
Public-domain ebook
Rhandensche Jongens
by J. Lens
Language: nl354 downloads on Project Gutenberg
Subjects
In: Children & Young Adult Reading·Novels
Public-domain ebook sourced from Project Gutenberg #56702.

Public-domain ebook
by J. Lens
Language: nl354 downloads on Project Gutenberg
Subjects
In: Children & Young Adult Reading·Novels
Public-domain ebook sourced from Project Gutenberg #56702.
The opening · free to read
Een vroolijk gelach klonk op, ten koste van Theo nu, die met het nuchterste gezicht van de wereld zat te kijken, net alsof het hem niet aanging. "Kom, jongens, de sommen roepen! Pakt aan en..."
"Sta vast, meneer!" vulde ineens Jan Arps aan. "Allo, hurt bok! Daar gaat hij weer!"
En met een gemaakt-armzalig gezicht zette hij zich aan zijn sommen. Wie 't niet beter wist, zou denken dat hij een bloedje in rekenen was!
"Hoeveel àf, Jan?" vroeg meneer.
"Vijf van de zes, meneer."
"Allo, hurt bok, de zesde!" kreeg Jan zijn eigen woorden terug.
"Tot uw dienst, majoor! In vijf minuten."
En Jan begon met een ijver, of zijn leven er van af hing. Zijn kameraads wisten allemaal, dat het hem wel gelukken zou. De werkstemming was er dadelijk weer, behalve bij Koos. Die zat te draaien, op zijn pennehouder te bijten, in zijn boek te bladeren.
't Lukte vanmorgen niet. Die vervelende sommen! En dat het nu net zulk heerlijk weer moest wezen! Hij zou nu veel liever op zijn kar zitten, midden in het bosch. Of langs de smalle heipaadjes trappen, waar je al je rij-kunst noodig had om 't pad te houden. Als er een boer aankwam, die niet wijken wou, kon je nog afstappen ook!
't Was gek: den heelen winter had hij er best tegen gekund. Maar nu de zon zoo heerlijk deed, en er lente-geruchten in de lucht zweefden, kòn hij er niet bijblijven, hoe hij er zich ook toe dwong.
"Meneer, gaat u Woensdag mee fietsen?" vroeg hij ineens.
"Lukt het niet vanmorgen, Koos?"
"Och meneer, die vervelende sommen en dat mooie weer!"
Met een zucht begon Koos weer. Maar zijn gedachten waren buiten. Zouden er al kieviten in de Plassen zitten? En zijn meezenfamilie? Hoe of die het maakte?
Dat was zijn geheim, van hem en van zijn broertje Dirk. Diep in het bosch hadden ze een zelfgefabriceerd nestkastje opgehangen: een stuk berketak, dat ze met veel moeite hadden uitgehold. Ze hadden er een verscholen hoekje voor opgezocht; waren, om het te bevestigen, een heel eind een beuk ingeklommen. Dezen winter waren ze een paar malen gaan kijken: eindelijk was het door een meezenpaar bewoond! Koos had zonder daar Mops meening over te vragen, van Mop een vleezig beentje afgenomen, dat die uit de keuken had opgediept. Mop stelde het schijnbaar niet eens op prijs, dat hij mee mocht om het te brengen, en kon toezien, toen het werd opgehangen! Maar de meezen hadden de bedoeling des te beter begrepen.
Zouden er nu al jongen zijn? Nee -- 't was nog veel te vroeg in 't jaar. Maar zeker waren ze reeds met de nestdrukte begonnen, vooral nu 't weer zoo mooi werd.
Woensdag moest hij er op uit -- als meneer dan eens weinig werk opgaf -- en dan met z'n drieën of vieren op de kar er van door! Ja, de hei was nog wel zwart. Hoe heerlijk moeten nu de berken met hun ragfijne loover staan te droomen in de zon! Hij zou vast zijn schetsboek meenemen, even een paar krabbeltjes er van maken.
Onwillekeurig ging zijn potlood aan den gang -- hij vergat sommen en klas, en voelde alleen lentelucht, zag alleen lenteleven, hoorde meezen-gesjilp en 't zacht ruischen van den voorjaarswind door het ijle berkenloover.....
Een luid gelach wekte hem uit zijn gedroom.
Hij keek op, en bemerkte, dat hij de een of andere dwaasheid moest uitgehaald hebben. De boeken en schriften waren overal weggeruimd; alleen op zijn plaats lag alles nog in wanorde op de bank. Haastig greep hij naar zijn schrift, waar nu, inplaats van sommen, een teekeningetje was ontstaan.
"Dat wil ik graag van je hebben, Koos! Anders zou ik moeten denken, dat je je heelen morgen verdroomd hebt."
Koos, wat onwillig, wat verlegen, bracht het schrift.
"Wat moet er boven dat opstel-in-lijnen staan, Venema?" vroeg meneer een beetje strak.
"'t Hindert niet. Maar ik kàn die sommen ook niet maken!"
"Dus 'Lentestemming' b.v.?" vervolgde meneer.
"Ja, als u er bijzet: Van een tot sommen-maken veroordeelde", spotte Theo. Z'n oogen, achter zijn bril, zochten het onafgewerkte schetsje af. En gul, met een gemakkelijke bewondering, voegde hij er aan toe: "Toch mooi! nou! kon ik het maar zoo!"
"'k Wou het voor jou, Theo", plaagde meneer Theo, wiens beste vak teekenen nu eenmaal niet was. "En weet je, wat ik nog meer wou? Dat jullie die sommen allemaal goed maakten. Gerust er moet beter aangepakt worden."
Koos vond het toch vervelend.
"Toe, meneer, geef me dat ding liever terug. Als u Woensdag mee gaat fietsen, zal ik wel een mooier voor u teekenen....."
"Zou je nu niet liever eerst je bulletjes opruimen? Dat heb ik je al tweemaal gevraagd, maar Koos luisterde niet."
O, hadden ze daar zoo om zitten lachen? Ze konden ook nergens tegen.
Haastig bergde hij alles weg, en toen waren ze klaar. Een kort, hartelijk dankgebed, en ze konden gaan.
"Wacht jij even, Venema?" vroeg meneer aan Koos.
"Ook al goed", bromde die, weinig vriendelijk, en lusteloos ging hij weer naar zijn plaats.
Meneer kwam dadelijk bij hem.
"Zeg, chef, waar zaten je gedachten vanmorgen?"
"Overal, behalve bij mijn sommen, meneer", biechtte Koos eerlijk op.
"'k Heb het gemerkt; je was er heelemaal niet bij."
"Ik kòn niet, meneer! Met zulk weer kom je er niet aan toe om te werken", antwoordde Koos met eenigszins koddig aandoende berusting.
"Tut-tut-tut man! Jij bent toch zelf de baas? Je zegt toch zèlf, of je er aan toe bent om te werken of niet?"
The book keeps going
Reading is free forever. Sign up and watch scenes appear while you read.



Scenes Storieta drew for other classics.
New illustrated classics
Once or twice a month: the latest books to get full character casts, scene art, and free comic editions. No account needed.