[Kantlijn: Bijlage 1.]
Den 28en Juni van dit jaar zijn de Oostenrijksch-Hongaarsche troonopvolger, aartshertog FRANZ FERDINAND en zijn gemalin, de hertogin van Hohenberg, door de revolverschoten van een lid van een Servische samenzweerdersbende gedood. Het onderzoek van de misdaad door de Oostenrijksch-Hongaarsche autoriteiten heeft aan het licht gebracht, dat het complot tegen het leven van den aartshertog-troonopvolger te Belgrado, met medewerking van en begunstigd door ambtelijke Servische personen gesmeed, met wapens uit Servische staatsdepots is ten uitvoer gelegd. Deze misdaad moest heel de beschaafde wereld de oogen openen, niet slechts voor het tegen het bezit en de integriteit van de Oostenrijksch-Hongaarsche monarchie gerichte streven van de Servische politiek, maar ook voor de misdadige middelen, waarvoor de groot-Servische propaganda in Servië ter bereiking van haar doel niet terugschrikte. Het doel van deze politiek was het geleidelijk in opstand brengen en ten slotte afscheiden van het zuidoostelijk gedeelte van de Oostenrijksch-Hongaarsche monarchie, ten einde dit met Servië te vereenigen. Aan deze richting der Servische politiek hebben de herhaalde en plechtige verklaringen, waarbij Servië Oostenrijk-Hongarije zijn afkeer van deze politiek betuigde en het bevorderen van goede betrekkingen als naburen beloofde, niet het geringste veranderd. Ten derde male in den loop van de laatste 6 jaren brengt Servië op deze wijze Europa aan den rand van een wereldoorlog. Het kon dit slechts doen, omdat het meende, bij zijn streven door Rusland gesteund te worden. De Russische politiek had zich spoedig na de door de Turksche revolutie uitgelokte gebeurtenissen van het jaar 1908 er op toegelegd een tegen het bezit van Turkije gericht verbond van de Balkanstaten, in het leven te roepen. Dit Balkanverbond, dat er in het jaar 1911 in slaagde Turkije zegevierend uit het grootste gedeelte van zijn Europeesche bezittingen te verdringen, stortte wegens het meeningsverschil omtrent de verdeeling van den buit, ineen. De Russische politiek liet zich door dit fiasco niet afschrikken. Volgens het plan van de Russische staatslieden moest een nieuw Balkanverbond, onder Russisch patronaat, tot stand komen, welks spits niet meer tegen het uit den Balkan verdrongen Turkije, maar tegen de bezittingen van de Oostenrijksch-Hongaarsche monarchie gericht zou zijn. De bedoeling was, dat Servië, als tegemoetkoming voor de ten koste van de Donaumonarchie verworven inlijving van Bosnië en Herzegowina, aan Bulgarije zou afstaan de deelen van Macedonië, die het in den laatsten Balkanoorlog verworven had. Met het oog hierop moest Boelgarije door isoleering murw gemaakt, Roemenië door een, met behulp van Frankrijk, ondernomen propaganda, aan Rusland geketend, en de aandacht van Servië op Bosnië en Herzegowina gevestigd worden.
Onder deze omstandigheden moest Oostenrijk inzien, dat een langer werkeloos toezien bij hetgeen er over de grens gebeurde, noch met zijne waardigheid, noch met het zelfbehoud der monarchie was overeen te brengen. De Keizerlijke en Koninklijke regeering deelde ons deze opvatting mede, en verzocht haar onze meening daaromtrent te doen geworden. Van ganscher harte konden wij onzen bondgenoot verklaren, dat wij het geheel met zijne beoordeeling eens waren, en konden wij hem verzekeren, dat eene actie, die hij voor noodzakelijk hield om aan de, tegen het bezit der Monarchie gerichte beweging in Servië een einde te maken, onze goedkeuring zou vinden. Wij waren ons hierbij ten volle bewust, dat een mogelijk gewapend optreden van Oostenrijk-Hongarije tegen Servië, Rusland naar voren zou brengen, en ons, in verband met onze plichten als bondgenoot, in een oorlog kon wikkelen. Waar wij echter inzagen, dat levensbelangen van Oostenrijk-Hongarije op het spel stonden, konden wij onzen bondgenoot niet raden tot eene inschikkelijkheid, die niet met zijne waardigheid overeen te brengen was, noch hem onzen steun in dit ernstig oogenblik ontzeggen. Wij konden dit te minder, omdat ook onze belangen door het voortdurend woelen van Servië zoo gevoelig mogelijk bedreigd waren. Wanneer het den Serviërs nog langer vergund ware geweest, onder bescherming van Rusland en Frankrijk, het bezit van de naburige monarchie in gevaar te brengen, dan zou dit de geleidelijke ineenstorting van Oostenrijk en de onderwerping van alle Slaven onder Russischen scepter tengevolge gehad hebben, waardoor de positie van het Germaansche ras in Midden-Europa onhoudbaar zou geworden zijn. Een moreel verzwakt, door het opdringen van het Russische Panslavisme ineenstortend Oostenrijk, zou voor ons geen bondgenoot meer geweest zijn, waarop wij zouden kunnen rekenen, en waarop wij ons zouden kunnen verlaten, zooals dit tegenover de steeds dreigender wordende houding van onze oostelijke en westelijke naburen voor ons noodzakelijk is. Wij lieten daarom Oostenrijk geheel de vrije hand in zijn actie tegen Servië en hebben aan de voorbereiding daarvan niet deelgenomen.
