OP LEVEN EN DOOD.
Door de kruinen der aloude boomen van het Bois de Boulogne te Parijs schudde de herfstwind met boozen ruk de bladeren, die naar beneden dwarrelden en zich vormden tot een reuzentapijt, dat door de ondergaande zon met haar valen schemer werd belicht.
Op een afgelegen plek van het bosch stonden drie mannen, in lange reisjassen gekleed, die vol verwachting het smalle pad langs keken, dat naar den straatweg leidde.
Een van het drietal wendde zich af met zwijgend gebaar en nam een mes uit een leeren taschje, dat hij op een boomstronk had neergelegd. Daarop nam hij nog eenige medische instrumenten en een paar fleschjes met geneesmiddelen uit het taschje en begon toen langzaam en zorgvuldig een rol dermatolgaas op te rollen.
„De dokter maakt zich al klaar voor zijn werk,” sprak een der andere heeren, „wie weet, voor wien hij de verbandmiddelen heeft uitgepakt, graaf Epernay?”
De toegesprokene, een jongeman van onberispelijke gestalte, knikte toestemmend met het hoofd.
„Waarde markies,” zei hij toen tot zijn vriend, die minstens tien jaar ouder was dan hij en nog de fiere houding en de gebruinde gelaatstrekken van een officier bezat, „ik ben er nog zoozeer niet van overtuigd, dat het duel niet zal doorgaan! De gevolgen ervan zijn niet te overzien, vooral niet voor u, waarde markies, daar ge eerst sinds drie maanden met de mooiste vrouw van Parijs getrouwd zijt, die, als u vandaag een ongeluk mocht overkomen, zeker ontroostbaar zou zijn!”
Markies Raoul de Frontignac, aldus heette de Fransche officier, die slechts voor dezen tocht zijn uniform had afgelegd, schrikte zichtbaar en fluisterde toen met lichtelijk bewogen stem:
„Mijn lieve Adrienne, mijn mooie, jonge vrouw! Ja, ge hebt gelijk, graaf, voor haar zou het een zware slag zijn, als de kogel van mijn tegenstander mij van het leven beroofde!
„Maar juist om haar wil moet deze zaak tot de uiterste consequentie worden doorgevoerd. Haar eer staat op het spel en daarmee is ook de mijne gemoeid.
„Wat tusschen mij en lord Lister is voorgevallen, is slechts op de pistool uit te vechten. De hoon, door hem mij aangedaan, kan slechts door bloed worden uitgewischt!”
De jonge graaf schudde verwonderd het hoofd.
„Sta mij toe, markies,” sprak hij, „over een aangelegenheid te spreken, die zelfs voor mij, uw secondant, nog een raadsel is!
„Dat het bij dit duel om een dame gaat, is mij heel duidelijk, maar het is mij onverklaarbaar, hoe gij beide, markies de Frontignac en lord Edward Lister tot zulk een oneenigheid zijt gekomen.
„Want, nietwaar, lord Lister was immers uw vriend?”
„Mijn beste vriend,” bevestigde de markies met bitterheid in zijn stem; „ik heb lord Lister geëerd als een volmaakt gentleman, als een ideaal vriend en nooit, nóóit zou ik hebben geloofd, dat hij zoo zou kunnen treffen als dat geschied is! Maar wat wilt ge, beste vriend, het is een oude geschiedenis. Als twee vrienden dezelfde vrouw liefhebben, worden zij maar al te dikwijls verbitterde vijanden! Maar, inderdaad, lord Lister had reeds hier moeten zijn. Hoe laat is het al? Vijf minuten voor zes!”
Met een ongeduldige beweging had markies Raoul de Frontignac zijn kostbaar horloge voor den dag gehaald.
„Mijn horloge gaat toch goed?” vroeg hij toen.
„Zeker!” antwoordde de secondant, „lord Lister heeft nog vijf minuten tijd, voordat hij hier moet zijn!
„Maar wij zullen hem toch niets kunnen verwijten, als hij een kwartier of een half uur later komt. Hij is vanmorgen eerst van Newhaven vertrokken, het schip heeft acht uren noodig om, bij goed weer, het Kanaal over te steken.
„Om één uur ongeveer kan hij in Havre zijn; de sneltrein naar Parijs vertrekt om twee uur! Dan kan hij eerst om half vijf aan het station zijn en als hij dan....”
„Een automobiel,” viel de markies in, „er stappen twee heeren uit. Het is lord Lister met zijn secondant. Stil, daar is hij!”
Van achter de boomen trad een jongeman van omstreeks dertigjarigen leeftijd te voorschijn. Hij droeg een gekleede jas met wit vest, sierlijke lakschoenen aan de smalle, aristocratische voeten, een cylinderhoed en een witte chrysanth in het knoopsgat en het geheel gaf hem het voorkomen, alsof hij zoo juist van de een of andere feestelijkheid was teruggekomen.
Terwijl markies de Frontignac eenige schreden achteruit trad, naderde graaf Epernay den jongen Engelschman en reikte hem de hand.
„Ge zijt op uw tijd, lord Lister!” sprak hij, „het is één minuut vóór zessen!”
„Dan ben ik nog een minuut te vroeg gekomen,” antwoordde de lord, „ik zal den volgenden keer nog stipter zijn!
„Mag ik u intusschen mijn secondant voorstellen, baron Sidny Bruce!”
De Fransche graaf en de Engelsche baron gaven elkaar de hand en begonnen toen samen over de voorschriften van het duel te onderhandelen.
„Wij hebben niet meer veel af te spreken,” fluisterde de graaf.
„Driemaal worden de kogels gewisseld, den eersten keer op een afstand van twintig pas; dan tien pas voorwaarts en lossen en ten slotte op vijf pas afstands. In het laatste geval is de dood van een der duellisten onvermijdelijk!”
„Dat denk ik ook,” antwoordde de baron met de koelbloedigheid van een Engelschman.
„Gij hebt ook pistolen meegebracht,” vervolgde graaf Epernay, „hier zijn onze wapens. Wij zullen er om loten, wiens wapens gebruikt zullen worden.”
„Dat is overbodig,” sprak baron Sidny Bruce, „lord Lister heeft mij uitdrukkelijk verklaard, dat hij alleen de wapens van den markies wenscht te gebruiken!”
„Uitstekend! Maar laat ons toch allereerst trachten dit afschuwelijke duel te verhinderen!”
„Lord Lister heeft mij reeds verklaard dat hij bereid is, de zaak in der minne te schikken, maar hij twijfelt eraan, of de markies daarvoor te vinden is!”
„Ge kunt het echter in ieder geval probeeren!”
„Heeren!” begon graaf Epernay met luider stemme tot de beide tegenpartijen, „het is onze plicht, u er opmerkzaam op te maken, dat dit duel bloedige en vreeselijke gevolgen kan hebben!
„Daar het bekend is, dat gij vroeger goede vrienden waart, denken wij, dat een wederzijdsche verklaring— —”
„Geen sprake van”, viel markies de Frontignac met scherpe stem in, „er zijn beleedigingen, waarvoor geen excuus is!”
Lord Lister hoorde deze woorden aan met een groote onverschilligheid op zijn knap gelaat.