Public-domain ebook
Majoor Frans
Dutch411 downloads on Project GutenbergDownload EPUB
Public-domain ebook sourced from Project Gutenberg #20794.
Public-domain ebook
Dutch411 downloads on Project GutenbergDownload EPUB
Public-domain ebook sourced from Project Gutenberg #20794.
The opening · free to read
Jonker Leopold van Zonshoven aan de lezers van Majoor Frans.
Mijn vrouw heeft bij haar optreden in de wereld zulk een gunstig onthaal gevonden, dat zij er niet genoeg dankbaar voor kan zijn. En toch.... brengt het haar in zekere verlegenheid.
Zij weet dat er eene indiscretie is gepleegd, en dat de belangstelling van het publiek eene derde uitgave vraagt van: Mijne vertrouwelijke mededeelingen aan een vriend in Indië. Zij is te bescheiden om die goede ontvangst aan zich zelve toe te schrijven en beweert dat zij die alleen dankt aan mijne wijze van haar voor te stellen! Daarbij had ik te kampen met hare kluchtige verontwaardiging, toen zij vernam van welke ruchtbaarheid haar pseudoniem het voorwerp was geworden. Zij stemt het mij toe dat zij erkentelijk behoort te zijn voor zooveel welwillendheid, maar zij schroomt zich te veel op den voorgrond te stellen, zoo zij in persoon die schuld der dankbaarheid afdeed, en wil dat ik alleen de verantwoordelijkheid zal dragen van eene publiciteit die zij niet heeft gezocht, en dat ik den plicht der openlijke dankbetuiging van haar zal overnemen. Die eisch is billijk, naar het mij voorkomt, en het is mij een lust daaraan te voldoen. Maar zullen er veel woorden noodig zijn om het publiek te verzekeren van onze dankbaarheid voor zooveel waardeering, die ik nauwelijks had durven wachten voor eene persoonlijkheid, wier goede hoedanigheden vermomd waren onder zekere excentriciteit? Er was de scherpe blik der liefde noodig om die te onthullen. Voor deze liefde bovenal zijn wij dankbaar, wij hopen haar ook waardig te blijven. Ik zie dat ik mijn geliefd devies eenigszins wijzigen moet en meen het "_succès oblige_" voor oogen te houden.
Leopold van Zonshoven. 26 November 1875.
Jonker Leopold van Zonshoven aan Mr. Willem Verheyst, advocaat te A.
Beste vriend!
Als gij niet al te diep in 't een of ander proces zijt verwikkeld, kom dan tot mij op de vleugelen der vriendschap, of meer op zijn negentiende-eeuwsch gesproken, met den eersten sneltrein den besten dien gij uit uw provinciestadje kunt bereiken; want ik zit deerlijk in de engte. Daar is mij iets overkomen, waarover de wereld mirakel zal roepen, als zij er van hoort. Maar vooreerst mag zij 't nog niet hooren, et pour cause; daarom moet ik het aan de borst van een vertrouwd vriend uitstorten, of ik zou er aan stikken. Het is ook zoo iets ongewoons, zoo iets onwaarschijnlijks, zoo iets onmogelijks, zou mevrouw de Sévigné zeggen, maar dat toch waar is, toch gebeurd is, ja! mij gebeurd is, mij, Leopold van Zonshoven, van der jeugd af bestemd om in de wereld de droevige figuur te maken van: een kalen jonker! Ook ben ik er van verbluft, of ik een knodsslag op mijn hoofd had gekregen. Verbeeld je! daar ben ik op eens aangewezen als de universeele erfgenaam van een kolossaal vermogen.