Oostenrijk koos daartoe den weg om in eene nota aan de Servische regeering uitvoerig de door het gerechterlijk onderzoek na den moord te Serajewo vastgestelde onmiddellijke samenhang tusschen den moord en de door de Servische regeering niet alleen gedulde, maar zelfs ondersteunde groot-Servische beweging aan te toonen, en van haar te verlangen, dat deze agitatie volkomen zou ophouden en de schuldigen zouden worden bestraft. Tegelijkertijd verlangde Oostenrijk-Hongarije als waarborg voor een werkelijk ernstig onderzoek, het deelnemen van zijn ambtenaren aan dit onderzoek op Servisch gebied, en een definitieve ontbinding van de tegen Oostenrijk-Hongarije woelende Groot-Servische vereenigingen. De Keizerlijke en Koninklijke regeering stelde een termijn van 48 uren voor de onvoorwaardelijke aanneming van hare eischen. De Servische regeering begon een dag nadat de Oostenrijksch-Hongaarsche nota haar overhandigd was, met de mobilisatie. Toen na afloop van den termijn, de Servische regeering een antwoord gaf, dat wel is waar op eenige punten de wenschen van Oostenrijk-Hongarije vervulde, in hoofdzaak echter duidelijk het streven liet doorschemeren, om zich door uitstel en nieuwe onderhandelingen aan de gerechte eischen van de monarchie te onttrekken, brak deze de diplomatieke betrekkingen met Servië af, zonder zich met verdere onderhandelingen in te laten, of zich te laten ophouden door verzekeringen van Servië, waarvan zij de waarde—tot haar schade—voldoende kende.
Van dat oogenblik af bevond zich Oostenrijk feitelijk met Servië in oorlogstoestand, die het dan ook door de officieele oorlogsverklaring van den 28en Juli openlijk afkondigde.
Van het eerste begin van het conflict af hebben wij op het standpunt gestaan, dat de heele zaak eene particuliere aangelegenheid van Oostenrijk was, die het alleen met Servië moest uitvechten. Ons geheele streven was er daarom op gericht, den oorlog te localiseeren, en de andere mogendheden ervan te overtuigen, dat Oostenrijk in gerechtvaardigde zelfverdediging en door de omstandigheden gedwongen, tot een beroep op de wapens had moeten besluiten. Wij hebben met nadruk het standpunt verdedigd dat geen beschaafde staat het recht had, in dezen strijd tegen onbeschaafdheid en politieke misdadigersmoraal Oostenrijk te hinderen en te trachten, de Serviërs aan hun verdiende straf te onttrekken. In dezen geest hebben wij onze vertegenwoordigers in het buitenland instructies gegeven.
[Kantlijn: Bijlage 1_b_ en 2.]
[Kantlijn: Bijlage 3.]
Tegelijkertijd deelde de Oostenrijksch-Hongaarsche regeering aan de Russische regeering mede, dat de stap, dien zij in Servië gedaan had, slechts bedoeld was als een defensieve maatregel tegenover de Servische kuiperijen, dat Oostenrijk echter gedwongen was waarborgen te eischen, dat Servië voortaan een vriendschappelijke houding tegenover de Monarchie zou aannemen. Het lag volstrekt niet in de bedoeling van Oostenrijk-Hongarije om eene verschuiving van de machtsverhoudingen op den Balkan te veroorzaken. Toen wij verklaarden, dat de Duitsche regeering alles wilde doen om het conflict te localiseeren, beloofden zoowel de Fransche als de Engelsche regeering, naar hetzelfde doel te zullen streven. Desniettemin gelukte het niet eene inmenging van Rusland in het conflict tusschen Oostenrijk en Servië te verhinderen.
