
Public-domain ebook
Lord Lister No. 0378: De Aanslag op de Londensche Beurs
by Matull, Kurt; Blankensee, Theo von; Hageman, Felix
Dutch396 downloads on Project GutenbergDownload EPUB
Public-domain ebook sourced from Project Gutenberg #69455.

Public-domain ebook
by Matull, Kurt; Blankensee, Theo von; Hageman, Felix
Dutch396 downloads on Project GutenbergDownload EPUB
Public-domain ebook sourced from Project Gutenberg #69455.
The opening · free to read
In de onmiddellijke nabijheid van de beurs te Londen bevinden zich een groot aantal kantoren van bankiers, makelaars in effecten, beursagenten en andere personen, die op de een of andere wijze iets uitstaande hebben met God Mammon.
De Londensche beurs is aan een breede straat gelegen, Cornhill geheeten.
In lang vervlogen eeuwen werden op dezen „Korenheuvel” de voorraden graan ter markt gebracht, door de boeren, die rondom de groote stad woonden, welke destijds nauwelijks het twintigste deel bedroeg van het huidige, onmetelijke Londen.
De Londensche beurs is een fraai gebouw, met een prachtige Corinthische portiek, en nog niet lang geleden gebouwd, want het werd door koningin Victoria in het jaar 1844 geopend.
Deze portiek heeft twee ingangen, welke kunnen worden afgesloten door prachtige bronzen hekken, van niet minder dan zeven meter hoogte.
Van bewonderingswaardige schoonheid zijn de muurschilderingen, welke men in de groote vestibule aantreft.
Tegenover de beurs bevindt zich het reusachtige gebouw van de Bank van Engeland, waarvan zij gescheiden is door de Threadneedle Street, een betrekkelijk smalle straat, die almede tot een der oudste van Londen behoort.
Het gebouw van de Engelsche Bank is van veel ouderen datum, want het werd gebouwd tusschen de jaren 1732 en 1829.
Wel heeft men er in die negentig jaren niet voortdurend aan voortgebouwd, daar verscheiden onvoorziene gebeurtenissen den bouw tegenhielden, maar toch kan men wel rekenen, dat er tientallen jaren met den eigenlijken bouw gemoeid zijn geweest.
Op deze beide hoofdgebouwen nu, die als het ware het financiëele hart van Londen, waarschijnlijk van heel Engeland en misschien wel van heel Europa vormen, groepeeren zich, als kuikens om de hen, de talrijke kleinere banken.
In Lombard Street, op ongeveer tien minuten gaans van Cornhill, verheft zich een groot kantoorgebouw, waarvan de verschillende verdiepingen aan een zestal maatschappijen zijn verhuurd.
De twee benedenste worden ingenomen door de bank van de heeren Rosenthal en Pennock.
Wellicht kon deze combinatie in de ooren van een oprechten chauvinist een verdachten klank hebben, maar dat behoefde toch volstrekt niet het geval te zijn, want wel is waar was de betovergrootvader van den heer Jacques Rosenthal als volbloed Frankforter in het jaar 1677 naar Londen gekomen, maar hij had zich spoedig laten naturaliseeren, en van dat tijdstip af hadden diens afstammelingen zich als echte Britten beschouwd.
Hoe dit ook zij, de huidige compagnon van Pennock bleek van zijn voorvaderen een zeldzaam talent voor allerlei geldelijke transacties te hebben overgeërfd, en daar Pennock een man was met een verbazende hoeveelheid menschenkennis en een ongelooflijken werklust, zoo moest hun samengaan wel succes opleveren.
Op den dag, volgend op de onderteekening van den wapenstilstand, hadden de beide heeren hun tenten opgeslagen in het kantoorgebouw in de Lombard Street, en aanstonds scheen de fortuin hen toe te lachen.
Hun bank, de „Midland Credit Bank” geheeten, mocht zich aldra in een uitgebreide clandisie verheugen, en steeds grooter werd het aantal diergenen, die op deze bank trokken, of er hun geld belegden, meestal op langen termijn, want het duurde niet lang of de solvabiliteit van de „Midland Credit” stond onaantastbaar vast. Het personeel, dat bij de oprichting uit zes koppen bestond, was in den loop van slechts een paar jaren aangegroeid tot een tal van vier en zestig helpers, kassiers, wisselklerken, bedienden voor de deposito’s, voor de afdeeling credietbrieven, boekhouders, en andere onontbeerlijke employé’s.
