
Public-domain ebook
De drie steden: Rome
by Émile Zola
Language: nl553 downloads on Project Gutenberg
Subjects
Public-domain ebook sourced from Project Gutenberg #61326.

Public-domain ebook
by Émile Zola
Language: nl553 downloads on Project Gutenberg
Subjects
Public-domain ebook sourced from Project Gutenberg #61326.
The opening · free to read
"Villa Giulia, palazzo Boccanera."
Het was 3 September, een Maandag, de hemel was helder, mild en wondermooi-doorschijnend. De koetsier, een klein, rond mannetje, met schitterende oogen en witte tanden, glimlachte, toen hij aan het accent een Franschen priester herkende. Hij legde de zweep over zijn paard en het rijtuig schoot dadelijk voort in den vluggen gang, die deze zoo zindelijke en vroolijke Romeinsche rijtuigjes kenmerkt. Maar bijna onmiddellijk nadat zij de boompjes van het kleine pleintje voorbijgereden en op het plein der Thermen [1] gekomen waren, keerde hij zich om en wees, nog steeds glimlachend, wet zijn zweep op de bouwvallen.
"De Thermen van Diocletianus," zeide hij, als voorkomend koetsier, die er steeds op uit was bij de vreemdelingen in een goed blaadje te komen, ten einde zich van hun clientèle te verzekeren, in slecht Fransch.
Van de hoogten van den Viminalis, waarop het station staat, reed het rijtuigje in snelle vaart de sterk-hellende Via Nazionale af. En van dat oogenblik hield hij niet op, bij ieder monument zijn hoofd om te draaien en er met de zweep op te wijzen. In dat gedeelte van de lange straat waren slechts nieuwe gebouwen. Iets verderop rechts verhieven zich met groen bedekte heuvels, waarop een eindeloos geel en kaal gebouw, een klooster of een kazerne, oprees.
"Het Quirinaal, het paleis van den koning," zeide de koetsier.
Sedert, een week geleden, tot de reis besloten was, had Pierre alle dagen ijverig op plattegronden en in boeken de topographie van Rome bestudeerd, zoodat hij zich uitstekend had kunnen oriënteeren, zonder naar den weg te vragen. De aanwijzingen van den koetsier had hij dan ook volstrekt niet noodig. Doch de plotselinge dalingen, de onophoudelijke stijgingen, die sommige wijken als in etagevormige terrassen verdeelden, brachten hem toch telkens even in de war. Maar de stem van den koetsier verhief zich, hoewel eenigszins ironisch, en zijn zweep beschreef een wijderen kring, toen hij den naam van een reusachtig, nieuw en nog vochtig gebouw aan den linkerkant wees, een reusachtig blok van steenen, overladen met beeldhouwwerk, gevelversieringen en beelden.
"De Nationale Bank."
Lager, toen het rijtuigje een driehoekig plein opreed, zag Pierre, opkijkend, tot zijn verrukking op een hoogen, gladden muur een hangenden tuin, waarin het elegante en krachtige profiel van een honderdjarigen piniepijnboom zich in den helderen hemel verhief. Hij voelde den vollen trots en de volle bekoring van Rome.
"De villa Aldobrandini."
Nog verder en lager deed een vlug en vluchtig visioen zijn geestdrift nog meer ontvlammen. Weer maakte de straat een plotselinge bocht, toen zich plotseling in den hoek een lichte opening toonde. Van boven naar beneden gezien was het een wit plein als een zonneschacht, gevuld met een verblindend goudstof; en in die ochtendpracht rees een reusachtige marmeren zuil, die aan den kant, waar de dagvorstin haar bij haar opkomst in haar stralen baadde, als verguld was. Hij was verrast, toen de koetsier hem den naam noemde, want hij had zich haar niet zoo voorgesteld in dat verblindend witte gat te midden der naburige schaduwen.
"De Trajanuszuil."
Onder aan de helling maakte de straat een laatste kromming. Steeds weer noemde in de snelle vaart de koetsier nieuwe namen: den palazzo Colonna, welks tuin door slanke cypressen omgeven is; den palazzo Torlonia, voor de helft met den grond gelijk gemaakt ter wille van nieuwe verfraaiingen; den palazzo di Venezia kaal en angstaanjagend door zijn met kanteelen voorziene muren en zijn tragische strengheid van middeleeuwsche, in het hedendaagsche burgerlijke leven vergeten vesting. Tegenover dat onverwachte aspect der dingen nam Pierre's verbazing steeds toe. Maar vooral werd hij getroffen, toen de koetsier hem triomphantelijk met zijn zweep den Corso wees, een lange, nauwe straat, nauwelijks zoo breed als de Parijsche rue Saint-Honoré, links in den vollen zonneschijn, rechts in donkere schaduwen liggend, terwijl in de verte de piazza del Popolo als het ware een ster van licht vormde: was dat nu het hart der stad, de beroemde promenade, de levende hoofdader, waarheen al het bloed van Rome stroomde?
