
Public-domain ebook
Robbert Roodhaar
by Walter Scott
Dutch422 downloads on Project GutenbergDownload EPUB
Public-domain ebook sourced from Project Gutenberg #62728.

Public-domain ebook
by Walter Scott
Dutch422 downloads on Project GutenbergDownload EPUB
Public-domain ebook sourced from Project Gutenberg #62728.
The opening · free to read
Wat was mijn fout, dat thans zoo bittre smart Zoo zwaar mij drukt? Geen zonen heb ik meer! Die daar hield op, 't te zijn.--Vervloekt In eeuwigheid de oorzaak van uw' omkeer.--Reizen? 'k Kan evengoed mijn paard uit reizen zenden....
MONSIEUR THOMAS.
Gij beste vriend! wenschtet, dat ik eenige uren van de rust, die mij zoo goed doet en waarmede eene liefderijke Voorzienigheid den avond van mijn leven gezegend heeft, er aan wijdde, die vele wederwaardigheden en gevaren, waartegen ik in vroeger tijd zoo strijden en worstelen moest, in geschrifte te verhalen.
Het is waar, de herinnering aan die avonturen, zooals gij ze verkiest te noemen, heeft bij mij een zeker gemengd gevoel van smart en vreugde achtergelaten. Maar daarnaast leeft in mij eene innige dankbaarheid en een diepe eerbied jegens den grooten Bestuurder van het lot der menschen. Hij heeft de loopbaan mijner jeugd met doornen en distelen bezaaid, opdat ik het geluk in later dagen, wanneer ik, terugblikkend op het verledene, het tegenwoordige genietende, des te beter zou beseffen en waardeeren. Nu hebt gij mij dikwerf verzekerd, dat de avonturen die ik beleefde onder een volk, zoo eigenaardig en eenvoudig naar regeeringsvorm en zeden, wel iedereen moeten boeien, die gaarne luistert naar een oud man, als deze vertelt van vroeger dagen.
Ik wil het gaarne gelooven. Maar vergeet vooral niet, dat een geschiedenis, waarnaar een belangstellend vriend aandachtig en deelnemend luisteren mocht, veel van hare bekoorlijkheid verliest, als zij geschreven wordt. Hoe belangwekkend gij ook die avonturen vondt, toen de stem van hem, die ze beleefde, ze u verhaalde, zij zullen veel minder de aandacht boeien, als zij in de eenzame kamer gelezen worden. Jeugdiger levenskrachten en eene krachtiger gezondheid beloven u een langer leven, dan mij. Sluit dus, bid ik u, deze papieren in de eene of andere geheime lade van uw lessenaar zorgvuldig weg, tot dat de scheiding tusschen ons komen zal, die elk oogenblik komen kan, maar die zeker binnen weinige jaren komen moet. Wanneer wij dan voor deze wereld gescheiden zijn--om eenmaal naar ik hoop, in betere gewesten elkaar weer te zien,--dan zal u, dat weet ik zeker, de nagedachtenis van uw ontslapen vriend u dierbaarder zijn, dan hij het verdient. Maar dan zal u ook dat verhaal, dat ik thans nederschrijven wil, wel weemoedige maar geenszins onaangename overdenkingen brengen. Sommige menschen laten hun geliefden vrienden een beeld hunner gestalte na. Ik bied u een afschrift mijner gedachten, een beeld mijner deugden en gebreken. Doch ik hoop, dat gij de dwaasheden en buitensporigheden mijner jeugd met dezelfde liefderijke verschooning zult beoordeelen, die gij aan de dwalingen van den volwassen man steeds hebt verleend.
Dat ik mijne gedenkschriften--zoo ik ten minste aan dit stuk zulk een weidschen titel mag geven--aan een dierbaren getrouwen vriend wijd, verschaft mij ook het voordeel, van hier eenige omstandigheden met stilzwijgen te kunnen voorbijgaan, die ik aan een vreemdeling noodzakelijk vooraf zou moeten mededeelen. Doch waarom toch zou ik, al heb ik u nu geheel in mijne macht, al heb ik inkt, papier en tijd in overvloed, waarom zou ik u al dadelijk op de pijnbank der verveling brengen? Toch durf ik u niet stellig beloven, dat ik van eene zoo verleidelijke gelegenheid, om van mij en mijne lotgevallen te spreken, nooit misbruik maken zal, om omstandigheden te vermelden, die u bijna even goed als mij bekend zijn. De booze neiging om toch vooral die voorvallen uitvoerig te verhalen, waarvan wij zelf de helden zijn, doet ons vaak uit het oog verliezen, wat wij aan den tijd en het geduld van onze toehoorders schuldig zijn. Die neiging heeft menigen, anders flinken schrijver tot een vervelenden babbelaar gemaakt. Ik behoef u in dit opzicht slechts te herinneren aan de zeldzame eerste uitgave van Sully's »Gedenkwaardigheden." [1] Gij, met de dwaze ijdelheid van een echten boekverzamelaar, verkiest die uitgave boven alle anderen, die in gewonen bruikbaren vorm in den handel werden gebracht. Maar voor mij is ze alleen merkwaardig, omdat ze mij een treurig bewijs levert, dat ook een groot man, als de schrijver inderdaad was, zwak en kleingeestig genoeg kan zijn, om aan zijn eigen ik eene onzinnige hooge waarde te hechten. Als ik mij goed herinner, dan had die beroemde staatsdienaar niet minder dan vier geheim-secretarissen met de taak belast, om de gebeurtenissen van zijn leven op te teekenen, onder den titel: Gedenkwaardigheden van de wijze en koninklijke staathuishouding, betreffende de binnenlandsche staats- en krijgskundige aangelegenheden van Hendrik den Vierden enz.