[Kantlijn: Bijlage 4.]
[Kantlijn: Bijlage 5.]
[Kantlijn: Bijlage 6, 7, 8 en 9.]
[Kantlijn: Bijlage 10, 10_a_ en 10_b_.]
De Russische regeering gaf den 18en Juli een ambtelijk communiqué uit, waarin gezegd werd, dat Rusland in het conflict tusschen Servië en Oostenrijk onmogelijk onverschillig kon blijven. Ditzelfde verklaarde de Russische minister van buitenlandsche zaken, de heer SASANOW tegenover den Keizerlijken ambassadeur Graaf POURTALÈS. Des namiddags van den 26en Juli liet de K. en K. regeering nogmaals door haar ambassadeur in St. Petersburg verklaren, dat Oostenrijk-Hongarije geenerlei veroveringsplannen had en slechts begeerde, eindelijk eens rust te krijgen aan zijne grenzen. In den loop van denzelfden dag bereikten reeds de eerste berichten over Russische mobilisatie, Berlijn. Nog den 26en 's avonds werd den keizerlijken ambassadeurs te Londen, Parijs en St. Petersburg opgedragen de regeeringen van Engeland, Frankrijk en Rusland ernstig te wijzen op het gevaar, van deze Russische mobilisaties. Nadat Oostenrijk-Hongarije Rusland officieel verklaard had, dat het geen uitbreiding van gebied in Servië nastreefde, lag de beslissing over den wereldvrede uitsluitend in St. Petersburg. Nog denzelfden dag werd den Keizerlijken gezant te St. Petersburg opgedragen, de Russische regeering het volgende te verklaren:
Voorbereidende militaire maatregelen van Rusland zouden ons tot tegenmaatregelen dwingen; die zouden moeten bestaan in de mobilisatie van het leger. Mobilisatie zou echter oorlog beteekenen. Daar ons Frankrijk's plichten tegenover Rusland bekend waren, zou deze mobilisatie tegen Rusland en Frankrijk tegelijk gericht worden. Wij mochten niet aannemen, dat Rusland een dergelijken Europeeschen oorlog zou willen ontketenen. Daar Oostenrijk-Hongarije het bezit van het koninkrijk Servië niet wilde aantasten, waren wij van meening, dat Rusland een afwachtende houding kon aannemen. De wensch van Rusland, om het bezit van het koninkrijk Servië ongeschonden te bewaren, zouden wij te eer kunnen ondersteunen, omdat dit bezit door Oostenrijk-Hongarije volstrekt niet bedreigd werd. Het zou gemakkelijk zijn, bij het verdere verloop der aangelegenheid een grondslag te vinden voor eene minnelijke schikking.
[Kantlijn: Bijlage 11.]
Den 27en Juli verklaarde de Russische minister van oorlog SUCHOMLINOW den Duitschen militairen attaché onder eerewoord, dat het bevel tot mobilisatie nog niet gegeven was. Er werden slechts voorbereidende maatregelen getroffen, geen paard was opgevorderd, geen reservist opgeroepen. Als Oostenrijk-Hongarije de Servische grens overschreed, zouden de naar Oostenrijk gerichte militaire districten Kiew, Odessa, Moskou, Kazan gemobiliseerd worden. Onder geen omstandigheden echter de aan het Duitsche front gelegene: St. Petersburg, Wilna en Warschau. Op de vraag van den militairen attaché, met welk doel de mobilisatie tegen Oostenrijk plaats vond, antwoordde de Russische Minister van Oorlog door zijn schouders op te halen en te verwijzen naar de diplomaten. De militaire attaché bestempelde daarop de mobilisatiemaatregelen tegen Oostenrijk-Hongarije als ook voor Duitschland zeer gevaarlijk. De daarop volgende dagen volgden de berichten over Russische mobilisaties elkaar zeer snel op. Daaronder waren ook berichten over toebereidselen aan de Duitsche grens, zooals de afkondiging van den staat van oorlog over Kownow, het vertrek van het garnizoen van Warschau en de versterking van het garnizoen van Alexandrowo. Den 27en Juli kwamen de eerste berichten over voorbereidende maatregelen van Frankrijk. Het XIV korps staakte de manoeuvres en keerde in zijn garnizoen terug.