Zoodra men de breede deuren binnentrad, die om negen uur in den morgen geopend werden, bevond men zich van aangezicht tot aangezicht met een deftigen portier, die, zich zijn waarde wel bewust zijnde, met de handen op den rug heen en weer liep in de voorvestibule, die door twee klapdeuren was gescheiden van de eigenlijke bankruimte, waar zich de loketten bevonden.
Daar bevonden zich, in een halfcirkelvormigen boog, de dozijnen loketten, alle genummerd, waarachter de beambten hun werkzaamheden verrichtten.
Langs de wanden stonden banken geschaard, waarop de bezoekers konden plaatsnemen, die gekomen waren om effecten te verzilveren, coupons te innen, rente te laten bijschrijven, of het geld van wissels en cheques te ontvangen.
Op drukke uren trof men daar wel een honderdtal kantoorloopers aan, allen gewapend met groote tasschen, welke de meeste hunner met een sterken ketting aan den pols hadden bevestigd.
Ook hier bevonden zich twee portiers, die iedereen te woord stonden, die vreemdelingen waren in dit Jeruzalem, en die tevens een oogje in het zeil moesten houden.
Want er waren nog altijd langvingers genoeg, keurig gekleed, en uiterst behendig, die kans zagen, er met de geldtasch van een ander van door te gaan of met den haak van hun wandelstok een pakje bankbiljetten naar zich toe te halen, hetwelk een achtelooze klant tijdelijk naast zich had neergelegd op den marmeren rand, die langs alle loketten heenliep.
In de ruimte, welke door de rij loketten was omgeven, kon men de tafels ontwaren, waaraan de klerken gezeten waren, en tevens de zware en zeer sterke brandkast, waaruit de hoofdkassier telkens de benoodigde bedragen nam, om die tegen afgifte van een bon aan de hulpkassiers voor te tellen.
Het was omstreeks half elf in den morgen, toen een groote, blauwgelakte limousine stilhield voor de bank van de heeren Rosenthal en Pennock.
Achter het stuurwiel zat een chauffeur van reusachtigen lichaamsbouw, in een elegante, maar volstrekt niet opvallende, grijze livrei.
Het portier van de groote auto werd van binnen af geopend, nog voor de kleine „button” had kunnen toesnellen, die op post had gestaan bij de voordeur.
Twee heeren stapten uit de auto.
De een was omstreeks veertig jaar oud, tenminste wanneer men oordeelde naar zijn haar, dat aan de slapen eenigszins begon te grijzen.
Zijn oogen echter, van een eigenaardige grijze kleur, schitterden als die van een jongeling.
De scherp gesneden trekken getuigden van ontembare wilskracht, en de lijnen langs den mond met de smalle lippen getuigden er van, dat deze man in zijn leven reeds veel had geleden.
Hij was gekleed in een jacquetkostuum, dat zeker afkomstig was van een meester in zijn vak.
De jonge man, die in zijn gezelschap was, verschilde minstens tien jaar met hem, misschien wel vijftien.
Hij was bijna een hoofd kleiner, sierlijk gebouwd, en vertoonde in een vroolijk rond gelaat twee groote blauwe oogen.
Als hij lachte, hetgeen nog al eens scheen te gebeuren, vertoonde zijn mond twee rijen hagelwitte tanden, welke menige schoone vrouw hem zou hebben benijd.
Ook hij was met de uiterste zorg, maar zonder de minste fatterigheid, gekleed.
De oudste der beide heeren wisselde eenige woorden met den chauffeur, na het portier te hebben dichtgeklapt, en daarop bestegen zij beiden de weinige treden van het breede terras, dat zich voor het bankgebouw uitstrekte.
De deftige portier scheen hen wel te kennen, want hij tikte beleefd aan zijn pet.
In plaats dat de beide heeren echter doorgingen naar de groote vestibule, wendde de oudste hunner zich tot den portier en vroeg:
„Wij kunnen zeker een van de beide heeren bankiers wel een oogenblik spreken?”
De portier trok eerst een bedenkelijk gezicht, maar toen scheen hem in te vallen dat Lord William Aberdeen tot een der beste klanten van zijn patroons behoorde, en dat ook zijn secretaris, Charly Brand, in wiens gezelschap hij zich thans bevond, een niet onaardig bedrag als deposito op de „Midland Credit Bank” had staan.
The book keeps going
Reading is free forever. Sign up and watch scenes appear while you read.



Scenes Storieta drew for other classics.
New illustrated classics
Once or twice a month: the latest books to get full character casts, scene art, and free comic editions. No account needed.