
Public-domain ebook
Lord Lister No. 0384: Het Diamanten Halssnoer
by Matull, Kurt; Blankensee, Theo von; Hageman, Felix
Dutch413 downloads on Project GutenbergDownload EPUB
Public-domain ebook sourced from Project Gutenberg #67955.

Public-domain ebook
by Matull, Kurt; Blankensee, Theo von; Hageman, Felix
Dutch413 downloads on Project GutenbergDownload EPUB
Public-domain ebook sourced from Project Gutenberg #67955.
The opening · free to read
Niet ver van de Kensington Gardens, en ten noorden van dit prachtige park, hetwelk deel uitmaakt van het wereldbefaamde Hyde Park, bevindt zich de Cleveland Square, waar slechts de rijkste en deftigste Londenaars wonen, die er allen hun eigen huizen hebben, voor zeer aanzienlijke kapitalen gekocht, daar de grond hier bijna even duur is als in het hartje van Londen.
In het midden van het plein van dien naam strekt zich een vrij groot plantsoen uit, waar het altijd zeer stil en rustig is.
Des middags ziet men er de kinderen van de rijke lieden, die aan het plein wonen, spelen onder de hoede van deftige nurses, Fransche gouvernantes en zelfs van Duitsche fräuleins.
Ter rechterzijde van het plein verheft zich ongeveer in het midden een alleenstaand huis, hetwelk gebouwd werd tijdens het renaissance tijdperk, en sedert dien tijd het eigendom is van het geslacht der graven Dougall.
Het is een trotsch, zeer groot huis, van grijze steen opgetrokken en aan drie zijden omgeven door een zelfs voor deze buurt zeer grooten tuin, terwijl een breed grasveld, doorsneden door een oprijlaan, welke op het marmeren terras uitloopt, het heerenhuis scheidt van den openbaren weg.
Op het oogenblik, waarop ons verhaal een aanvang neemt, werd het huis bewoond door gravin Eleonora Mac Dougall, een trotsche telg voor haar geslacht en die zich, ondanks haar vijftig jaren, gaarne een air van jeugdigheid gaf, hetgeen haar moeilijk viel, daar zij zeer lang, zeer mager en ten overvloede, verre van mooi was.
Haar echtgenoot was reeds in de eerste dagen van den wereldoorlog gevallen, een van haar beide zoons zocht het adellijke schoon in Schotland, en de tweede, een jonge man van zes en twintig jaar deed weinig anders dan door de geheele wereld reizen en zijn moeder zag hem slechts zelden, hetgeen zij slechts ten halve betreurde, want de flink opgeschoten Dougall, met zijn zware knevel was er niet bepaald toe geschikt, haar jonger te maken en booze tongen beweerden dat de gravin volstrekt geen tegenzin had in een tweede huwelijk, ingeval er slechts aannemelijke aspiranten kwamen opdagen, van adel als zij, rijk als zij en op wiens verleden natuurlijk niets mocht zijn aan te merken.
De vijandinnen van gravin Eleonora, en zij waren talrijk, verklaarden onomwonden dat de bewoonster van het prachtige huis aan het Cleveland Square een zottin was, en haar benijdsters, die waren er nog talrijker, mompelden, dat er allicht een man te vinden zou zijn, zotter dan zij, die lust en moed zou gevoelen, de spichtige, trotsche en verre van aantrekkelijke dame ten huwelijk te vragen.
Gravin Eleonora liet de booze tongen praten, lachte minachtend met haar dunne, bloedelooze lippen en gaf ondertusschen partij op partij in haar prachtig huis.
Menigeen vroeg zich af, waartoe eigenlijk dit heerenhuis met zijn vijf en twintig kamers en zijn zes zalen, door de gravin als woonstee was uitverkoren, want zij verbleef daar slechts in gezelschap van haar jeugdige nicht, Miss Grace Keating, de spruit van een verarmde zijlinie van het grafelijk geslacht, die zij tot dame van gezelschap had verheven, een oude huishoudster, Miss Arabella More geheeten, en voorts de noodige bedienden, die onder bevel stonden van een deftigen ouden buttler, die reeds tientallen jaren in dienst van Mac Dougall was.
De gravin had in Londen nog twee andere huizen, heel wat kleiner dan dit en die zeker vrij wat geriefelijker waren, maar zij had er nu eenmaal haar zinnen op gezet, in dit paleisachtige huis te wonen, dat zich in ieder geval beter leende om partijen te geven.
Het seizoen was niet lang begonnen en het was in het laatst van November toen er weder een soiree plaats vond, door gravin Eleonora gegeven, waarop tal van edellieden, bekende kunstenaars, parlementsleden, steunpilaren van de beurs en eenige zeer rijke industrieelen waren uitgenoodigd.
De soiree werd gegeven in een der vleugels van het groote heerenhuis, waarvan de eerste verdieping daghelder verlicht was.
Daar bevond zich een van de groote zalen, die gemakkelijk zes honderd personen kon bergen en die voor dergelijke doeleinden bij uitstek geschikt was.
Drie zware electrische kronen hingen van het rijk versierde plafond af, dat door niemand minder dan den beroemden Franschen kunstenaar Fragonard beschilderd was en zij deden de groote zaal in een zee van licht baden.
Een drietal kleinere nevenvertrekken waren tevens bestemd om de gasten van gravin Mac Dougall te ontvangen en in een er van was een koud buffet aangericht waar men zich door een van de vier bedienden, die hier hadden post gevat, fijne spijzen kon laten toereiken, welke men staande moest nuttigen.
