
Public-domain ebook
Op reis en thuis: Novellen en schetsen
Language: nl542 downloads on Project Gutenberg
Subjects
In: Short Stories·Novels
Public-domain ebook sourced from Project Gutenberg #13705.

Public-domain ebook
Language: nl542 downloads on Project Gutenberg
Subjects
In: Short Stories·Novels
Public-domain ebook sourced from Project Gutenberg #13705.
The opening · free to read
Bal en kerk aan boord.
--Laat ze maar eens pret hebben; ze leven nu nog zonder zorg en hebben 't goed! zei de sergeant, die met mij stond te praten op 't voorschip van de Amalia, terwijl we van Genua af de Middellandsche Zee instoomden.
--Wie weet hoeveel er over zes of zeven maanden nog over zijn van ons detachement van 80 man. 't Kan best wezen, dat ze nooit Europa terug zien; ik heb de reis al vier maal heen en weer gemaakt, meneer. 'k Heb er heel wat zien gaan en ook terugkomen--maar hoe!
En 't ging intusschen vroolijk toe, vóóruit. Een Belg, een flinke jonge kerel, met een oolijk gezicht en een zwarten knevel, zat onvermoeid een groote drieklaviers harmonica te bespelen, een Hongaar begeleidde hem zoo goed het ging op de viool, een stoker sloeg flink in de maat groote trom en een matroos roffelde heel aardig op een kleine infanterietrommel. Tamboerijn, bekkens en triangel, door een paar soldaten met onmiskenbaar talent bespeeld, volmaakten het orchest dat onder de over de plecht gespannen zeilen allerlei populaire danswijsjes deed hooren.
--Danzen ze nich arg nètjes? vroeg de bootsman, terwijl hij den kop van "leelijkerd", zijn hond, streelde.
--'t Is volle liefhebberij om toe zien, hé? De man, een Noor, sprak met wonderlijk accent en speelde al pratend met zijn reiskameraad--een mormel zooals de dames verklaarden.--Hold je schtil, leelijkerd! hai wil wol 'r is janke, 't moesik vervèld 'm, maor hai zol dr'al aan gewoond konnen zain, want 't is zain vierte rais al; 'k habbe 'm van 't versoepe gered en noe is d'r so trouw. Oemdat 'r lilik was wolden ze hum versoepe--de bootsman lachte:--ik ben òk niet mooi oend ze versoepe main doch nich, zoo'n stomme dier wol doch ooch léve--hold dîn schnoet dan toch!
--_Sei nich bös und schick digh d'rein!_, speelden harmonica en viool; bomketel, trom en triangel hielden goed de maat en op die slepende wals uit "Der Obersteiger" walsten in langzaam deftig tempo de soldaten met de stokers en de matrozen. Stijf als staken, rechtop, elkander vasthoudende als waren zij van porcelein, draaiden ze langzaam en voorzichtig rond. Blijkbaar vonden de overigen dat spilmatig ronddraaien buitengewoon mooi, en een paar dansers, een jong soldaat en een stoker met opgestroopte mouwen, en-coeur gedecolleteerd, als dame, trok de algemeene aandacht. Een ander paar, even chic en netjes dansend, bestond uit twee slagers; de een had 's morgens een koe, de ander het varken, dat nog in 't want hing, geslacht.
--Zij doen 't netjes, arg fatsoenlijk, fain! zei de bootsman en met een goedig lachje:--zoo hold je die joengens bezig oend blijft 'r 't goed humeur in.
't Was waarlijk een alleraardigste groep, die soldaten van allerlei nationaliteit--er zijn Duitschers, Hongaren, Belgen en Zwitsers onder de aangeworvenen--babbelend, lachend, neuriënd, dansend en pretmakend niet de stokers en de Jantjes, die op dat oogenblik niets te doen hadden. 't Bal werd meer en meer geanimeerd. Een matroos danste gracelijk solo en de vroolijke tonen van 't primitieve orchest lokten de dames en de heeren van 't achterdek. 't Duurde niet lang of een groot aantal kijkers stond voor de afdeeling, bestemd voor de militairen. Zelfs de twee nonnetjes van de stichting "Le bon pasteur", die voor Suez bestemd zijn, de eene voor 't Lazareth, de andere voor de kleine kinderschool, stonden met lachende gezichten naar de vroolijke "jongens" te kijken.
--Pauvres gargons! zei de eene.
--Sont ils gais maintenant! que le Bon Dieu les protège zei de oudste die voor 't lazereth bestemd is.
