
Public-domain ebook
De avonturen van Jan Kodde
Language: nl256 downloads on Project Gutenberg
Subjects
In: Children & Young Adult Reading·Adventure·Novels
Public-domain ebook sourced from Project Gutenberg #61544.

Public-domain ebook
Language: nl256 downloads on Project Gutenberg
Subjects
In: Children & Young Adult Reading·Adventure·Novels
Public-domain ebook sourced from Project Gutenberg #61544.
The opening · free to read
ALKMAAR--GEBR. KLUITMAN.
EERSTE HOOFDSTUK.
JAN SPEELT NATTE SIES EEN POETS.
Terzijde van den weg, die van het dorpje Elswijk naar de duinen slingert, stond een hoogst eenvoudige arbeiderswoning. Half overschaduwd door de dikke takken van een paar hooge, oude olmenboomen lag ze daar vredig en kalm, even vredig en kalm als de kippen, die in den zandweg voor de deur lagen te koekeloeren en te draaien in de tintelende stralen van het warme Julizonnetje.
In het achterhuis, dat uitzicht gaf op een kleinen moestuin, stond vrouw Kodde blazend en zweetend over een dampende waschtobbe. Het zweet gutste de arme ziel langs het scharlaken-gloeiende gelaat en van tijd tot tijd poosde ze even om met een tip van haar blauwen boezelaar de druppels af te vegen om dan weer met... neen met moed niet, maar om in vertwijfeling haar bloote armen te dompelen in het schuimende sop, waardoor de paarlemoeren bellen spattend uiteen barstten.
Was het wel wonder, dat de vrouw, haast even gloeiend als het zeepsop in de tobbe, zich den moed in haar muilen voelde zinken? Met zóó'n warmte en dan zóó'n heet werk!
Even hield ze op en keek op het ouderwetsche klokje in de huiskamer, met zijn koperen wijzerplaat, waarlangs twee wit-porceleinen pilaartjes prijkten.
"Half elf al," mompelde ze, "dan wordt het hoog tijd, dat ik het eten klaar ga maken. 't Zou Kees danig tegenvallen als hij om twaalf uur Jan nog niet met zijn maaltje zag aankomen."
De tobbe werd voor enkele oogenblikken in den steek gelaten en weldra spartelden de kokende aardappels in den zwart-ijzeren pot op de platte buis van de kachel, terwijl een pannetje met snijboonen daarnaast stond te pruttelen.
Telkens weer verliet nu vrouw Kodde haar waschtobbe om naar de vorderingen van den middagpot te kijken. Eindelijk veegde ze haar druipende en dampende armen, wit rimpelig van het warme sop, voor goed af en trad door de achterdeur naar buiten.
"Jan! Jan!" schelde haar stem door de zomer-warme, trillende lucht.
"Jan!"
"Ja moeder!" klonk een vroolijke jongensstem uit de hoogte.
Verbaasd wierp moeder Kodde een blik naar boven, doch ze zag niets dan blaren. "Waar zit je dan?" riep ze vragend met het hoofd in den nek.
"Hier moeder! 'k Ben zóó beneden! 'k Ben even in den boom geklauterd, maar in een wip ben ik klaar. Zie je moeder, 't is beneden zoo warm!"
"En daar boven dan, deugniet van een jongen?"
"Ja, hier is 't ook wel warm, maar lang zoo erg niet. Meester zei van de week nog: hoe hooger je komt, hoe kouder het wordt. Daarom is 't boven op een berg ook..."
"Ja wel, zeur nou maar niet; je bent niet boven op een berg. Kom er nou subiet uit, zeg ik je, of ik haal je d'r uit!"
Een ondeugende lach schaterde uit het gebladerte.
Neen maar, dàt zou Jantje nu toch heusch wel eens willen zien, dat moeder hem uit den boom haalde! In zijn vlugge verbeelding zag hij haar de bloote armen al om den stam slaan en de beenen... och heden, die beenen! Wat zou dàt een onbetaalbare grap zijn!
Jantje proestte het uit, terwijl het idee van zijn klimmende, spartelende moeder hem door zijn brein flitste en schelms riep hij:
"Ja, toe moeder! Haal me d'r eens uit; klim ook eens in den boom! 't Is hier zoo echt reuzen lollig, veel moppiger dan aan de waschtobbe!"
"Kom er nou uit, aap van een jongen. Je vader wacht anders op zijn eten en dan zal het er niet net zitten."
Dat hielp. Jantjes beenen werden zichtbaar en na die beenen verscheen, wat er van boven aan vastzat. Als een eekhoorn zoo vlug kwam hij naar omlaag en in een wip stond hij naast moeder in zijn blauw boezeroen en zijn bombazijnen broek. Zijn guitige oogen straalden van onder zijn donkeren krullebol waarvan een groote lok hem over 't voorhoofd viel en lachend zei hij: "Doe me dàt eens na moeder. Je zou 't zoo gauw niet kunnen; je rokken zitten in den weg."
"Zeur nou maar niet langer," driftte moeder, "en maak maar gauw, dat je weg komt. 't Is al half twaalf en eer je er bent is 't zeker wel twaalf uur. Een half uur heb je er vast voor noodig."
"Een half uur, moeder? Waarom gewed, dat ik over een kwartier bij vader ben?"
"Och jongen, zanik niet, 'k heb niets om te verwedden."
"Om een suikerbrok dan?"
"Ja, vooruit maar, schelm en pak nou maar gauw aan. Hier, voorzichtig. Draag den doek zóó aan de saamgeknoopte punten. Wat wou je met dien stok?"
"Dien steek ik er door moeder en dan draag ik hem over mijn schouder en..."
"Neen, neen, dan slingert de pan te veel heen en weer en wordt het eten nog kouder dan anders. Niets te stokken! Je draagt het zaakje behoorlijk in je hand. Gauw nu en zeg, dat ik vader smakelijk eten wensch."
Jan zette het op een loopen, zóó hard, dat moeder ongerust werd in haar nieuwe bruin-steenenpan en hem nog nariep: "Niet zóó hard. Straks struikel je nog en... en dadelijk terugkomen, dan gaan we zelf óók eten!"
"Zoo'n deugniet," mompelde ze, terwijl ze Jan, die, in een razende stofwolk gehuld, den weg afrende, naoogde.
"Zoo'n rakker. En toch een goed jong. Maar een deugniet is hij. 't Is me een zorg."
En vrouw Kodde had groot gelijk. Jantje wàs een deugniet, een guit, altijd vol grappen.
Dat geen boom hem te hoog was, toonden helaas maar al te vaak de pijpen van zijn broek of een winkelhaak in zijn boezeroen. En zijn klompen!
"Voor jou zijn geen klompen aan te halen," mopperde vader Kees om de drie of vier weken.
"Ja, vader," had Kees eens geantwoord, "maar mijn beenen zijn ook nog zoo kort, ik moet dus meer stappen doen dan jij. Wacht maar, tot ik ook eens zulke lange stelten heb."
Nog altijd hield Janbaas zijn stofopjagenden draf er in, tot hij even buiten het dorp op den olmendijk kwam. Dit was een begrinte binnendijk, aan weerskanten bezet met oude iepen.
Hier werd het Jan te machtig; hier was het te lekker koel om als een puffende locomotief voort te hollen. Het zweet parelde op zijn blozende wangen en verfde zwartachtige baantjes op zijn glimmend gezicht.
The book keeps going
Reading is free forever. Sign up and watch scenes appear while you read.



Scenes Storieta drew for other classics.
New illustrated classics
Once or twice a month: the latest books to get full character casts, scene art, and free comic editions. No account needed.