONING. De roem, dien ieder najaagt in zijn leven, Leve ingebeiteld op ons bronzen graf, En siere ons in de ontsiering van den dood, Wanneer ons, trots de vraatzucht van den tijd, Het streven van den adem dezer ure Een eer mag koopen, die zijn sikkel stomp, En ons tot erven maakt der eeuwigheid. Daarom, gij dappre helden!--want dit zijt gij, Omdat gij krijg voert met uw eigen neiging En 't machtig leger aller aardsche lusten,-- Ons jongst besluit besta in alle kracht: Navarre moet het wonder zijn der wereld, Ons hof beroemd als kleine wijsheidsschool, Waar rustig peinzen wetenschap doet leven. Biron, Dumaine en Longaville, gij drieën, Gij zwoert, drie jaren lang met mij te leven Als schoolgenooten, trouw aan al de regels, Die hier, op deze rol, geschreven staan. 18 Gij deedt den eed, zoo onderteekent ook, Zoodat, wie hier het kleinste deel van schendt, Met eigen hand zijn eigen eere velt. Kent gij u sterk, als gij geloften deedt, Zoo teekent hier en handelt naar uw eed.
LONGAVILLE. Ik ben besloten; 't is maar drie jaar vasten. Al lijdt het lijf gebrek, de geest zal schransen; Een vette buik, een mager brein; fijn eten, De ribben maakt het rijk, bankroet het weten.
DUMAINE. Mijn eed'le vorst, Dumaine is reeds verstorven; Hij laat de groov're vreugden dezer wereld Aan dezer groov're wereld laag're slaven. Voor liefde, rijkdom, luister, ben ik dood; 'k Leef, mèt dat alles, in der wijsheid schoot.
BIRON. 'k Heb enkel hun gelofte te herhalen; Want dit heb ik, mijn vorst, alreeds bezworen, Dat ik drie jaren hier studeeren wil. Edoch, er zijn nog and're strenge regels, Zooals: in al dien tijd geen vrouw te zien, Wat, hoop ik, daar niet neergeschreven staat; En, één dag in de week geen spijs te proeven, En verder slechts één enk'len maaltijd daags, Wat, hoop ik, dat niet neergeschreven staat; En dan, des nachts drie uren slechts te slapen En overdag geen oog toch toe te doen,-- Ik, steeds gewoon des nachts niets kwaads te denken, En van den halven dag een nacht te maken!-- Wat, hoop ik zeer, daar niet geschreven staat. O, dit zijn harde plichten, zware lasten: Geen vrouw ooit zien, studeeren, waken, vasten!
KONING. Gij hebt het met een eed reeds afgezworen.
BIRON. Toch niet, mijn vorst, gelief mij aan te hooren: Ik zwoer met uwe hoogheid te studeeren, En hier aan 't hof drie jaar te resideeren.
LONGAVILLE. Ook 't and're, vriend, met ons in broederschap. 53
BIRON. Bij ja en neen, dan zwoer ik voor de grap.-- Maar zeg, wat is het doel van al 't studeeren?
KONING. Wat anders ons verborgen blijft, te leeren.
BIRON. Dus zaken, die 't gewoon verstand niet vindt?
KONING. Ja, dat is 't godd'lijk loon, dat studie wint.
BIRON. Nu, dan,--ik zweer 't,--studeer ik dag voor dag, Totdat ik weet, wat ik niet weten mag; Als: hoe ik me aan een lekker maal vergast, Wanneer ik streng bevel heb, dat ik vast; Of, hoe ik eener schoone gunst geniet, Wanneer een stomper oog geen schoone ziet; Of hoe ik, als een drukkende eed mij rouwt, Den eed verbreek en mijn belofte houd. Is dit der studie winst, slechts dit alleen, Dan weet de studie meer dan ooit voorheen; Zweert gij hierop, dan zeg ik nimmer neen.
KONING. Ziedaar nu juist wat ied're studie stoort, En onzen geest tot ijd'len lust bekoort.
BIRON. O, elke lust is ijdel, die het meest, Die, kwelling zaaiend, niets dan kwelling leest: Zooals het turen naar het licht der waarheid In boeken, waar gij 't oog vergeefs op richt, Want waarheid blindt dan 't oog door valsche klaarheid. Licht, dat naar licht zoekt, rooft het licht aan 't licht; En eer gij licht ooit in het duister vindt, Bevindt ge uw licht verdoofd, uw oog verblind. Studeert veeleer, hoe gij uw oog verkwikt, Door in een schooner oogenpaar te staren, Die u ten gids zijn, als gij er in blikt, En, blindend, schooner licht u openbaren. De studie is gelijk des hemels zon, Die niet met driesten blik beschouwd wil zijn; Wat is de schat, dien ooit een boekwurm won, Dan slechten raad uit and'rer hersenpijn? Wie iedere enk'le ster van 's hemels heer Een naam kan geven als een aardsche peet,-- Verheugt een held're sterrennacht hem meer Dan een', die wandelt, opziet en niets weet? Wie veel weet, weet toch niets dan roep en faam, En ied're peet verleent allicht een naam.
KONING. Wat uitgelezen woede tegen 't lezen!
DUMAINE. Wat ijv'ren om ons ijv'ren te genezen!
LONGAVILLE. Hij wiedt de tarwe en kweekt het onkruid aan.
BIRON. 't Wordt lente, als jonge ganzen broeden gaan.
DUMAINE. Hoe komt dit hier te pas?
BIRON. Recht goed ter snede.
BIRON. Ja, als de zomer trotsch is voor zijn tijd, En pocht, eer vogels reden zien tot zingen. Zou 'k roemen, wat ontijdig wordt geboren? Bij donk'ren kersttijd kan geen roosje mij, Op 't nieuwe kleed der Mei geen sneeuw bekoren; Wat op zijn tijd verschijnt, begroet ik blij. Wis, wordt te laat studeeren thans uw zwak,-- Gij klimt, om 't huis te ontsluiten, over 't dak.
KONING. Nu, speel niet mee, Biron, en ga; vaarwel!
BIRON. Neen, beste vorst, ik zwoer, en blijf bij 't spel. Heb ik ook voor barbaarschheid meer gesproken, Dan gij voor de' engel "kennis" zeggen kunt, Ik houd mijn eed, mijn woord, nog nooit gebroken, En boet de drie jaar uit, zoo gij 't vergunt. Laat zien, wat in de rol geschreven staat; Ik onderschrijf de wet, hoe streng, hoe kwaad.
KONING. Goed dat gij toegeeft, en de schande ontgaat.
BIRON (leest). "Item: Dat geen vrouwspersoon binnen een mijl afstand van mijn hof mag komen." Is dit afgekondigd geworden?
LONGAVILLE. Vier dagen reeds geleden.
BIRON. Laat zien, op welke boete? (Hij leest.) "Op straffe van de tong te verliezen." Wie dacht dit uit? het is zoo streng als 't kan.
LONGAVILLE. Ik ben de man er van.
The book keeps going
Reading is free forever. Sign up and watch scenes appear while you read.



Scenes Storieta drew for other classics.
New illustrated classics
Once or twice a month: the latest books to get full character casts, scene art, and free comic editions. No account needed.