--Er zit nu geen jenever in en toch hebben ze schik, zei de sergeant, met wien ik met veel genoegen had kennis gemaakt. 't Volk krijgt aan boord twee maal per dag een oorlam'en daarmee basta!
--'t Is een fatsoenlijk Zeedijkstafereel, lachte een toeschouwer en een ander beweerde: 't werkt aanstekend op de jonge dames, haar voetjes beginnen te trippelen. De zon was prachtig ondergaan en 't water bleef zoo glad en kalm, dat men zich nauwelijks verbeelden kon, de straat van Messina reeds te zijn gepasseerd. 't Blauwe water van de Middellandsche Zee was allengs grijs-groenachtig geworden en hier en daar gaf een blinkende ster reeds een lang wiebelend lichtschijnsel op 't even rimpelend zeevlak. Onze boot stoomde rustig en als glijdend voort en hoewel de wind wat koel begon te worden en soms een golfje deed ontstaan was 't heerlijk aan dek. De jonge dames, sommigen de kinderschoenen nog niet ontwassen, keken zóó verlangend naar die eenvoudige harmonica en de nog altijd op 't reeds duister geworden voorschip ronddraaiende mannen, dat de kommandant de hand over zijn goedig hart streek en een kwartiertje later zaten harmonicavirtuoos en violist op 't achterdek tegen de lichtkap van den grooten salon. In een ommezien zwaaiden en draaiden de jonge meisjes met een paar flinke luitenants en andere heeren, die de wals of den "pas de quatre" kenden.
In gemakkelijke schommelstoelen gezeten keken de oudere dames toe--muurbloemen kent men aan boord niet--sommige heeren maakten een partijtje hombre of whist in de rookkamer, anderen stonden rookend tegen de verschansing, sommigen met de verzuchting in den rook van hun sigaar: "ils sont passés ces jours de fête."
Soms is 't voor mijn oor alsof wals of "pas de quatre" maat houden met het stampen en dreunen der machine, met 't geruisch van 't water, dat opspat langs boeg en boord, vervloeiend tot een schuimend spoor achter 't schip, dat steeds onverpoosd voortstoomt, rustig zijn weg vervolgend, kalm en statig, als ware 't trotsch op zijn macht en bewust van de verantwoordelijkheid die het heeft. Soms wuift een zwarte rookpluim uit den schoorsteen omhoog naar achter, als een roet aan 't land, dat we heden morgen nog zagen; als een geruststellend teeken van kracht en volharding.
--Wanneer het zulk weer blijft, zegt onze vriendelijke kommandant, bereiken we Port-Said Dinsdag ongeveer tegen 6 uur n.m.
--En worden we nu niet meer zeeziek? vragen de dames, angstig en smeekend den kommandant aanziende.
--Neen, dames!--Zóó kort beleefd en zoo stellig is zijn toon, dat alle gezichten opklaren en zelfs de meest zenuwachtige dame met een gerust hart haar couchette opzoekt, in de hoop van beter te slapen dan den vorigen nacht, toen schier allen haar tol aan de Middellandsche Zee betaalden.
Maar 't kwam anders, want bij 't verlaten van de golf van Genua kwam de zee plotseling hevig in beroering en blies de wind zóó sterk uit het Zuiden, dat de zeeziekte eensklaps een aanval deed op de niets kwaad vermoedende passagiers.
--Sakit lout! Sakit kras! klaagde een Baboe, die door een familie als finaal vrij van zeeziekte was aangenomen, om op haar drie kindertjes te passen.
--'n Beroerd koopje! mopperde haar meester, die nu behalve op zijn vrouw en kinderen, ook op de Baboe moest passen, terwijl hij zelf nu en dan met doodsbleek gelaat een poosje over de verschansing ging hangen.
--'n Ganz verflixtes, unheimliches Gefühl zei een Oostenrijker, die geen goed Hollandsch en goed Duitsch meer sprak. Maar ich habe ein Üniversalmittel dagegen--namelich viel Gläscher Bier.
--Bier! ik kan 't niet zien, kreunde een ander die, een schokkende maagbeweging nauwelijks onderdrukkend, op een langen Singaporestoel uitgestrekt, klagend om 'n cognacje riep.