Eene oudtante mijner moeder, waarvan ik nooit gehoord had en die, naar het schijnt, met hare geheele familie gebrouilleerd was, is op het sublieme idée gekomen om bij mij voor toovergodin te spelen, en bij testamentaire dispositie al hare bezittingen aan mij na te laten. Aan mij! die alle macht van overleg en zelfbeheersching noodig heb gehad om van 't oude jaar in 't nieuwe te komen zonder schulden te maken, iets wat mij in mijne kwaliteit van arm edelman, niet geheel van zelf-respect misdeeld, absoluut ongeoorloofd is, op zulke wijze, dat ik mij geen enkele folie, geen enkele caprice kon permitteeren, ik zie mij op eens een millioen naar het hoofd geworpen. Is het te verwonderen, dat dit er van duizelt? De waardige overledene had verdiend getuige te zijn van de ontploffing harer Orsini-bom. Eerst sprong ik op en zou de petroleumlamp over het tafelkleed mijner hospita hebben omgeworpen, zoo de goede ziel zelve dat niet door een snellen greep voorkomen had. Toen viel ik op mijn stoel terug, met eene gewaarwording of mij de krachten ontzonken, en ik moet er zoo bleek en ontdaan hebben uitgezien, dat de juffrouw mij later gulweg bekende hoe zij suspicie vatte, dat het eene "exploisie" was van deurwaarderszaken. Zeker is het, dat zij wachten bleef op de tachtig cents port, die het pakket kostte, of zij vreesde er een bankroetje aan te lijden. Geprikkeld door dat blijven, door dat zekere indringende en onbescheidene in hare houding, dat zoowel van wantrouwen als van nieuwsgierigheid getuigde, hoewel er eenige meewarigheid in gemengd was, wees ik haar de deur met een gebaar, dat een acteur in eene wanhoopscène zou benijd hebben en dat ik alleen aan de inspiratie van 't oogenblik dankte; ook bleek dit afdoende. In een wip was ze weg, en ik wierp de deur op slot, zonder recht te weten wat ik deed of waarom, alleen gedreven door een onbestemd verlangen om alleen, om ongestoord te zijn en mij te overtuigen, dat de mededeeling, die mij als een sprookje uit de Duizend-en-eene nacht in de ooren klonk, geen mystificatie was.
En werkelijk, toen ik de stukken met meer bedaardheid overlas, werd het ongeloofelijke mij tot ontwijfelbare zekerheid; maar in plaats dat die zekerheid mij rust en blijdschap gaf, werd ik bestormd door eene warreling van gedachten en gewaarwordingen, die onbeschrijfelijk is. Ik werd heen en weer geslingerd door duizenderlei strijdige plannen en voornemens, die ik als in een oogwenk vatte, en weer varen liet; ik wist den draad mijner denkbeelden niet meer te volgen of vast te houden. Mijn hart begon te kloppen of het zou bersten; ik kreeg een aandoening in de keel of ik geworgd werd, en een duldelooze hoofdpijn was het eerste profijt dat die toekomstige fortuin mij aanbracht! Zoo kon het niet blijven; ik rukte mijn das los, improviseerde een stortbad met behulp van mijn lampetkan, liep de kamer rond met driftige, ongeregelde voetstappen, dronk om de vijf minuten een glas water en begon eindelijk zoo ver te bekomen, dat ik om de thee schelde, die de juffrouw per extra-ordinaire zelve bracht, de zaak van het porto met haar afdeed en haar op de vraag: "of mijnheer nu wat beter was," geruststelde met de verzekering, dat een plotseling doodsbericht van eene verwante mij wat sterk had aangegrepen. Hoe zij de mededeeling opnam en wat zij er verder bij dacht, laat ik daar; zij vertrok, zichtbaar verlicht en al vast gerustgesteld omtrent de kamerhuur, die met primo April moet worden voldaan. Ik wist, dat ik mijn aplomb tegenover haar had hervat, maar ik vraag u mijnheer de scepticus, is het geen teeken dat het geld uit den booze is, als het een fatsoenlijk jongmensch, die zijne gezonde hersens heeft en niet aan de kwaal van gouddorst placht te lijden, in zulk eene verwarring brengt, dat hij zich zelf moet afvragen, of hij niet door eene plotselinge razernij werd aangetast? Denkelijk zult gij antwoorden, dat de schuld bij mij ligt en dat een ander, gij zelf bij voorbeeld, de zaak vrij wat kalmer zou hebben opgenomen. Ik stem dit vooruit toe; ik ben geen stoïcijn en heb zelfs nooit getracht er de houding van aan te nemen, en, zie je Willem, ik zat juist bij mij zelven te overleggen wat ik toch beginnen zou om de jammerlijke positie die mij in de maatschappij ten deel was gevallen, eenigszins te verbeteren, en ik vond niets--niets