Storieta
Sign up

The opening · free to read

De Bedrieger Bedrogen

Voor hotel Cecil te Londen hield een rijtuig stil en terstond was de portier bij de hand om een tweetal elegante heeren bij het uitstappen de behulpzame hand te bieden.

Een van beiden, die een zwart puntbaardje droeg, vroeg in het Engelsch, dat terstond den Franschman verried, hoe laat het was.

De portier haalde zijn horloge te voorschijn.

„’t Is kwart voor zes,” antwoordde hij.

De vreemdeling had ook zijn horloge voor den dag gehaald:

„Ik begrijp u niet! Spreek alstublieft Fransch!”

„Zooals ge verkiest,” sprak de portier en hij herhaalde in deze taal de tijdsopgaaf.

De vreemde knikte, gaf den portier een franc en verdween met zijn begeleider in de vestibule, waar hij, alweer in slecht Engelsch, naar den prijs der kamer vroeg.

Ook thans kon Raffles zich slechts moeilijk verstaanbaar maken, totdat eindelijk een der hotelbeambten, die de Fransche taal uitstekend machtig was, zich met den lord kon onderhouden.

Hij nam drie kamers op de eerste verdieping voor zich en zijn geleider en in het vreemdelingenboek schreef hij:

Gaston Durand, bankier uit Parijs en zijn secretaris Henry Ricold.

De heeren gingen naar hun kamer en toen zij alleen waren, snelde die met den zwarten baard naar de deur en deed deze op de grendels.

Daarna luisterde hij aan de muren, opende de kasten en keek uit het venster, als om zich ervan te overtuigen, dat alles veilig was.

Hij zag, dat zijn kamers uitkeken op den Theems.

„Kom eens hier, Charly, kijk eens, wat een prachtig uitzicht. Het lijkt wel of de hotelier dat voor Raffles heeft uitgezocht!”

„Pst!” meende de ander, „spreek den naam Raffles niet uit, ik vermoed dat de politie jacht op ons maakt.”

De zwartbaardige stak een sigaret op en keek zijn vriend aan.

„Maak je maar niet bang, wij zijn zoo veilig als ’t maar kan. Iedereen houdt ons voor echte Fransozen. En dan, Charly, je moet je er toch heusch aan wennen om over Raffles te spreken als over een onbekend, maar hoogst interessant persoon. Jij ziet de menschen voor veel te snugger aan en denkt dat iedereen in mij terstond Raffles herkent. Daarin vergist je je geweldig! Ik zal je zoo gauw mogelijk overtuigen van je dwaling, als wij eens in dezelfde tram zitten met onzen vriend Baxter, den inspecteur van recherche van Scotland-Yard”.

„Om ’s hemelswil, doe het niet, kerel!”

„Ik doe het zeker! Jij moet je zenuwen wat meer stalen, Charly, ze zijn zulke uitstekende wapens in ons bedrijf!”

Lord Lister zweeg.

Hij nam een nieuwe sigaret, stak deze op en lachte toen eensklaps heel luid.

„Ik zou het gezicht van den inspecteur wel eens hebben willen zien,” barstte hij los, „toen hij het telegram openmaakte dat ik hem van Victoria-Station stuurde.”

Charly Brand keek angstig naar de deur en luisterde.

„Wat doe je?” vroeg lord Lister.

„Ik ben zenuwachtig! Erg zenuwachtig. Jij praat zoo ongedwongen, alsof je in je villa in Regent-Park zat. De muren konden hier wel eens ooren hebben!”

„Best mogelijk! Maar ik geloof toch, dat je volkomen gerust kunt zijn. Ik zei je toch al, dat het geheele hotelpersoneel ons voor Franschen houdt. Vóórdat wij uitgaan, wil ik eerst nog eens onze valsche baarden inspecteeren om te zien, of alles inderdaad goed in orde is.”

Lord Lister voegde de daad bij het woord.

Hij keek bij zijn vriend met de grootste nauwgezetheid na, of Charly’s valsche baard geen achterdocht kon wekken en onderzocht dat toen bij zich zelf.

Daarna sprak hij:

„Kom, wij zullen er eens op uit gaan. Ik voel er veel voor om onze portemonnaie wat te stijven en daarvoor den bekenden juwelier Collgate in Holborn-Street eens uit te noodigen tot een onderzoek. De kerel heeft mij eenige jaren geleden voor verscheidene honderden ponden sterling bedrogen door mij valsche diamanten te verkoopen.”

Charly Brand trok een verwonderd gezicht. Hij wist dat lord Lister in den laatsten tijd heel wat geldsommen had geschonken aan liefdadige instellingen en dat hij zelf nauwelijks eenige ponden rijk was.

„Als ik je goed begrijp,” zei de secretaris, „dan ben je van plan juweelen te koopen. Maar waarvan zou je die willen betalen?”

Lord Lister lachte eens vroolijk.

Toen knipte hij met een vingerbeweging de asch van zijn sigaret en zei:

„Beste jongen, ik heb je nooit tot mijn raadgever benoemd, maar ik heb je alleen bij mij genomen, omdat een eenzelvig leven zoo leeg en vervelend is.

„Je kunt het dus gerust aan mij overlaten op welke manier ik de zaakjes met dezen juwelier zal opknappen. En daar ik er de man niet naar ben, de zaak op de lange baan te schuiven, zal ’k hem vandaag nog bezoeken.”

Raffles zag, hoe Charly het hoofd schudde.

„Laat ons gaan,” sprak hij op koelen toon en met Charly verliet hij de hotelkamer.

Beneden vroeg hij in het Fransch, of er ook brieven voor hem gekomen waren. Hij noemde den door hem aangenomen Franschen naam en de nummers van zijn kamers.

De beambte keek de aangekomen brieven na en overhandigde lord Lister toen eenige op het adres waarvan diens aangenomen naam „Durand” stond.

The book keeps going

Keep reading, and see it illustrated

Reading is free forever. Sign up and watch scenes appear while you read.

Illustrated scene from FrankensteinIllustrated scene from The Great GatsbyIllustrated scene from Pride and Prejudice

Scenes Storieta drew for other classics.

New illustrated classics

A new classic, drawn, in your inbox.

Once or twice a month: the latest books to get full character casts, scene art, and free comic editions. No account needed.