Reeds sloeg het rijtuigje den corso Victor-Emanuele in, de voortzetting van de Via Nazionale; dat zijn de twee openingen, die van het eene einde der oude stad naar het andere, van het station tot de Heilige-Engelenbrug gesneden zijn. Links lag de ronde apsis van de kerk Il Gesù blond in de vroolijke ochtendzon. Tusschen de kerk en den loggen palazzo Altieri, dien men niet tegen den grond had durven werpen, werd de straat nauwer, kwam men in een vochtige, koude donkerte. Doch daar voorbij, vóór den gevel van de kerk Il Gesù, op het plein, scheen de zon weer verblindend en fel, terwijl in de verte, op den achtergrond van de Via d'Aracoeli, die eveneens in schaduw gehuld was, bezonde palmboomen opschoten.
"Daar ginds ligt het Capitool," zeide de koetsier.
De priester boog zich uit het rijtuigje, maar hij zag niets dan een groene vlek aan het einde van de donkere steile helling. De plotselinge overgangen van warm licht in koude schaduw deden hem huiveren. Voor den palazzo di Venezia en voor de kerk Il Gesù had hij een gevoel gehad alsof de geheele nacht van lang vervlogen dagen op hem drukte; dan bij ieder plein, bij iedere verbreeding der nieuwe straten was het als een terugkeer in het licht, in de vroolijke, milde warmte van het leven. De stralen van de gele zon vielen langs de daken af en teekenden duidelijk de violette schaduwen af. Tusschen de gevels door zag men plekken diepblauwen, zeer helderen hemel. De lucht, die hij inademde, gaf hem een bijzonderen, onbestemden smaak, een vruchtensmaak, die in hem zijn reiskoorts verhoogde.
Ondanks zijn onregelmatigheid is de corso Victor-Emanuele een zeer mooie, moderne straat; en Pierre kon zich in de een of andere groote stad met groote huurkazernes wanen. Maar toen hij langs de Cancellaria, het meesterwerk van Bramante, het karakteristieke monument in Romeinsche Renaissance, reed, kwam zijn verwondering weer en keerde hij in zijn geest terug naar de reeds geziene paleizen, naar die kale, kolossale en plompe architectuur, die reusachtige steenkubussen, die denken deden aan hospitalen of gevangenissen. Nooit had hij zich de beroemde Romeinsche paleizen zoo zonder gratie of phantasie, zoo zonder uiterlijke pracht voorgesteld. Het was beslist heel mooi, hij zou het ten slotte wel begrijpen, maar hij moest er aan wennen, zich erin leven.
Plotseling verliet het rijtuigje den drukken corso Victor-Emanuele en sloeg kronkelende straatjes in, waarin het slechts met moeite vooruitkwam. Na de heldere zon in de drukte der nieuwe stad kwam de kalmte, de eenzaamheid der slapende en koude, oude stad. Hij riep de plattegronden, die hij bestudeerd had, in zijn geheugen terug en zeide tot zichzelf, dat hij nu in de nabijheid der Via Giulia zijn moest; en zijn steeds grooter geworden nieuwsgierigheid nam nu zelfs zoo toe, dat hij er pijn van begon te krijgen, wanhopig, dat hij er niet dadelijk meer van zag, meer van wist. Zijn verbazing de dingen niet zóó te vinden als hij ze verwacht had, en de schokken, die zijn phantasie kreeg, deden den koortsachtigen toestand, waarin hij zich sedert zijn vertrek bevond, nog erger worden, deden de vurige begeerte in hem ontstaan, om zijn nieuwsgierigheid onmiddellijk te bevredigen. Het was pas even over negenen, hij had den geheelen ochtend voor zich, om zich aan den palazzo Boccanera aan te melden: waarom zou hij zich niet dadelijk naar de klassieke plek, naar den heuveltop rijden laten, vanwaar men geheel Rome op zijn zeven heuvelen zag liggen? Toen die gedachte eenmaal bij hem opgekomen was, kwelde zij hem zóó, dat hij ten slotte eraan toegaf.
