Storieta
English
Sign up

The opening · free to read

Mevr. WARREN'S BEDRIJF

VERTAALD DOOR J. A. SIMONS-MEES MET INLEIDING VAN L. S.

(HET RECHT VAN VERTOONEN VOORBEHOUDEN VOLGENS DE WET OP HET AUTEURSRECHT)

UITGEGEVEN·DOOR·DE MAATSCHAPPIJ·VOOR GOEDE·EN·GOEDKOOPE LECTUUR--AMSTERDAM

INLEIDING.

Mevr. Warren's Bedrijf is een vroegere arbeid van Shaw dan het dit voorjaar gepubliceerde blijspel: Je kunt nooit weten. Het stuk volgde spoedig op den eersteling, met den zonderlingen titel: Widowers Houses (letterlijk: Huizen van weduwnaars), en het is uit denzelfden levenskijk ontstaan. Men zou beiden stukken tot motto kunnen geven: "Dief en diefjesmaat" of "Oud lood om oud ijzer". De kritikus onzer maatschappij, de socialist Shaw, gaat erin uit van de bedoeling om duidelijk te doen blijken, dat het z. i. heelemaal onverschillig is, hoè men komt aan zgn. onafhankelijke (renteniers)inkomens; dat de wijze waarop de huisjesmelker en de hoerenwaardin rijk worden, misschien in graad maar niet in wezen verschilt van de methoden, waarop de hypotheekhouder, de aandeelhouder, de fabrikant aan hun hooge dividenden, tantièmes, directeurs-inkomen moeten geraken,--altemaal toe-eigening van overwaarden, alleen te verkrijgen ten koste van te hooge huren, te lage loonen, te lange werktijden: uitbuiting van anderen in het algemeen. Wie daarvan meeprofiteert is precies even verantwoordelijk als wie directelijk het vuile werk doet. En de eenige manier om in deze maatschappij zoover mogelijk buiten die verantwoordelijkheid te blijven, is, zelf hard te werken en alleen te willen leven van de opbrengst van dien eigen arbeid; niet van dividenden, en niet in luiheid en niets-doen, in op zichzelf ontzenuwende en ontaardende weelderigheid. In elk geval komt het er op aan, dit duidelijk in te zien en zich niet diets te maken dat het anders is. Een eerlijke schoelje is, als men de keus heeft, altijd nog verkieslijk boven iemand die zich wijs maakt dat zijn grauwheid een romantische blankheid vertoont.

Aldus het gezichtspunt, van waaruit Shaw het ook in de fransche tooneelletterkunde van de tweede helft der 19e eeuw nogal eens graag behandelde onderwerp aanpakt van een jong mensch, die plotseling ontdekt dat zijn of haar moeder in nauwe betrekking staat tot den vulgairen drift. Hij heeft niet, op sentimenteele gronden, de sympathie voor de moeder zoeken op te wekken; hij is zelfs begonnen met haar meer dan onsympathiek te maken door haar niet maar als een zelf-overgegevene te schilderen, maar, erger, als een die jonge vrouwen in de val lokt, en houdt, en van de opbrengst van hun ontucht mooi weer speelt. Het ligt nu eenmaal in Shaw's neiging, voor geen uiterste terug te schrikken, en zijn thesis op den wijdsten grondslag op te bouwen. En natuurlijk ontkomt hij aldus niet aan het gevaar van te veel te willen bewijzen en dan toch ten slotte de consequentie van zijn uiterste niet zelf aan te durven; wèl in zijn uitvoerige voorredenen, maar niet in zijn stukken zelf. Als hij die voorredenen schrijft, kan hij zoo vlijmscherp ontleden en conclusies trekken, als zijn toegespitst vernuft maar veroorloven wil. Doch als auteur kan hij niet werken met abstracties, en hoe meer hij zijn beeldend dramatiseerend vermogen ontwikkelde, des te meer moest hij de abstractie loslaten om zijn menschen in hun verscheidenheid en inconsequenties te teekenen. In Mevr. Warren is hij losser van het "zelf aan de touwtjes-trekken" dan in het eerste stuk; men ziet hem wel achter de schermen, maar zijn figuren hebben toch al veel meer eigen leefkracht en zelf bewegingsvermogen. En zoo ontschieten ze nogal eens aan de logica van zijn thesis. Hij kan nu niet meer blind blijven voor de psychologische waarheid, dat al moge moraliter de mede-genieter mede-aansprakelijk blijven voor de wijze waarop geld bijeengebracht is, hij of zij, die het vuile werk zèlf doen, toch anders besmet worden dan wie er vrij van blijven. Hij leent mevr. Warren en Crofts zijn eigen dialectisch vernuft en maatschappelijke kritiek, om hùn wijze van geldmakerij te verdedigen met heel veel kracht en overtuiging, en niet zonder anderen, die vrij-uit plegen te gaan, te raken. Maar met dat al is Frank, hoewel een leeglooper en doeniet evengoed als Crofts, ook den schrijver zelf, heel wat sympathieker dan deze eerste aandeelhouder in mevr. Warren's huizen; en Vivie mag uit het veld geslagen worden door haar moeders maatschappelijke logica omtrent hamer of aambeeld, en door Crofts aanwijzing van haar indirecte mede-plichtigheid, de auteur kan immers zelf niet nalaten te doen blijken dat deze nuchtere, hard-werkende jonge vrouw niet van gelijk allooi is geworden als haar moeder en Crofts, ook al heeft zij haar opvoeding te danken aan op dezelfde methode verkregen gelden, als hún onguren rijkdom uitmaken. Ondanks al zijn socialisme is Shaw--hij zegt het zelf in zijn Inleiding tot John Bull's other Island (Ierland)--een protestantsch-individualist. Zonder individualiseeringskunst zou hij trouwens geen mensch-teekenaar kunnen zijn. En zoo worstelen in dit werk zijn levenstheorie en zijn kunstenaarsdrift voortdurend met elkaar. Het eind is dat de kunstenaar-individualist overwint. Mevr. Warren wordt, ondanks haar sterke argumenten, met vriend Crofts aan den dijk gezet; en Vivie blijft alleen achter om haar eigen redding te bewerken door harden arbeid, buiten alle romantiek en schoonheidsdrift, die immers met zinnelijkheid samenhangen en, in leegen rijkdom, tot wellust vergroeien, ten bate van ondernemingen als van mevr. Warren.

