Storieta
English
Sign up

The opening · free to read

LORD LISTER GENAAMD RAFFLES DE GROOTE ONBEKENDE.

NO. 333 DE LIEFDE VAN EEN BOKSER.

DE LIEFDE VAN EEN BOKSER.

HOOFDSTUK I.

IN DE BOKSZAAL VAN „BLACK JIMMY”.

Het was omstreeks half drie in den middag, toen twee deftig gekleede heeren met haastige schreden door de Dickens Street te Londen liepen.

Zij scheelde vrij veel in leeftijd, want de een kon omstreeks 40 jaar zijn, tenminste te oordeelen naar zijn haar dat aan de slapen was begonnen te grijzen, terwijl zijn metgezel niet veel ouder kon zijn dan een jaar of 25, en een vol, blozend jongensgelaat met helder blauwe oogen.

Vele Londenaren, vooral onder de armere klasse, kende hen als Lord William Aberdeen en zijn secretaris Charly Brand—maar inderdaad was de oudere der beide mannen niemand anders dan de lang gezochte Gentleman-Inbreker John Raffles alias Lord Edward Lister.

Zij hadden juist eenige boodschappen verricht in deze buurt, zoover afgelegen van de Regentstreet, waar zich het prachtige heerenhuis van Lord Aberdeen bevond, en zij maakten zulk een haast omdat er een regenbui dreigde.

Het was dien geheelen Zaterdag buitengewoon drukkend geweest, en alles voorspelde een hevige onweersbui.

En eensklaps, nog voor de beide vrienden een auto hadden kunnen aanroepen, begon het zoo vervaarlijk te plasregenen, dat zij, om het einde van deze hevige bui af te wachten, haastig een schuilplaats zochten in den ingang van een groot huis, waar een portier met de handen op den rug heen en weer liep.

Maar het zag er volstrekt niet naar uit, dat de bui voorloopig zou bedaren, integendeel, het leek hoe langer hoe erger te worden.

Nu de sluizen des hemels eenmaal geopend waren, kwam het regenwater in dikke stralen omlaag gutsen, en in een oogwenk waren de straten geheel verlaten.

Onwillekeurig, om zich het wachten een weinig te bekorten, liet Charly zijn blikken dwalen over het groote, koperen bord, dat tegen de wanden van den ingang was bevestigd, en waarop de namen der firma’s vermeld stonden, die op de verschillende verdiepingen van het gebouw hun zaken dreven. Eindelijk bleef zijn oog rusten op een dier namen.

Daar stond als huurder van een deel der vierde verdieping vermeld:

„Prof. J. Stanley, Ex-Kampioen van Engeland.”

„Zeker een biljard-matador,” zeide Charly half voor zich heen.

„Wie—Stanley?” vroeg Raffles. „Maar Charly, heeft de regen je hersens een weinig verweekt, mijn jongen? Hoe is het—weet je niet eens wie Jimmy Stanley, wie „Black Jimmy” is?”

„Mijn hemel, hoe kon ik zoo dom zijn,” riep Charly uit. „De Engelsche bokskampioen van 1912, maar wij leven ook zoo snel—ik was het al vergeten, zoo, zoo, woont hij nu hier?”

„Dat schijnt zoo, ik denk, dat hij nu anderen inwijdt in de kunst, waarin hij zeker gedurende vele jaren zoozeer heeft uitgeblonken.”

Hij wierp een blik naar buiten, overtuigde zich, dat de regen nog altijd in den vorm van pijpenstelen omlaag kwam en vervolgde:

„Kom, laten wij maar eens een kijkje bij hem gaan nemen. Er is toch geen sprake van verder gaan, en dan verdrijven wij ons tenminste den tijd.”

„Een goed plan,” zeide Charly. „Ik ben wel benieuwd, hoe onze Jimmy zich als „Professor” houdt.”

De twee vrienden namen in de lift plaats en noemden den liftboy den naam van den voormaligen Bokskampioen.

