
Public-domain ebook
Lord Lister No. 0012: Verzonken schatten
by Matull, Kurt; Blankensee, Theo von
Language: nl395 downloads on Project Gutenberg
Subjects
Public-domain ebook sourced from Project Gutenberg #68139.

Public-domain ebook
by Matull, Kurt; Blankensee, Theo von
Language: nl395 downloads on Project Gutenberg
Subjects
Public-domain ebook sourced from Project Gutenberg #68139.
The opening · free to read
LORD LISTER GENAAMD RAFFLES DE GROOTE ONBEKENDE.
NO. 12 VERZONKEN SCHATTEN.
VERZONKEN SCHATTEN.
EERSTE HOOFDSTUK.
DE VERZEGELDE FLESCH.
Met vreeselijk geweld woedde de noordooster storm in het kanaal. Huizenhoog zweepte hij de golven en stuwde het wilde water naar den Oceaan. Tegen zulk een orkaan vechten konden slechts groote, overzeesche booten, de kleinere waren allang in veilige havens gevlucht.
Iedere kapitein haalt verruimd adem, als hij het nauwe kanaal gelukkig achter den rug heeft, want als het stormt of als er eenige mist hangt, dan zal hij het niet wagen, een oog dicht te doen, uit vrees voor de noodlottige gevolgen.
De stoomboot „Tasmania”, op reis van Australië naar Plymouth, was ter hoogte van de Golf van Biskaye door storm overvallen.
Deze Golf is berucht wegens haar groote gevaarlijkheid. De stoomboot echter trotseerde alle moeilijkheden
en kwam, ondanks den zwaren noordooster storm, toch nog moeizaam voorwaarts.
Bij den ingang van het kanaal, toen de orkaan de boot tegenwoei, veranderde echter het tooneel. De positie werd gevaarlijk. De Scilly-eilanden waren al gepasseerd, het doel der reis, Plymouth, niet meer verre, maar het schip kwam niet van zijn plaats.
Zwaar werkten de schroeven. Als zij bij het stampen van het schip uit het water geraakten, dan draaiden zij zich met fluitend geluid in razende snelheid en deden het gansche schip beven. De stoomboot kraakte in alle voegen, boog zich her- en derwaarts als een wild dier, hief dan eens den boegspriet hoog ten wolkenbedekten hemel, schoot dan weer in de diepte, zoodat zij Van tijd tot tijd geheel overspoeld was door het zeewater.
Steeds echter kwam het uitstekend gebouwde schip weer onbeschadigd van onder de stortzeeën te voorschijn en vocht het verder tegen den woedenden storm.
De „Tasmania” borg in haar schoot een kostbare lading. Op geregelde tijden zond de Australische Regeering de op de goudvelden van Australië gevonden schatten naar de Bank van Engeland. De gouden staven werden dan in de Munt tot geld gemaakt en door de Bank in omloop gebracht. Zulk een zending bevatte ook thans de boot.
Goed bewaard in ijzeren kisten en geborgen in een aparte ruimte lag een schat van verscheiden millioenen opgestapeld. Deze schat was niet op de gewone, officieele wijze, met buitengewone voorzorgsmaatregelen toevertrouwd aan de „Tasmania”, maar als een geheime zending was zij ditmaal, schijnbaar als passagiersgoed, in Melbourne ingeladen.
De Bank van Engeland had door buitengewoon groote navraag, tengevolge van de Amerikaansche crisis, bijna al haar aanwezige gelden afgedragen en naar aanleiding hiervan had ze zoo spoedig mogelijk de zending uit Australië verlangd.
De „Tasmania”, een uitstekend schip, werd uitgekozen en onder het toezicht van een drietal ambtenaren werd de schat naar Engeland afgezonden.
Deze drie heeren zaten in een groote hut, die ter beschikking was gesteld van den eersten boekhouder der Bank, mr. Wright. In deze hut had men vrij weinig last van het rollen en stampen van het schip, omdat zij in het midden van het schip zich bevond.
De heeren waren in zeer ernstige stemming:
„Mijne heeren”, sprak mr. Wright, „de kapitein heeft mij meegedeeld, dat onze toestand uiterst gevaarlijk is en dat, als de wind niet draait, wij gevaar loopen, tegen de klippen van de Scilly-eilanden te worden verpletterd.
„Het is onze plicht om, in het geval dat wij inderdaad schipbreuk mochten lijden, de Bank van Engeland te bewijzen, dat wij tot het laatste oogenblik op onzen post zijn gebleven.
„Wij zullen daarom een flesch in orde maken en daarin onze papieren doen, die wij hebben af te leveren.
„Degene van ons, die de anderen overleeft, moet, zoodra hij gevoelt, dat hij verloren is, de flesch in zee gooien.
„Zijt ge het daarmede eens?”
De heeren waren het eens en mr. Wright nam eenige papieren uit zijn portefeuille, die hij in een enveloppe deed, waarop het adres van de Bank van Engeland was afgedrukt.
„Hebt ge familieleden, wien ge misschien nog eenig bericht zoudt willen zenden?” vroeg mr. Wright zijn medereizigers.
„Ik wel,” antwoordde een der andere ambtenaren, een heer van middelbaren leeftijd.
„Schrijf dan een paar woorden; ik zal ze bij de enveloppe insluiten.”
De ambtenaar schreef een paar regels op een blad uit zijn aanteekenboekje, scheurde dit toen uit en gaf het zijn chef, die het in de enveloppe deed.
Deze enveloppe werd nu door den engen hals van een champagneflesch gedrukt, de flesch werd goed verzegeld en met een caoutchoucring waterdicht gesloten.
Na eenig schudden rolde de enveloppe in het midden der flesch, waar zij zich ontrolde, zoodat het adres duidelijk door het glas zichtbaar werd.
„Mijne heeren”, sprak Wright, „wij hebben nu alles gedaan, wat nog mogelijk was; laat ons nu het verdere maar kalm afwachten.”
Hij haalde een sigarenkoker te voorschijn, nam er een sigaar uit en bood den koker zijn collega’s aan.
Deze bedienden zich, dankten op hoffelijke wijze en al spoedig rookten de drie Engelschen met een gemoedsrust, alsof zij in een mooien salon zaten en niet in een schommelend schip, dat ombruist wordt door dood en verderf.
Plotseling liep de storm om. Hij sprong over naar het zuiden, een verschijnsel, dat niet zelden voorkomt en dat dan een snelle afvloeiing der onderste luchtlagen tengevolge heeft.
De boot kon nu pal naar het oosten koersen en dezen weg vervolgen totdat de vuurtoren van Eddystone in zicht kwam om dan scherp naar het noorden te varen en zoodoende de haven van Plymouth te bereiken.
De passagiers haalden verruimd adem, toen het vreeselijke rollen en stampen van het schip inderdaad verminderde en daarmede den armen zeezieken verademing bracht. Al werd het schip ook nog heftig heen en weer geworpen, toch was de toestand thans kalm, vergeleken bij die van vorige oogenblikken.
De kapitein liet nu de totnogtoe gesloten kajuitdeuren weer openen.
Een paar zeevaste passagiers waagden zich aan dek en de drie Engelschen behoorden tot hen, die met groote vreugde den frisschen zeewind in volle teugen gingen inademen.
Zwijgend, hun havanna rookend, keken zij haar de woestrollende baren.
The book keeps going
Reading is free forever. Sign up and watch scenes appear while you read.



Scenes Storieta drew for other classics.
New illustrated classics
Once or twice a month: the latest books to get full character casts, scene art, and free comic editions. No account needed.