Een paar honderd personen hadden gevolg gegeven aan de uitnoodiging van de gravin en daaronder waren zeer vele jongelieden, want er zou gedanst worden.
Gravin Eleonora had wel begrepen, dat zij deze concessie moest doen, want zij bezat nog juist genoeg zelfkennis om in te zien, dat haar conversatie en haar goede keuken alleen niet voldoende zouden zijn, om gasten tot zich te lokken.
Een strijkje van vier man, op een verhevenheid achter een fraai bewerkt kamerschut opgesteld, speelde bijna voortdurend sleepende walsen en zelfs nu en dan een Two step, hetwelk oogluikend door de gravin werd toegelaten, die niet voor al het goud van de wereld zou wenschen, dat men haar voor benepen of achterlijk hield.
De gravin zelve had haar gasten bij de breede dubbele deur, die van de groote zaal direct uitkwam op het portaal, waarop de geweldige marmeren statietrap toegang gaf, begroet.
Zij was gekleed in een baljapon van zeegroene zijde, tamelijk laag gedekoletteerd en zoo kort, dat men de fijne enkels goed kon bewonderen, de eenige uiterlijke schoonheid, waarop de gravin in dit stadium van haar leven nog kon bogen en welke zij dan ook druk exploiteerde.
Het nog altijd blonde haar, waaruit het grijze zorgvuldig was verwijderd, was zeer hoog opgemaakt en dit deed haar smal gelaat nog langer en beenderiger schijnen.
Maar voor alles werd de aandacht van den bezoeker getrokken door het collier van prachtige diamanten, hetwelk gravin Eleonora om den hals droeg.
Het was een drievoudig snoer, de diamanten waren van het zuiverste water en de grootste, bijzonder vaak geslepen, waren niet veel kleiner dan een duivenei.
De gravin droeg dit halssnoer slechts bij feestelijke gelegenheden en vrij wat gasten kenden het reeds, en wisten er de waarde van. Graaf Mac Dougall had er in het begin van zijn huwelijk de kapitale som van vijf en veertig duizend pond sterling voor moeten betalen.
En sedert dien was het kostbare kleinood zeker nog in waarde toegenomen.
Niet ver van de gravin verwijderd stond een bevallig jongmeisje, in een smaakvol baltoilet.
Dat was Miss Grace Keating.
Zij kon hoogstens twintig jaar zijn en ondanks de minder aangename positie welke zij in het huis bekleedde, straalden de mooie donkere oogen van levenslust in het ronde, blozende gezichtje, dat omgeven werd door een overvloed van zwart haar en glanzende krullen.
Ook zij nam deel aan de begroeting en nu en dan wenkte gravin Eleonora haar en gaf op zachten toon een of ander bevel, hetwelk het jonge meisje zich haastte op te volgen.
Maar ten slotte trok de gravin zich toch uit haar vooruitgeschoven stelling bij de deur terug en mengde zich onder haar gasten.
En het duurde niet lang, of dezen zagen haar in druk en opgewekt gesprek met Lord Binning, een man van omstreeks vijftigjarigen leeftijd, die nog zeer groote zorg aan zijn uiterlijk besteedde en niet geschroomd had zijn haar en korte snor gitzwart te verven.
Men zeide van hem, dat hij de beste kleermaker van Weenen zijn clandisie gunde en dat deze kunstenaar hem wist te kleeden op een wijze, zooals geen Londensche tailleur hem kon verbeteren.
En aanstonds nam het gefluister een aanvang.
En het fluisteren werd tot mompelen, toen de gravin achtereenvolgens twee dansen met Lord Binning danste.
Het was zoo duidelijk als de dag, de gravin had den Lord reeds zoo goed als in haar netten en het zou niet lang duren of men zou een sierlijke kaart ontvangen, waarin Lord Binning kennis gaf van zijn voorgenomen huwelijk met gravin Eleonora Mac Dougall.
Ook deed zijne Lordschap een paar dansen met Miss Grace, maar dat beteekende natuurlijk niets.
Iedereen hier in het vertrek wist, dat Lord Binning weliswaar een adellijken titel had, maar weinig contanten, en dat hij leefde van de opbrengst van een paar landgoederen, die intusschen zwaar verhypothekeerd waren en waarvan hij bijna geen roede zijn eigendom kon noemen. En Miss Grace was arm, zij had volstrekt niets te wachten, voor zoover men wist, en zij was al evenmin van adel, want verarmde zijtakken kon men toch met den besten wil niet tot den hoogen adel rekenen.
Lord Binning zou dus een domheid doen als hij het meisje ten huwelijk vroeg, en tot een domheid achtten degenen die hem goed kenden, Mylord niet in staat.
Intusschen scheen de gravin het samenzijn van Lord Binning en haar nichtje met tamelijk scheele oogen aan te zien, en zij scheen deswege op tamelijk vinnigen toon een paar woorden tot het meisje te richten, dat beurtelings vuurrood en bleek werd en zich in een hoekje terug trok, waaruit zij echter spoedig weer werd te voorschijn gehaald door een knappen luitenant van de garde, die zich om alles minder bekommerde dan om het zure kijken van zijn gastvrouw, of door het verbod, door haar uitgevaardigd.
The book keeps going
Reading is free forever. Sign up and watch scenes appear while you read.



Scenes Storieta drew for other classics.
New illustrated classics
Once or twice a month: the latest books to get full character casts, scene art, and free comic editions. No account needed.