Toen nu deze heeren hunne bouwstoffen voor dat werk verzameld hadden, werden deze »Gedenkwaardigheden", waarin alles voorkwam, wat maar eenigszins belangrijk was uit de lotgevallen van hun meester, opgeschreven in den vorm van een aan hem zelven gericht verhaal. Hij schreef niet zooals Julius Cesar, zijne geschiedenis eenvoudig in den derden persoon. Ook deed hij niet als de meesten die als sprekers of schrijvers het wagen de helden van hun eigen verhaal te zijn. Neen, Sully genoot het meer verfijnde, hoogst zeldzame genoegen, dat hij zich zijne levensgeschiedenis door zijne secretarissen liet voordragen, terwijl hij zelf de toehoorder, zoo als hij tevens de held, en hoogst waarschijnlijk de steller van het gansche boek was. Het moet een kostelijk tooneel geweest zijn, als de voormalige minister, gehuld in een tabbaart, met kostbaar bont omzoomd, met een breeden halskraag om, stijf en fraai geplooid, zoo recht als een kaars, met de meeste deftigheid onder zijn troonhemel gezeten, naar het verhaal van zijne secretarissen luisterende; als dan die heeren met ongedekt hoofd voor hem stonden, en met den meesten ernst voorlazen: »Zoo sprak de hertog--zoo eindigde de hertog zijne rede."--»Dit was het gevoelen van zijne Excellentie over deze gewichtige zaak--dit was de welgemeende raad, dien zijne Excellentie den Koning bij deze gelegenheid gaf,--" louter omstandigheden, die den eenigen toehoorder veel beter bekend waren dan hun, ja, die zij meestendeels slechts uit zijn eigen mond konden weten.
Nu ben ik lang zulk een verheven personage niet als de groote hertog Sully. Ik heb ook geen vier geheim-secretarissen. Maar toch zou het vrij dwaas zijn, wanneer Frans Osbaldistone zijn vriend, Willem Tresham, een breed verhaal ging doen van zijn afkomst, opvoeding en betrekkingen op dit ondermaansche. Ik zal derhalve den boozen geest der verleiding bekampen, zoo dapper als ik maar kan, en u niet vermoeien met bekende dingen. Alleen moet ik u vluchtig het een en ander in het geheugen terugroepen wat gij trouwens reeds vroeger geweten hebt, doch door verloop van tijd kunt vergeten hebben, doch wat van beslissenden invloed op mijn lot is geweest.
Gij herinnert u zeker mijn vader nog, dien gij in uwe jonge jaren gekend hebt, toen uw vader zijn compagnon was. Wel zaagt gij hem niet in zijne beste dagen, vóór dat ouderdom en zwakte zijn vurigen, ondernemingslustigen geest bijna geheel uitgedoofd hadden. Had hij dien geest, die schranderheid, dat doorzicht, die hij nu slechts in koopmansspekulatiën aanwendde, aan de wetenschappen willen wijden, hij zou hoogstwaarschijnlijk niet zoo rijk, maar niet minder gelukkig, ja, gelukkiger geweest zijn. Maar de koophandel en de velerlei afwisselingen daaraan verbonden, hebben, behalve de hoop op winst, nog iets, wat hem, die wagen durft, vooral bekoort. Wie deze onstuimige zee bevaren wil, moet aan de bekwaamheid van den stuurman ook de standvastigheid van den echten zeeman paren. Hij kan ook dan nog schipbreuk lijden en verongelukken, als de stormen der fortuin hem niet gunstig zijn. Die gestadige oplettendheid, dat gevaar, de telkens zich hernieuwende pijnlijke onzekerheid, of schranderheid de fortuin zal dwingen, dan wel de fortuin alle plannen der schranderheid verijdelen zal, dit alles geeft aan de geestvermogens bezigheid, houdt de hartstochten gespannen. De handel heeft in zekeren zin al het bekoorlijke en boeiende van het spel, zonder evenwel zoo onzedelijk te zijn.