dan dit eene: mij met mijn oom den minister te verzoenen, om door hem bij 't een of ander gezantschap als attaché ingeschoven te worden. Schrale uitkomst (zelfs indien zij verkregen werd), en die mij zoo iets als een laagheid zou kosten, want Zijne Excellentie had mij zijn huis verboden, omdat ik artikels geschreven had in een oppositieblad! Ik zat mij de nagels stomp te bijten van ergernis, dat ik niet zoo lang had kunnen studeeren om dr. of mr. voor mijn naam te zetten, twee letters bij wier gemis alles wat voor anderen open staat, door eene onverzettelijke barrière is afgesloten voor mij! Op mijn leeftijd (ik ben in 't noodlottige laatste jaar van de twintig) op mijn leeftijd is er geen reetje meer, waar ik door kan sluipen om carrière te maken. En nù--terwijl ik mij suf zat te peinzen op al die "terug's" die ik op vingers kon narekenen, komt daar op eens de tijding, dat ik grondeigenaar ben geworden, dat ik "bosschen en beemden, duinen en heidegronden" in bezit mag nemen--dan vraag ik u, kloeke, kalme, onwrikbare wetgeleerde, of dat niet meer dan genoeg is om een gewoon sterveling, zooals ik, zijn evenwicht te doen verliezen, en in eene vervoering te brengen waarover gij voorzeker het hoofd schudt. Kom dan maar gauw zelfs om mij te beknorren en met mij te praten; dat zal mij zeker tot kalmte brengen, en te eer, daar er een punt is, waarover ik u raadplegen moet, eer ik de erfenis definitief aanvaard; want gij moet weten, er is een maar bij mijne plotselinge fortuin, een maar die als altijd tergend achteraan komt hinken; mogelijk ziet uw juridische blik er geen rechtskwestie in, maar voor mij .... ligt er eene gewetensvraag achter, althans eene kwestie van kieschheid, waardoor mijne gouden bergen wel eens tot stuifzand kunnen vervliegen, en dat arme dierbare millioen, dat mij al zoo duchtig in de war heeft gebracht, gereduceerd worden tot niets meer dan eene luchtspiegeling, die mij voor eene wijle de oogen heeft verblind. Om die reden heb ik geen schepsel deelgenoot gemaakt van het mirakel, noch zal dit doen, voor ik uwe opinie heb gehoord, in afwachting van uw advies heb ik den notaris, die eene procuratie verlangde om in mijn naam te handelen, zulk een document toegezonden, maar onder reserve. Fais ce que dois, advienne que pourra is mijn mot d'ordre, al luid het devies mijner familie meer brutaal dan eerlijk: de fortuin is met den stoute. Onder de roofridders der middeleeuwen mocht dat gelden, maar sinds het aanbreken der 18de eeuw zie ik niet dat niemand van de onzen zich meer naar dat devies heeft gericht. Integendeel, al die achtbaar gepruikte hoofden van de laatste serie onzer familieportretten toonen gelaatstrekken, die eer van deftige flauwheid en onnoozele goedrondheid getuigen dan van stoute ondernemingszucht, en naar de uitkomsten te oordeelen; de gène waarin wij sinds drie generatiën verkeeren, getuigt dat de physionomiën niet liegen! Nu, het zij zoo. Ik ben er niet rouwig om dat ik ten minste geen schitterende deugniet in de dichtst nabijzijnde graden heb aan te wijzen!
Wat men tot kalmte komt als men zich eens kan uitspreken, al is het maar op het papier! Ik voel mij nu zoo verlicht, dat ik u rustig onze geheele familiegeschiedenis zou kunnen vertellen, en onder dat relaas mijn millioen in spe zou vergeten, alsof er geen kwestie meer van was; maar 't is nog beter u niet langer op te houden, en te wachten tot we de coeur a coeur kunnen praten. Stel mij daartoe zoo spoedig mogelijk in de gelegenheid. Ik heb hier kennissen genoeg, maar geen enkel vertrouwd vriend, aan wien ik alles uit kan leggen, zonder de vrees van misverstaan en uitgelachen te worden, en 't is een onuitstaanbare kwelling, een bezwaar als dit, tweemaal vierentwintig uur alleen te moeten dragen.
En nu vaarwel tot ziens. Met of zonder millioen.
Semper idem. Uw Leopold v. Z.
's Hage, Maart 186 .
Met dezelfde post die hem een brief van Leopold van Zonshoven aanbracht, ontving Mr. Willem Verheyst een biljet van eene hem onbekende hand van den volgenden inhoud:
The book keeps going
Reading is free forever. Sign up and watch scenes appear while you read.



Scenes Storieta drew for other classics.
New illustrated classics
Once or twice a month: the latest books to get full character casts, scene art, and free comic editions. No account needed.