Storieta
Sign up

The opening · free to read

De Verdwenen Juweelen

In de stille, donkere Diergaardestraat wierp het licht, dat uit de villa van den bankier Von Hartstein straalde, zijn helder schijnsel.

Het eene rijtuig na het andere reed voor, bedienden in livrei snelden aan, openden het portier en geleidden de in lichte avondmantels gehulde dames en de heeren in rok of uniform, naar binnen.

Alles, wat in de hoofd- en residentiestad zich schoon en elegant mocht noemen, zoomede al wie beroemd en bekend was, kwam samen in het huis van dezen man, den fameus rijken directeur en eigenaar van de voornaamste effectenbank.

In de overdadig met bloemen en palmen versierde zaal ruischte de verleidelijke dansmuziek. Verborgen achter de prachtigste tropische planten, speelde een beroemde Zigeunerkapel, die men met groote onkosten uit Weenen had laten overkomen.

De zoete melodieën weerklonken ook in de aangrenzende vertrekken, die de verrukkelijkste plekjes aanboden om gezellig te fluisteren of te flirten na de vermoeienissen van den dans.

De balletmeester, die in de groote zaal onder de reusachtige, met guirlandes van rozen versierde kristallen gaskroon stond, had juist het teeken tot den aanvang eener quadrille gegeven en men zag de slanke, elegante vrouwen en meisjes zich bewegen tusschen de zwarte rokken en schitterende uniformen der heeren.

Men hoorde het vroolijke lachen en de schertswoorden af en toe boven de tonen der muziek uit, toen plotseling, ongeveer in het midden der zaal, op opvallende wijze verwarring onder de dansers ontstond.

De heer, die zich bij deze vier paren onderscheidde door zijn bijzonder schoone, mannelijke gestalte, gaf den balletmeester een teeken, waarop deze door een beweging zijner hand het orkest het zwijgen oplegde.

Algemeene nieuwsgierigheid ontstond, om de oorzaak van deze stoornis uit te vorschen, maar reeds na eenige seconden speelde de muziek weer, de dans werd voortgezet en slechts enkele personen kwamen te weten, dat de jonge en bekoorlijke gastvrouw, Adelheid von Hartstein, haar collier had verloren, dat was samengesteld uit de kostbaarste diamanten en robijnen en een fabelachtige waarde vertegenwoordigde.

Zoodra de quadrille was geëindigd, verscheen een groot aantal bedienden in hun grijze, met zilver afgezette livrei. Met scherpe blikken doorzochten zij eenige malen de geheele zaal, zonder echter op den gladden parketvloer eenig spoor van het verloren collier te vinden.

Adelheid von Hartstein was, met haar slanke en toch goed gevulde gestalte, haar diepblauwe kinderoogen en het zachte, door krullend blond haar omlijste gezichtje, een prachtige vrouw en het moest ieder opvallen, hoe goed, juist door de groote tegenstelling, de heer bij haar paste, aan wiens arm zij zich op dit oogenblik voortbewoog om in een der zijvertrekken te komen, waar haar man, de bankier, zich met het spel vermaakte.

Lord Brigham had niet het gewone uiterlijk van den Engelschman.

Zijn golvend haar was gitzwart en boven den typischen neus schitterden een paar zwarte oogen.

De fijnbesneden lippen waren zichtbaar onder de kleine, kortgeknipte snor.

Maar de kin teekende wilskracht en het lenige gespierde lichaam duidde op buitengewone kracht en behendigheid.

Lord Brigham sproot voort uit een der oudste adellijke families van Engeland en had dus relaties in de beste kringen.

Heden was hij echter voor den eersten keer de gast van den bankier Von Hartstein.

„Ik hoop, dat dit voorval u niet heeft ontstemd, mevrouw,” sprak hij met zijn welluidende stem, „het is veilig aan te nemen, dat het collier teruggevonden zal worden.”

De jonge vrouw scheen deze meening niet volkomen te deelen.

Terwijl zij haar cavalier, die een hoofd grooter was dan zijzelf, met haar wonderlijke blauwe oogen aankeek, antwoordde zij:

„Ik weet niet, Mylord, ik heb een onbestemd gevoel, alsof er iets.... ja, ik weet niet, hoe ik mij zal uitdrukken...”