Ik was in die dagen, in het begin dezer achttiende eeuw, te Bordeaux. Ik was ruim twintig jaar oud. Op zekeren dag kreeg ik van huis het onverwachte bevel, om Bordeaux te verlaten en wegens eene gewichtige aangelegenheid naar Londen tot mijn vader terug te keeren. Onvergetelijk is mij het oogenblik van dat wederzien. Gij herinnert u zeker nog den korten, afgebroken, min of meer strengen toon, waarop hij gewoon was zijn wil te kennen te geven. Mij dunkt, ik zie hem nog voor mij. Ik zie nog zijne rijzige, indrukwekkende gestalte. Ik hoor nog zijn snellen, vasten tred. Nog ziet mij aan zijn scherp, doordringend oog, zijn echt mannelijk gelaat, waarop zorgen reeds rimpels hadden gegrift. Ja, ik hoor hem nog spreken. Voor hetgene hij zeggen wilde, nam hij nooit meer woorden dan volstrekt noodig was. Maar elk woord was juist gekozen, al werd dan ook zijn spreektoon onwillekeurig soms wat hard en onaangenaam....
Nauwelijks afgestegen, ijlde ik naar mijn vader. Hij wandelde in zijne kamer op en neer. Zijn gelaat verried ernstig, kalm, diep nadenken. Zelfs het wederzien van zijn zoon, na een vierjarige afwezigheid kon dien ernst niet storen. Ik omhelsde hem. Hij was een goed, maar geen weekhartig vader. Eene sekonde slechts zag ik een traan in zijn donker oog.--»Dubourg schrijft mij", dus begon hij, »dat hij over u tevreden is, Frans!"
»Dit verheugt mij, vader."
»Maar ik heb daarentegen minder reden het te zijn," voegde hij er kortaf bij en ging aan zijn lessenaar zitten.
»Dat spijt mij, vader."
»Vreugd of spijt, Frans, dat zijn een paar woorden, die in de meeste gevallen weinig of in het geheel niets beteekenen. Hier is uw laatste brief."
Hij nam dien uit een dik pakket papieren, die met een rooden band samengebonden en nauwkeurig genummerd waren. Mijn arme brief! Hij handelde over iets dat mij toen diep ter harte ging. Hij was met zorg geschreven, en wel zoo, dat hij, naar ik dacht, zoo al geene volkomene toestemming, ten minste deelneming moest opwekken. En daar lag hij nu, onder allerlei brieven over zaken. Nu moet ik glimlachen, als ik mij herinner, hoe gekrenkt in mijn eigenliefde, hoe jammerlijk teleurgesteld ik was, toen ik mijn brief, die mij zoo veel moeite had gekost, uit dat akelige pak van advies-brieven, aanbevelingen en dergelijke prullen, zoo als ik ze destijds geliefde te noemen, voor den dag zag komen. Neen! dacht ik. Een zoo gewichtige en zoo goed geschreven brief had toch wel eene afzonderlijke plaats, wat zorgvuldiger behartiging verdiend!
Mijn vader bemerkte mijn misnoegen niet. Trouwens, al had hij het bemerkt, hij zou zich er toch niet aan gestoord hebben. Hij vouwde den brief open en ging voort: »Dat is uw brief van den 21sten der vorige maand, Frans. Gij bericht mij dat »bij de gewichtige keus van een beroep voor uw volgend leven, mijne vaderlijke goedheid u ten minste eene opponeerende stem zal willen vergunnen," dat gij on.... on.... onoverwinnelijke--(in het voorbijgaan moet ik u verzoeken, in het vervolg duidelijker te schrijven, en niet te vergeten, door de t eene dwarsstreep te halen en aan de l van boven de behoorlijke opening te geven) dus onoverwinnelijke bezwaren tegen het plan hebt, dat ik u heb voorgesteld. Ditzelfde is in allerlei woorden op deze vier vol geschreven bladzijden te lezen. Als gij u slechts meer moeite gegeven hadt, u duidelijk en kort uit te drukken, hadt gij het zeer goed in vier regels kunnen zeggen. Kortom, Frans! alles komt daarop neer, dat gij niet doen wilt, wat ik verlang."
The book keeps going
Reading is free forever. Sign up and watch scenes appear while you read.



Scenes Storieta drew for other classics.
New illustrated classics
Once or twice a month: the latest books to get full character casts, scene art, and free comic editions. No account needed.