De tweeslachtigheid in dit werk wordt gelukkig goedgemaakt door de zeer bizondere gaven van den puren dramaschrijver. Shaw teekent raak, slaat raak, en zoo geeft ook dit stuk, dat in zijn zuiver intellectualisme bijna alle ontroerend vermogen mist, ons een heel sterke intellectueele opfrissching. Het is knap gebouwd, en al voelen we in de dominésfiguur en in Frank's verhouding tot zijn vader de teekening tot overdrijving overslaan; al raakt Vivie's persoonlijkheid de bevriezings-temperatuur van het opzettelijk-bedachte, het geheel gaat toch voor ons leven uit eigen innerlijke kracht, en onder den stuw van mevr. Warrens volbloedig volkstemperament houdt het ons vast tot het eind. Crofts en Praeddie zijn allebei prachtig geslaagde figuren, en de tegenstelling van het cynisme van den éen tot de romantiek van den ander is geen oogenblik te dik; toont zich zonder opdringerigheid, zooals ook die van Franks fijnere losbol-gratie tot Croft's innerlijk grove verloopenheid.

De titelkeus is bij vertaalster en mijzelf niet zonder lange overweging definitief geworden. Mrs. Warrens Profession is zeker letterlijk Mevr. Warrens Beroep, en in het laatste bedrijf schijnt Vivie voor Frank en Praed haar moeders qualificatie neer te schrijven. Maar het Engelsche woord profession heeft precies als ons beroep een schakeering die het meer toepasselijk maakt op professoren, musici, leeraren, dan op het hoofd eener vennootschap, zeker van het soort als de hare. Tusschen Mevr. W's beroep, bedrijf en onderneming hebben wij ten slot het middelste gekozen. 't Leek juister dan: beroep, en is korter dan onderneming. En hoe korter een titel, hoe beter.

L. S.

Een zomernamiddag in den tuin van een villa op de oostelijke helling van een heuvel een weinig ten zuiden van Haslemere in Surrey. Opkijkend naar den heuvel, ziet men de villa in den linkerhoek van den tuin, met een rieten dak, 'n overdekten ingang en een groot venster met kleine ruitjes links van den ingang. Verder naar achteren is eene kleine vleugel uitgebouwd, die een hoek maakt met den rechterzijmuur. Van het eind van dien vleugel loopt een heining rechts en links, die den heelen tuin insluit. Rechts 'n opendraaiend hek. Het veld rijst naar boven, van het hek af tot aan den horizon. Links tegen de zijbank van den ingang staan een paar linnen vouwstoelen toegeklapt. Een damesrijwiel steunt tegen den muur onder 't raam. 'n Beetje naar rechts een hangmat tusschen twee palen. Een groote linnen parasol met den stok in den grond weert de zon van de hangmat, waarin een jong meisje ligt te lezen en aanteekeningen te maken; haar hoofd naar het huis en haar voeten naar den ingang van 't hek. Voor de hangmat staat, binnen het bereik van haar hand, 'n gewone keukenstoel met 'n hoop studieboeken en 'n voorraad schrijfpapier er op.