--Zeeziek wezen is bepaald een penitentie, die heel wat slechte daden uitwischt, klaagde een dame en met eau de cologne haar wangen en voorhoofd bettend, zuchtte zij:--man, lieve man, zou je niet even uit onze hut wat bruispoeder ... willen halen, zei ze niet meer, want als door een adder gestoken vloog zij op, om met een sprong de verschansing te kunnen bereiken. Haar lieve man keek met roerende overeenstemming van gedachten naast en met haar in de diepte en toen zij samen waggelend weer hun stoelen bereikten, waren ze voor eenige oogenblikken opgelucht en werden 't dadelijk oneens over hun kinderen.
't Schommelde, stapte, slingerde en dreunde dan ook geweldig, de slingerlatten kwamen op tafel en toen we, aan table d'hote gezeten, de warme spijzen onder den neus kregen, waren er nog verschillende passagiers en dames, die eensklaps de vlucht naar 't dek namen.
--Schade um's schöne Essen, zei de gemoedelijke Oostenrijker, die veel te dik en te stevig was om last te hebben van: ein schwankelender Magen im Leibe, zooals hij 't noemt.--Es ist eine dumme Idée, nichts zu essen, zei hij, smakelijk een vette kalfscarbonade verorberend;--de See-Krankheit kommt nur davon dass der Magen nicht fest liegt; volpropfen muss man ihn und viel Fett ...
--Och meneer, hou op asjeblieft! ik wou graag wat eten, maar 't idee van vet maakt me al wee!
--Was, wee! Fett schmiert der Magen und halt ihn fest im Corpus, ich esse für drei und mir bekommt alles gut.--Mefrou, doe so wie ich, dan soll je niks zu leiden hebben; hij klopte op zijn dikken gezelligen buik en lachte:--dáár sitz een laav Schpeck auf, die kan was gegenhalten.
Er waren slechts weinigen aan tafel en 't aantal der etenden verminderde al naar het slingeren en stampen der Amalia toenam. De Oostenrijker, een drietal oudgasten, een jong luitenant, die erg grootsch was op zijn immuniteit, twee heeren, die hoewel zeer bleek toch met verachting van alle gevaar dooraten en ik, bleven ten slotte over. De koffie werd gediend en door dat warme vocht bezweek nog een der bleekneuzen, die, alle vormelijkheid vergetend, met zijn hand voor den mond als een dolle naar boven stormde.
--Der junge Mann soll nur gleich wieder herunter kommen und sich den Magen wieder voll thun, zei hoofdschuddend de Wiener en terwijl hij hem naoogde:--dan hat er weinigstens etwas für den folgenden Anfall!
Die verzuchting klonk zoo komisch, dat zelfs een der Javaansche jongens, die wat Duitsch verstond, den mond een weinig vertrok, 't Zijn anders voorbeelden van onverschillige rust, die jongens; ze zien er zóó kalm en als uit chocolaad geboetseerd uit, dat 't me niet verwonderen zou, indien ze met dezelfde kalmte den ondergang der Amalia zouden aanzien, zonder zich naar de booten te reppen.
Sam, mijn hutjongen, is een van de mooisten, hij heeft een vrij fatsoenlijk gezicht en ik geloof dat hij, wanneer men hem langdurig kietelde, wel een begin van lachen zou vertoonen. Hij kwam met een ernstig gezicht vragen: "Meneer, stoeltje?" ik dacht dat hij 't vouwstoeltje dat in mijn hut stond wou hebben en gaf hem dat. Hij schudde 't hoofd en herhaalde: "meneer, stoeltje?"
--Ik heb geen ander stoeltje, kijk maar!
--Tida! Sam vragen, meneer, stoeltje, bopen?
Goddank, eindelijk begreep ik dat hij vroeg of ik mijn stoeltje, n.b. een ding van pl.m. 2 meter lengte, ook boven op dek wou hebben. Een vriendelijk medepassagier onderrichtte mij dat "de jongens" als ze erg fatsoenlgk willen zijn, de aan den Europeaan toebehoorende artikelen steeds met het verkleinwoord aanduiden.
"'t Stoeltje" werd op dek gezet naast al de anderen, waarop de arme zieken lagen te kreunen en te zuchten. Ik probeerde te zitten, half liggend, maar die houding beviel mij niet en daarom wandelde ik met den onverschrokken luitenant het dek op en neer, maakte mezelf compliment over mijn weerstandsvermogen en stak een nieuwe sigaar op. 't Begon harder te waaien, we zetten onze jaskragen op.
The book keeps going
Reading is free forever. Sign up and watch scenes appear while you read.



Scenes Storieta drew for other classics.
New illustrated classics
Once or twice a month: the latest books to get full character casts, scene art, and free comic editions. No account needed.