„Gij gelooft toch niet, mevrouw de barones, dat.... nu ja, dat het collier in minder gewenschte handen is gekomen?!”

Zij haalde de schouders op, zonder haar cavalier aan te zien en terwijl haar stem schuchter, bijna kinderlijk bedeesd klonk, sprak zij op zachten toon:

„Wij zijn hier immers te midden van vrienden.... Ik bedoel, onder onze gasten. Het zou dus slecht van mij zijn, als ik ook slechts in de verste verte iemand durfde verdenken.”

Zij aarzelde een oogenblik en vervolgde toen:

„Het is zoo merkwaardig! Ik had nog in hetzelfde oogenblik het gevoel, het collier om mijn hals te voelen. Men went daar zoo aan en als men die kostbaarheden den geheelen avond draagt, dan mist men iets, als ze opeens verdwenen zijn. En zoo bemerkte ik, dat het opeens zoo licht om mijn hals werd....”

Zij keek naar haar laag uitgesneden zalmkleurige zijden japon en de bewonderende blikken van den heer volgden de hare in de kanten garneering, die den schoonsten boezem en den bekoorlijksten vrouwenhals omgaf.

Bankier Von Hartstein moest reeds op de hoogte van het voorgevallene zijn, want hij kwam zijn vrouw reeds tegemoet en geleidde haar en Lord Brigham in een verder gelegen, tot dusverre niet verlicht kabinet, waar hij het electrische licht opdraaide.

Hij liet zich nauwkeurig vertellen wat er gebeurd was en was, evenals zijn vrouw, ongerust over het feit, dat het diamanten halssieraad, dat toch midden in de zaal verloren was geraakt, niet teruggevonden was.

Maar toch troostte hij zijn echtgenoote en wees erop, hoe gemakkelijk een der dames met haar sleep het kostbare kleinood weggeschoven kon hebben.

„Ik verzoek u, Mylord,” sprak hij op dringenden toon tot den Engelschman, „laat uw vroolijkheid niet verstoren door dit voorval en spreek er, als gij mij een genoegen wilt doen, tegen niemand over. Ik zou niet willen, dat het pijnlijke geval aanleiding zou geven tot verkeerde gevolgtrekkingen.

„Verdwijnen kan er niets in mijn huis. Daarvoor staan mijn beproefde bedienden en de vriendschap mijner gasten mij borg.”

Lord Brigham boog.

Een kleine pauze ontstond tusschen deze drie personen, die zich ieder met hun eigen gedachten bezig hielden, maar daarop sprak de blonde vrouw:

„Het is toch merkwaardig, Maximiliaan, en je weet, dat wij in den laatsten tijd dikwijls van personeel hebben moeten verwisselen.”

De bankier schudde het hoofd.

„Neem mij niet kwalijk, lieve kind, maar dat zie je niet goed in. Een burgerman zou niets kunnen beginnen met een voorwerp van zóó groote waarde. Niemand koopt die steenen van hem en daarenboven, doe mij het genoegen, de geheele zaak voorloopig te vergeten.

„Geloof mij, ik heb al moeilijker vraagstukken opgelost. En als het collier werkelijk verloren mocht zijn”, sprak hij glimlachend, „dan zullen wij ook daar overheen komen.

„En nu wil ik je niet langer in het onderhoud met je cavalier storen, die je zeer zeker wel weer in een goede luim zal weten te brengen.”

Bij die woorden wendde de bankier, in wiens gelaat achter schitterende brilleglazen een paar doordringende oogen fonkelden, zich met een beleefd lachje tot den Engelschman, welke mevrouw Von Hartstein zijn arm bood en haar weer in de danszaal teruggeleidde.

The book keeps going

Keep reading, and see it illustrated

Reading is free forever. Sign up and watch scenes appear while you read.

Illustrated scene from FrankensteinIllustrated scene from The Great GatsbyIllustrated scene from Pride and Prejudice

Scenes Storieta drew for other classics.

New illustrated classics

A new classic, drawn, in your inbox.

Once or twice a month: the latest books to get full character casts, scene art, and free comic editions. No account needed.