Van achter het huis komt 'n heer over 't veld aanwandelen. Hij is nauwelijks voorbij den middelbaren leeftijd met het uiterlijk van een kunstenaar; onconventioneel, maar keurig gekleed. Glad gezicht met uitzondering van een snor, 'n levendig en gevoelig gelaat, zeer vriendelijke en hoffelijke manieren. Zijn haar is zij-achtig zwart met wat grauwe lokken er tusschen; zijne wenkbrauwen zijn wit, zijn snor is zwart. Hij is niet zeker van z'n weg, kijkt over 't hek, monstert de plek en krijgt dan het jonge meisje in het oog.

DE HEER (z'n hoed afnemend). Neemt u me niet kwalijk.--Kunt u me ook terecht wijzen naar de villa van mevrouw Alison?

DE JONGE DAME (opkijkend van haar boek). Dat is hier. (Zij hervat haar lectuur).

DE HEER. Och kom! Mag ik dan ook vragen ... bent u misschien juffrouw Vivie Warren?

DE JONGE DAME (kortaf, terwijl zij zich omkeert op haar elboog om hem eens goed te bekijken). Ja.

DE HEER (wat uit 't veld geslagen, op verzoenenden toon). Ik ben bang, dat ik wat indringerig lijk.-- M'n naam is Praed. (Vivie gooit dadelijk haar boek op den stoel en komt uit de hangmat). O, laat ik u alsjeblieft niet storen.

VIVIE (gaat met groote stappen naar 't hek en opent 't voor hem). Kom binnen, mijnheer Praed. (Hij komt binnen). Blij u te zien.

Zij strekt haar hand uit en neemt de zijne beet met 'n beslisten, vasten greep. Zij is een aantrekkelijk exemplaar van de verstandige, knappe, goed ontwikkelde jonge Engelsche vrouw van de middenklasse. Leeftijd: 22 jaar. Vlug, sterk, zelfbewust, vol zelfvertrouwen. Eenvoudig praktisch gekleed, maar niet burgerlijk of nonchalant. Draagt 'n chatelaine aan haar ceintuur, waaraan onder meer afhangen 'n vul-penhouder en vouwbeen.

PRAED. Heel vriendelijk van u, juffrouw Warren. (Zij sluit 't hek met een krachtigen duw; hij komt nader tot in 't midden van den tuin, terwijl hij z'n vingers, die wat verdoofd zijn geworden door haar begroeting, heen en weer beweegt). Is uw moeder al gekomen?

VIVIE (haastig, blijkbaar de lucht krijgend van 'n overval). Kòmt die?

PRAED (verwonderd). Verwachtte u ons dan niet?

VIVIE. Nee.

PRAED. Lieve hemel, dan hoop ik maar niet, dat ik me in den dag heb vergist. Dat zou net iets voor mij zijn, weet u. Uw moeder maakte 't plan, dat zij van Londen zou komen en ik van Horsham om hier aan u voorgesteld te worden.

VIVIE (in 't geheel niet in haar schik). Heeft ze dat gedaan? Zoo. M'n moeder heeft 'n hebbelijkheid om me te verrassen--ik vermoed om te zien hoe ik me gedraag, als zij er niet is.--Ik denk, dat ik m'n moeder een dezer dagen eens geweldig zal verrassen, als zij plannen maakt, die mij raken, zonder me van te voren te raadplegen.--Zij is nièt gekomen.

PRAED (verlegen). Dat spijt me waarlijk heel erg.

VIVIE (haar misnoegen van zich afgooiend). 't Is in ieder geval ùw schuld niet, mijnheer Praed. En ik ben heel blij dat u gekomen bent, geloof me. U bent de eenige van al m'n moeders vrienden, met wien ik haar verzocht heb me in kennis te brengen.

The book keeps going

Keep reading, and see it illustrated

Reading is free forever. Sign up and watch scenes appear while you read.

Illustrated scene from The Adventures of Sherlock HolmesIllustrated scene from FrankensteinIllustrated scene from The Great Gatsby

Scenes Storieta drew for other classics.

New illustrated classics

A new classic, drawn, in your inbox.

Once or twice a month: the latest books to get full character casts, scene art, and free comic editions. No account needed.