De lift hield stil op de 4de verdieping en de twee vrienden stapten uit en moesten nu eenigen tijd rond zoeken, voor zij een deur ontdekt hadden, waarop met witte letters de naam en het beroep van Jim Stanley geschilderd stond.

Zij klopten aan en de deur werd geopend door wat men met eenigen goeden wil een bediende zou kunnen noemen, maar de man zag er tamelijk verwilderd uit, zijn haar, nat van het zweet, hing in slierten langs zijn wangen, zijn eene oog was half dicht, hij droeg een morsige trui, die oorspronkelijk wit was geweest en linnen gymnastiekschoenen, die met touwtjes waren vastgebonden.

Zijn linkerhand was in een bokshandschoen gestoken, terwijl hij de andere waarvan hij zich waarschijnlijk zooeven ontdaan had om de deur te kunnen openen, onder den arm gekneld hield.

De man opende de deur dadelijk bij het zien van de beide chique gekleede vreemdelingen, en liet, misschien van vreugde over het buitenkansje, in een grijns al zijn tanden zien, niet veel meer tusschen haakjes, want de meesten waren hem reeds uitgeslagen, maar met het treurige overschot lachte hij dan ook allerbeminnelijkst.

„De heeren komen om den Professor te spreken?” vroeg hij, terwijl hij gedienstig een stoel aanschoof, „nog een kwartiertje mijne heeren, dan is die satansche schobbej....... ik wil zeggen—na een kwartiertje is Professor Stanley gereed.”

Raffles en Charly bevonden zich in een klein vertrek, hetwelk waarschijnlijk als wachtkamer bedoeld was, want er stonden een half dozijn stoelen, en een klein rond tafeltje, dat bedekt was met sportbladen, terwijl er aan de wanden talrijke foto’s van beroemde boksers met punaises waren vastgestoken.

Het pronkstuk evenwel was een groote foto in een eikenhouten lijst, waarop Black Jimmy stond afgebeeld, naast een ezel, die een groot fluweelen schild droeg, waarop de verschillende medailles waren bevestigd, die hij in den loop van zijn veelbewogen leven had verdiend.

De heer Jimmy stond daar, alleen gekleed in zijn kort wit boksbroekje, en zijn linnen schoenen, in een zelfbewuste houding als van een veldheer die een zwaren slag gewonnen heeft.

De man met het half dichtgeslagen oog wilde zich weder verwijderen, maar Raffles riep hem terug en zeide:

„Wij zouden gaarne een les van den Professor bijwonen. Daar zullen toch geen bezwaren tegen zijn?”

„Volstrekt niet mijne heeren, ik zal U even aandienen. Mag ik uw namen weten?”

„O, dat is van later zorg,” antwoordde Raffles kortaf. „Zeg maar—twee heeren uit het West End.”

De man met de vuile trui verdween door een andere deur, en keerde een oogenblik later terug, met den Professor in hoogst eigen persoon.

Charly keek hem verbaasd aan en vroeg zich af, of dit dezelfde lenige goed geproportionneerde bokser kon zijn, die hij nog in 1912 met zooveel gemak het Engelsche kampioenschap had zien winnen.

Black Jimmy was een weinig corpulent geworden, en het gitzwarte haar, waaraan hij zijn bijnaam had te danken gehad, was alleen nog maar terzijde van zijn hoofd en in zijn nek zichtbaar, en niet meer zwart maar grijs doorspikkeld.

Zijn kruin echter was zoo kaal en zoo glad als een billardbal.

The book keeps going

Keep reading, and see it illustrated

Reading is free forever. Sign up and watch scenes appear while you read.

Illustrated scene from The Adventures of Sherlock HolmesIllustrated scene from FrankensteinIllustrated scene from The Great Gatsby

Scenes Storieta drew for other classics.

New illustrated classics

A new classic, drawn, in your inbox.

Once or twice a month: the latest books to get full character casts, scene art, and free comic editions. No account needed.