Storieta
English
Sign up

The opening · free to read

Personen:

Sir John Falstaff. Fenton. Zielig, een vrederechter te platten lande. Slapperman, neef van Zielig. Ford, } burgers van Windsor. Page, } William Page, Page’s zoon, een knaap. Sir Hugo Evans, een geestelijke, uit Wallis herkomstig. Dokter Cajus, een geneesheer, Franschman. De Waard van de herberg: De Kouseband. Bardolf, } Pistool, } in dienst bij Falstaff. Nym, } Robert, page van Falstaff. Simpel, bediende van Slapperman. Rugby, bediende van dokter Cajus.

Juffrouw Ford. Juffrouw Page. Anna Page, haar dochter. Vrouw Haastig, huishoudster bij dokter Cajus.

Bedienden van Page, Ford, enz.

Het tooneel is in en bij Windsor.

EERSTE BEDRIJF.

EERSTE TOONEEL.

Windsor. Voor Page’s huis.

Vrederechter Zielig, Slapperman en Sir Hugo Evans komen op.

ZIELIG. Sir Hugo, praat er mij niet meer van; ik wil er een Sterrekamerzaak van maken; al ware hij twintigmaal Sir John Falstaff, hij zal weten, dat hij met Robert Zielig, zijn edelgeboren, te doen heeft.

SLAPPERMAN. In het graafschap Gloster, vrederechter en coram.

ZIELIG. Ja, neef Slapperman, en custalorum.

SLAPPERMAN. Ja, en rato-lorum er bij; en een geboren edelman, eerwaarde, die zich armigero schrijft, op iedere rekening, borgstelling, kwijting of dagvaarding, armigero.

ZIELIG. Ja, dat doe ik, en dat hebben wij allen gedaan al sinds driehonderd jaar.

SLAPPERMAN. Al zijn afstammelingen, die voor hem waren, hebben het gedaan; en al zijn stamvaders, die na hem komen, mogen het doen; zij mogen hun dozijn zilveren pietermannen op hun riddermantel dragen. 17

ZIELIG. Het is een oude riddermantel.

EVANS. Die dosijn silveren pieten komt choet bij een ouden mantel; zij staan hem choet, stappend; het is een chesellig beest voor ten mensch en betuit chehechtheid.

ZIELIG. De pieterman is een versche visch;—gezouten visch behoort in een oud wapen.

SLAPPERMAN. Ik kan het vierendeelen, neef; niet waar?

ZIELIG. Als gij een vrouw neemt, ja, en de wapens vereenigt.

EVANS. Hij neemt van u, als hij fierendeelt.

ZIELIG. Wel volstrekt niet.

EVANS. Wel seker, bij onze lieve frouw; als hij een fierde van uw mantel heeft, plijven er maar drie slippen voor u self, naar mijn onnoozel pechrip. Maar dat is alles hetselfde;—als Sir John Falstaff u onaangenaamheids pechaan heeft, dan pen ik van de kerk en wil recht chaarne mijn welwillendheid u aandoen en versoeningen en kompremiesen tusschen u maken. 34

ZIELIG. De geheime raad zal er kennis van nemen; het is oproer.

EVANS. Het is niet choet, dat de cheheime raad van een oproer hoort; er is cheen freese Chots in een oproer te hooren; heb wel attentaat hierop.

ZIELIG. Nu, bij mijn ziel, als ik nog jong was, zou het zwaard het uitmaken.

EVANS. Het is peter, dat frienden het swaard sijn en het uitmaken; en tan is er nog een andere spikkulatie in mijn prein, die misschien iets choets uitwerkt. Taar heb je Anna Page, tochter van den heer George Page, dat een aartige maachtelijkheid is.

SLAPPERMAN. Juffer Anna Page? Zij heeft bruin haar en een fijne stem, zooals de meisjes hebben.

EVANS. Zij is juist de persoon uit de cheheele wereld als maar te wenschen is door u, en sevenhonderd pond geld en choud en silver fan haar chrootvader op zijn sterfbed,—Chod cheve hem een froolijke opstanding!—als sij in staat is seventien jaar te tellen. Het sou een goede suinigheid zijn, als wij ons gehassebas en gewirrewar wechlieten en een huwelijk maakten tusschen mijnheer Abraham en Anna Page.

SLAPPERMAN. Heeft haar grootvader haar zevenhonderd pond nagelaten?

EVANS. Ja, en haar fader laat haar nog meer tuiten.

SLAPPERMAN. Ik ken de jonge juffer; zij heeft goede gaven.

EVANS. Sevenhonderd pond en uitsichten zijn choede chaven.

ZIELIG. Nu, laat ons den braven heer Page een bezoek gaan brengen. Is Falstaff daar?

EVANS. Zou ik u foorliegen? Ik feracht een leugenaar, zooals ik iemand feracht, die niet te fertrouwen is. De ridder, Sir John, is er, en ik pit u, laat u raden door uw welmeeners. Ik wil kloppen op de deur om mijnheer Page. (Hij klopt aan). Hé, hola, Chot segene uw huis!

PAGE (van binnen). Wie is daar?

EVANS. Hier is Chots zegen en uw choede friend en de frederechter Zielig; en hier is de jongeheer Slapperman, die u misschien een ander liedje singen sal, als de saak naar uw smaak is.

(Page komt op.)

PAGE. Het verheugt mij, uw edelheden wel te zien. Ik dank u voor dat wild, mijnheer Zielig.

ZIELIG. Ik ben verheugd u te zien, mijnheer Page; het moge u wel bekomen. Ik wenschte, dat het wild beter ware geweest; het was slecht geschoten.—En hoe maakt het de goede juffrouw Page?—En ik ben u altijd van harte erkentelijk, ja, recht van harte.

PAGE. Ik dank u, heer.

The book keeps going

Keep reading, and see it illustrated

Reading is free forever. Sign up and watch scenes appear while you read.

Illustrated scene from FrankensteinIllustrated scene from The Great GatsbyIllustrated scene from Pride and Prejudice

Scenes Storieta drew for other classics.

New illustrated classics

A new classic, drawn, in your inbox.

Once or twice a month: the latest books to get full character casts, scene art, and free comic editions. No account needed.