De koetsier keerde zich niet meer om en Pierre moest opstaan, om hem het nieuwe adres te geven.
"Naar San Pietro in Montorio."
De man was verbaasd, scheen hem niet te begrijpen. Met zijn zweep wees hij, dat het daarginds, heel in de verte was. Toen echter de priester bleef volhouden, begon hij weer vriendelijk te glimlachen en knikte amicaal met zijn hoofd. Goed, goed, hij had er niets tegen.
Het paard draafde te midden van den doolhof der nauwe straten in sneller tempo verder. Eerst volgden zij er een, dat als beklemd lag tusschen hooge muren en waarin de zon als onder in een put scheen. Aan het einde ervan werd het plotseling weder licht en staken zij over de oude brug van Sixtus IV den Tiber over. Rechts en links strekten zich in den ravage en tusschen het nieuwe cement der bouwwerken de nieuwe kaden uit. Aan de overzijde was de Trastevere geheel tegen den grond geworpen; het rijtuigje reed langs een breeden weg, die zooals op groote borden te lezen was, den naam Garibaldi droeg, de helling van den Janiculus op. Voor de laatste maal maakte de koetsier zijn gemoedelijk-trotsch gebaar, toen hij den naam van de triomfstraat noemde.
"Via Garibaldi."
Het paard moest zijn gang wat inhouden, en Pierre, aangegrepen door een kinderlijk ongeduld, keerde zich om, om te zien, naarmate achter hem de stad zich meer uitbreidde en ontrolde. Het stijgen duurde lang, steeds weer rezen tot aan de verre heuvels nieuwe stadswijken op. Dan vond hij in de toenemende opwinding, welke zijn hart deed kloppen, dat hij de bevrediging van zijn begeerte bedierf door haar in deze langzame en gedeeltelijke overwinning van den horizont te verbrokkelen. Hij wilde in eens alles zien, geheel Rome, de heilige stad, in één blik omvatten. En ondanks zijn hartstochtelijk verlangen had hij de kracht, niet meer om te kijken.
Boven bevindt zich een uitgestrekt terras. De kerk San Pietro in Montorio bevindt zich daar op de plaats, waar volgens de overlevering Petrus gekruisigd werd. De plaats is kaal en door te felle zomerzon roodachtig gebrand, terwijl iets verder daarachter het heldere, ruischende water der Acqua Paola in een eeuwige frischheid in dikke bellen uit de drie bekkens van de monumentale fontein stroomt. Tegen de borstwering, die langs het loodrecht op den Trastevere neerziende terras loopt, rijen zich steeds touristen, magere Engelschen, breedgeschouderde Duitschers, die, gapend van traditioneele bewondering, hun reisgids, dien zij raadplegen, om de monumenten te herkennen, in hun hand houden.
Pierre sprong vlug uit zijn rijtuig, liet zijn handkoffertje op het bankje liggen en gaf den koetsier een teeken om te wachten; deze bracht zijn rijtuigje in de rij en bleef in wijsgeerige kalmte op den bok zitten, in de volle zon, zijn hoofd voorovergebogen evenals zijn paard, beiden bij voorbaat berustend in het lange wachten, dat zij daar gewoonlijk doen moesten.
Reeds stond Pierre in zijn nieuwe zwarte soutane, zijn bloote handen zenuwachtig samengeknepen en brandend van koorts, tegen de borstwering en keek, keek met zijn geheele ziel. Rome! Rome! De Stad der Caesars, de Stad der Pausen, de Eeuwige Stad, die tweemaal de wereld veroverd heeft, de uitverkoren Stad van den vurigen droom, dien hij sedert maanden droomde! Daar was zij eindelijk, zag hij haar! De onweersbuien der vorige dagen hadden de groote Augustushitte verjaagd. De wondermooie Septemberochtend lag frisch onder den doorzichtig-blauwen, vlekkeloozen, eindeloozen hemel. Het was een in zachtheid badend Rome, een droom-Rome, dat zich in de heldere ochtendzon scheen te vervluchtigen. Een fijn, blauwachtig waas, maar nauwlijks zichtbaar en teer als gaas, zweefde over de dalen der lager gelegen wijken, terwijl de uitgestrekte Campagna en de verre bergen zich in een licht-rose verloren.
The book keeps going
Reading is free forever. Sign up and watch scenes appear while you read.



Scenes Storieta drew for other classics.
New illustrated classics
Once or twice a month: the latest books to get full character casts, scene art, and free comic editions. No account needed.